Ruben Van Den Heuvel

Grote Schelpenteldag: wat je moet weten over schelpen

Zaterdag 17 maart is het Grote Schelpenteldag. Groot en klein kunnen de wetenschap een handje toesteken door aan onze kust schelpen te verzamelen. Voel je je geroepen maar ben je niet met schelpen vertrouwd? Lees en bekijk dan hier wat je over schelpen aan onze kust moet weten. 

Schelpen zijn de uitwendige skeletten van weekdieren.  Ze bieden de dieren bescherming tegen kwetsuren, uitdroging en vijanden.  Er zijn 2 groepen schelpdieren. 

100 soorten

Aan onze kust zijn er een 100-tal soorten schelpen te vinden. Sommige zijn maar 1 of 2 millimeter groot, andere (bijvoorbeeld de noordhoren, een slak) kunnen tot wel 20 centimeter hoog worden. Kleine schelpjes vind je vooral in het gruis langs de vloedlijn, grote schelpen zijn moeilijker te vinden omdat ze maar zelden aanspoelen.

Soorten die veel voorkomen aan onze kust zijn mossels, strandschelpen, messen of zwaardscheden, en alikruiken die vooral op golfbrekers zitten.   

Tere platschelpen variëren in kleur van rozerood tot wit met donkere kleurbanden

Exoten

Lang niet alle soorten die je aan onze kust vindt horen hier thuis.  Sommige komen van ver en zijn hier meestal beland door toedoen van de mens. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de Japanse oester die in de vorige eeuw is ingevoerd als kweekdier voor consumptie. Of voor de Amerikaanse zwaardschede die als larve is meegereisd in het ballastwater van schepen.

Ook het muiltje is een exoot. Het is in de 19de eeuw meegekomen met oesters die ingevoerd werden uit Amerika. Muiltjes zuigen zich vast op andere schelpen en zijn zo meegelift. Ze hebben ook nog andere merkwaardige eigenschappen. (Bekijk het filmpje hieronder)

Video player inladen ...

(Bijna) verdwenen inheemse soorten

De gewone oester was tot in de vorige eeuw een veel voorkomende soort. Maar door overbevissing, ziekte en concurrentie van andere oestersoorten was ze aan het eind van de eeuw voor onze kust verdwenen. Een paar jaar geleden is er voor de Nederlandse kust opnieuw een bank met (wilde) gewone oesters gevonden. Wat wetenschappers doet hopen dat de soort ook bij ons zal terugkeren.  

Een andere soort die vorige eeuw bijna het loodje had gelegd, is de purperslak. Het dier dankt zijn naam aan het feit dat de Feniciërs er een purperen verfstof uit wonnen. Verf is ook de boosdoener die de purperslak bijna had uitgeroeid. (Bekijk het filmpje hieronder)

Video player inladen ...

Oud, ouder, oudst

Heel wat schelpen die aanspoelen zijn fossielen. Ze hoorden toe aan dieren die lang geleden uitgestorven zijn. Zeestromingen woelen voor de kust afzettingen los en zo belanden de schelpen op het strand. Sommige van deze schelpen zijn miljoenen jaren oud.

Schelpdieren zelf hebben uiteenlopende levenscycli. Sommige leven heel kort, andere worden heel oud. Nestor onder de schelpen is de noordkromp. (Bekijk het filmpje hieronder)

Video player inladen ...

Waar moet je schelpen zoeken?

Schelpen vind je vooral langs de vloedlijn, maar ook op golfbrekers en staketsels. Om de kleinste exemplaren uit het zand of gruis te halen, gebruik je het best een pincet. Met een loep kan je de kleinere schelpen beter bestuderen. Van de 100 soorten die er aan de kust zijn, zou je met een beetje geluk een 40-tal moeten kunnen vinden.  

* De filmpjes op deze pagina zijn gemaakt in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) in Brussel. Met dank aan Thierry Backeljau.

Klik hier om meer te weten over het doel en het verloop van de Grote Schelpenteldag.