Gaming is big business, en is ook in ons land aan opmars bezig:  de cijfers op een rij

In San Francisco start vandaag de hoogmis van de gamingindustrie: de Game Developers Conference, de grootste beurs voor ontwikkelaars wereldwijd. Vergis u niet: gaming is big business, en geen bezigheid voor nerds. De omzet van games is wereldwijd groter dan die van de film- én de muzieksector samen. Ook de Belgische gamingindustrie is aan een opmars bezig: we zetten de belangrijkste cijfers even op een rijtje.

De helft van de Vlamingen speelt één keer per maand minstens één keer een computerspelletje. Dat blijkt uit het recentste Digimeteronderzoek van Imec en de Universiteit Gent. Een kwart speelt dagelijks en dat minstens een uur lang. Games zijn bijna niet meer weg te denken uit ons dagelijkse leven. Daar moet je geen doorgewinterde gamer in een donker kamertje meer voor zijn. Wie speelt niet snel een spelletje op zijn smartphone in de wachtzaal, op de tram of net voor het slapengaan?

Al die spelletjes moeten natuurlijk gemaakt en verkocht worden, en dat brengt geld op. Wereldwijd is de omzet van de gamingindustrie gigantisch. 108,9 miljard dollar in 2017, terwijl dat in 2016 nog op 101,1 miljard dollar lag. Wereldwijd spelen zo’n 2,2 miljard mensen games.

De cijfers in België zijn iets minder impressionant, maar toch aan een opmars bezig. In 2014 bedroeg de totale omzet van Belgische gameontwikkelaars 43,6 miljoen euro, een stijging van 6,63% ten opzichte van 2012 (Bron: Flemish Games Association). Maar als je weet dat onze grootste ontwikkelaar (Larian uit Gent) alleen al in 2017 zo’n 85 miljoen dollar (omgerekend 70 miljoen euro) omzet draaide door de release van "Divinity: Original Sin 2", dan weet je dat die bedragen in stijgende lijn gaan.

Vandaag zijn er ongeveer 80 game-ontwikkelaars in ons land, vooral kleinere studio’s. Hun game tot bij de gamer krijgen, is niet vanzelfsprekend in de wildgroei aan games en platformen. Meer ervaren studio’s kunnen een spel in eigen naam uitgeven, maar net zoals bij boeken doen ontwikkelaars vaak een beroep op uitgevers.

Die kunnen een voorschot geven op de verkoop om de ontwikkeling draaiende te houden, voorzien in een marketingbudget en hebben de juiste kanalen om het spel te verkopen. Eens het spel op de markt is, krijgen ze natuurlijk ook een deel van de koek.

Actieplan van de Vlaamse overheid

Ook het Vlaams Audiovisueel Fonds kan die beginnende gamestudio’s een stuk op weg helpen. Naast het bekendere filmfonds hebben ze onder andere ook een gamefonds. De Vlaamse regering verdubbelde dat budget vorig jaar nog tot 1.750.000 euro. Volgens ontwikkelaars is dat misschien nog niet genoeg, maar het is toch een eerste stap.

De tweede stap is misschien wel het bezoek van Vlaams minister van Media en Cultuur Sven Gatz (Open VLD) aan de Game Developers Conference in San Francisco. In het zog van 30 Vlaamse ontwikkelaars wil hij er ideeën opdoen voor zijn actieplan rond gamen dat hij aan het voorbereiden is. En het is sowieso een duwtje in de rug voor de Vlaamse gamingsector.