"Slachthuis Veviba verkocht gewoon vlees als biovlees"

Naast etikettenfraude en het verwerken van vlees dat niet geschikt is voor menselijke consumptie, zou slachthuis Veviba ook gewoon vlees verkocht hebben als biovlees. Dat blijkt uit een nota van het parket van Luxemburg die minister van Justitie Koen Geens (CD&V) voorlas in de Kamercommissie Justitie.

Vleesbedrijf Veviba ligt onder vuur, omdat het gesjoemeld zou hebben met etiketten op ingevroren vlees en omdat er vlees verwerkt zou zijn dat niet geschikt is voor menselijke consumptie. Het waren de autoriteiten in Kosovo die voor het eerst vaststelden dat er iets aan de hand was bij Veviba. Op 19 september 2016 werd een lading van 20 ton vlees bij een controle aan de grensovergang in Kosovo in beslag genomen en het voedselagentschap stelde op 5 oktober 2016 een proces-verbaal op. 12 dagen later, op 17 oktober, zette het parket een onderzoeksrechter op de zaak. Het parket spoorde de onderzoeksrechter toen al aan om een huiszoeking te doen.

Gewoon vlees als biovlees

Nu blijkt dat het parket in december 2016 een tweede proces-verbaal binnenkreeg tegen Veviba. In dat pv stond dat de "traceerbeerheid werd vervalst met het oog op het inbrengen van niet-biovlees in de filière van bio".  Volgens het parket van Luxemburg kon Veviba door deze ingreep de winstmarges verhogen, "omdat het biovlees merkelijk duurder is".

Waarom duurde het meer dan 16 maanden?

De eerste klacht tegen Veviba dateert van 5 oktober 2016 en in maart 2017 kwam er dus een nieuwe klacht.  12 dagen na de eerste klacht, dus op 17 oktober 2016,  werd er een onderzoeksrechter op de zaak gezet, met de uitdrukkelijke vraag van het parket om binnen te vallen bij Veviba. Maar het duurde tot 28 februari 2018 vooraleer dat gebeurde. Tijdens die huiszoeking zijn in een diepvriezer voedingswaren aangetroffen die al vervallen waren sinds 2001. "Waarom moest dit zo lang duren en waarom deed de tweede klacht geen belletje rinkelen bij de onderzoeksrechter?", vraagt Kamerlid Stefaan Van Hecke (Groen) zich af. "Het is totaal onaanvaardbaar dat zo'n dossier anderhalf jaar lang blijft liggen."

Het parket van Luxemburg benadrukt dat de onderzoeksrechter in volle onafhankelijkheid werkt, dat er in het begin nooit een reden was om aan te nemen dat er een groot risico was voor de volksgezondheid én dat de organisatie van een huiszoeking (waarbij 30 agenten van het voedselagentschap en 20 speurders van de politie werden ingezet) tijd vraagt. Het parket zegt er ook nog bij dat het voedselagentschap nooit heeft aangedrongen bij de onderzoeksrechter om sneller te handelen.

"Voedselagentschap kon zelf ook ingrijpen"

Minister Geens benadrukt ook nog eens dat het voedselagentschap zelf ook kon ingrijpen, zelfs tijdens het gerechtelijk onderzoek. "Ze hebben administratieve middelen om onmiddellijk een einde te stellen aan de operator die de gezondheid in gevaar brengt, bijvoorbeeld door middel van schorsing of intrekking van de vergunning." Maar volgens het parket van Luxemburg heeft "het voedselagentschap het op geen enkel ogenblik nuttig geoordeeld om op grond van zijn eigen bevoegdheden een grondige controle uit te voeren."

De topman van het voedselagentschap Herman Diricks zei zondag in "De zevende dag" dat het FAVV het gerechtelijk onderzoek niet mocht doorkruisen met een eigen onderzoek. "Een gerechtelijk onderzoek mag je niet beschadigen. Je kan dus géén parallel onderzoek voeren tijdens een gerechtelijk onderzoek", klonk het toen.