Eindigt Vlaanderen als het wolvenkerkhof van Europa?

De dood van de tweede wolf in Vlaanderen zet een domper op de feestvreugde. Eerst leek Vlaanderen - in tegenstelling tot Nederland - de wolf met open armen te ontvangen. Als we dat willen waarmaken, zegt onderzoeker Hendrik Schoukens, is er nog veel werk aan de winkel.

labels
Hendrik Schoukens
Hendrik Schoukens is assistent aan de universiteit van Gent en gespecialiseerd in milieurecht.

Vlaanderen was begin dit jaar in de ban van de wolf. De komst van een wolvin in het Limburgse Leopoldsburg deden velen dromen over een eerste Vlaamse wolvenroedel. Sommige beleidsmakers staken zichzelf een pluim op de hoed voor de terugkeer van deze fiere predator. Want toonde dit niet aan dat het Vlaamse natuurbeleid, ondanks alle kritiek, zijn vruchten afwierp?

Het bleek voorbarige zelflof. Want de tweede wolf die Vlaanderen aandeed, verging het al heel wat minder. Hij werd slachtoffer van een typisch Vlaams fenomeen: verkeersonveiligheid. Een trieste weekenddode. De droevige balans na enkele maanden wolven­aanwezigheid in Vlaanderen: één dode wolf, één (vooralsnog) levende wolf. En dat zet te denken. 

Comeback

Tot nu toe verliep de terugkeer van de wolf in Vlaanderen als een sprookje. Waar de wolf voor één keer niet de klassieke rol van slechterik in speelde. In tegenstelling tot andere landen in Europa, leken wij, Vlamingen, de wolf voorzichtig welkom te heten. Natuurbeschermers benadrukten dat we niet bang hoeven te zijn van zo’n mensenschuwe wolf.  Minister Schauvliege opperde dat ‘mens en wolf samen kunnen leven’.

Het is geen verhaal voor Roodkapje en de boze wolf, zo luidde de genuanceerde boodschap op een druk bijgewoonde informatieavond in Leopoldsburg, dat fier de titel droeg van eerste Vlaamse wolvengemeente. En doordat de wolf al beschermd was in onze natuur­wetgeving, kon de schade door de wolf ook worden vergoed. Iedereen tevreden, zo leek het wel.

De wolvin die zich ophield in de bossen van Leopoldsburg werd geadopteerd als deel van onze Vlaamse natuur. Ze kreeg zelfs een naam: Naya. Een interessant voorbeeld van antropomorfisme in de 21e eeuw. We leerden verder dat deze jonge she-wolf zich wel eens erg lang in de Limburgse bossen zou kunnen ophouden, geduldig wachtend op een partner. En vooralsnog leek haast niemand daar bezwaar tegen te hebben.

Handig daarbij was dat Naya ook de nodige wil tot integratie tentoonspreidde. Enkele jeugdzonden – die een aantal schapen met hun leven bekochten – werden haar gemakkelijk vergeven. Het bleek uitzonderlijk gedrag. Dat de wolvin ook gezenderd was, had als voordeel dat haar ‘va et vient’ kon worden gedocumenteerd.

Géén privacy voor Naya maar wel een handig alibi voor enkele andere dode schapen in het Antwerpse. De positieve benadering van de terugkerende wolf in Vlaanderen is een verrassende meevaller, zonder meer. 

No wolves land?

In een Europa zonder grenzen zijn de Lage Landen de laatste regio die de wolf nog kan herkoloniseren vanuit het oosten. De influx van jonge Duitse wolven lijkt haast niet te stuiten. Midden februari liep er een wolf doodgemoedereerd door een dorp in Gelderland. De toestroom van Duitse wolven in Nederland deed velen hardop dromen over een eerste Vlaamse wolvenroedel.

Die wensdroom bleek plots binnen handbereik, wanneer de voorbije weken berichten opdoken van een nieuwe wolf in de Maasvallei. Bezorgde schapenhouders meldden dat een wolf verschillende keren verschillende lammetjes had doodgebeten. Eerst werd nog geopperd dat Naya de schuldige zou zijn. Maar het bleek al snel om een mannelijke nieuwkomer te gaan, wat meteen het hart van wolvenminnend Vlaanderen harder deed slaan.

Zou Naya binnenkort op date kunnen met deze nieuwe wolf?

Het gedrag van de wolf had echter een keerzijde. Deze wolf verplaatste zich overdag. En begaf zich ook erg dicht bij bebouwde omgevingen. In Nederland, waar de wolf nooit met open armen is ontvangen, luidden de alarmklokken. Enkele jaren terug pleitten enkele parlementsleden nog voor het sluiten van de grens voor de wolf. En in Limburg is enkele maanden terug het platform No Wolves NL opgericht, dat politici oproept om de wolf te verdrijven in Nederland.

Er zou geen plaats zijn voor die wolf – bij voorkeur afgeschilderd als een woest roofdier – in het Nederlandse polderlandschap. Een verholen pleidooi voor Disney-natuur, waar alles beheersbaar is en blijft voor de mens. Natuur achter hekken. Natuur voor de mens. Niet naast of, god verhoede het, boven de mens.

Harde realiteit

De tweede wolf zou snel aan den lijve ondervinden dat de mens gevaarlijker is voor de wolf dan vice versa. Want zondagochtend liet hij het leven in een verkeersongeval in Opoeteren. Voor wie er nog aan zou twijfelen: de mens blijft bij voorsprong het gevaarlijkste dier op deze planeet. Wat gevreesd werd, is nu bewaarheid. Het verkeer is met stip de belangrijkste bedreiging voor de wolf.

Het plaatst het hoera-verhaal over de terugkeer van de wolf in perspectief. Het was voorbarig om de terugkeer van de wolf te claimen als exponent van een goed werkend Vlaams natuurbeleid. De comeback van de wolf is in de eerste plaats de resultante van een striktere bescherming van de wolf elders in Europa. En van de wolf zelf, die de aangeboden kansen met beide handen heeft gegrepen. De wolf bleek flexibel en opportunistisch genoeg om zich aan te passen aan een door de mens gedomineerd landschap. Vele andere natuur is dat niet en verdwijnt.

Maar zelfs het aanpassingsvermogen van de wolf blijkt niet onbegrensd. Dat Vlaanderen het drukste en meest fijnmazige verkeersnetwerk van Europa heeft, werpt een donkere schaduw over de toekomst van de wolf in onze regio’s. Als we dit roofdier echt in de armen willen sluiten, hebben we nood aan grotere, aaneengesloten natuurgebieden. En die hebben we nog te weinig, ondanks dertig jaar Vlaams natuur- en bosbeleid.

De Limburgse bossen zijn nog redelijk uitgestrekt, al zeker wanneer vergeleken met het beperkte bosbestand elders in Vlaanderen. Maar ook zij worden doorsneden door wegen. Met alle gevolgen van dien voor onze inheemse fauna, die vaak onder de wielen belandt.

De Vlaming is al vertrouwd met dode egels, vossen en dassen langs de straatkant. Nu heeft dus ook de wolf het geschopt tot verkeersslachtoffer. All animals are equal, zonder meer dus. Géén voorkeursbehandeling voor de wolf.

Betonstop?

We moeten onze versnipperde natuur weer beter met elkaar verbinden. Nieuwe natuur inrichten op plaatsen die nu bebouwd zijn. Meer ecoducten, waarlangs bedreigde dieren zich zonder gevaar voor eigen leven kunnen verplaatsen, zijn een minimum mininorum. En een soortentoets bij de bouw van nieuwe infrastructuur, die zo goed mogelijk wordt afgestemd op de ecologie van bedreigde soorten. Ook de bestaande knelpunten moeten worden herbekeken.

Zo’n beleid is overigens niet alleen goed voor de natuur. Ook de Vlaming zelf snakt ernaar. Meer groen betekent minder luchtvervuiling, meer ruimte voor recreatie en een beter mentaal welbevinden. Wie kan daar nu tegen zijn? Kortom, als we willen vermijden dat Vlaanderen eindigt als een wolvenkerkhof, zal een fancy wolvenmanagementplan niet volstaan. Het vormt slechts een beginpunt.

Wij moeten echt werk maken van die vermaledijde betonstop. En meer ruimte geven aan de natuur. Liever vandaag dan morgen. Zo geven we Naya een eerlijke kans om een eerste Vlaamse wolvenroedel te stichten.

----

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.