Voetballers krijgen korting op sociale bijdragen: zo'n half miljard in 10 jaar tijd 

Vorig voetbalseizoen hebben de voetballers en de clubs uit de Belgische eerste klasse een korting gekregen op hun bijdragen aan de sociale zekerheid van zo'n 70 miljoen euro. Samengeteld over de laatste 10 jaar loopt het op tot meer dan een half miljard, dat niet naar de staatskas is gegaan. Dat blijkt uit een studie van Het Nieuwsblad.

Journalist Dimitri Thijskens van Het Nieuwsblad baseert zijn berekeningen op de cijfers uit de jaarrekeningen die hij opgevraagd heeft bij de federale overheidsdienst Economie. Thijskens, die eerder in zijn masterscriptie ook al het beperkt doorstorten van de bedrijfsvoorheffing bij sportclubs onder de loupe heeft genomen, becijferde de sociale zekerheidsbijdragen die betaald zijn op de lonen van voetballers en vergeleek die met andere werknemers.

Buiten proportie

Bij een werknemer bedraagt de sociale zekerheidsbijdrage 38,07% op het brutoloon. De werkgever betaalt daarvan 25%, de werknemer zelf 13,07%. Met die bijdragen worden sociale voorzieningen bekostigd, zoals ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, werkloosheidsuitkeringen en pensioenen.

Hoeveel een werknemer bijdraagt hangt dus af van het brutoloon. Bij professionele sporters is dat niet het geval. Daar worden de sociale lasten berekend op een vast bruto maandloon van 2.281 euro. Zij betalen dus maximaal 868 euro per maand, 10.416 euro per jaar. Uiteraard ligt het maandloon, zeker bij voetballers, een stuk hoger. Met de gegevens die Het Nieuwsblad opgevraagd heeft komen ze tot een gemiddeld bruto jaarloon van 337.102 euro of een maandloon van 28.092 euro. Omgerekend betekent dat een voordeel van zo'n 70 miljoen per jaar.

Hoe het groeide

De plafonnering is in de jaren zeventig ingevoerd voor voetballers, in de jaren tachtig uitgebreid tot alle professionele sporters. Bij de spelersvakbond Sporza is te horen dat de regeling te maken had met de beperkte sociale zekerheid waarvan sporters konden genieten. Zo hadden zij tot eind jaren negentig geen recht op een werkloosheidsuitkering, was er nauwelijks pensioenopbouw en bleef hun ziekte- of invaliditeitsuitkering beperkt. Daarom ook moesten zij maar beperkte sociale bijdragen betalen.

Intussen is er in de sociale zekerheid, ook voor professionele sporters al wel wat veranderd. Het enige waar ze nog altijd geen recht op hebben is de vakantieregeling en bijgevolg het vakantiegeld voor werknemers. Ook hun pensioenopbouw blijft nog beperkt.

Toch blijft de vraag of die nadelen opwegen tegen de voordelen door de beperking van de sociale bijdragen. De voorbije tien jaar is het gemiddeld loon van eerste klasse voetballers gestegen van 158.378 euro naar 337.102 euro, een stijging met 113%.

Natuurlijk zijn dat nog altijd kruimels in vergelijking met het gemiddeld loon van een voetballer in bijvoorbeeld de Premier League, in Engeland. Dat is intussen gestegen tot drie miljoen euro per jaar. Het bewijst tegelijk dat de voordelen die voetballers in ons land genieten de vlucht van talent naar het buitenland niet kunnen stoppen.

Schiet Europa deze regeling af?

Voorlopig lijkt geen enkele politicus in ons land de regeling in vraag te stellen. Het is uiteraard een delicate zaak. Want populair word je daar niet mee. Maar wat als Europa moeilijk gaat doen? In theorie zou je dit immers als verdoken overheidssteun kunnen zien. En dat mag natuurlijk niet.

Het Nieuwsblad contacteerde economist Paul De Grauwe en fiscalist Michel Maus. Allebei zijn ze van oordeel dat deze regeling bij een eventuele klacht niet overeind zou blijven. Europees Commissaris voor Mededinging Margrete Vestager heeft immers geen enkele binding met het Belgisch voetbal. Voorlopig is er echter in al die jaren ook nog geen enkele klacht gekomen van bijvoorbeeld een buitenlandse voetbalclub die zich benadeeld voelt omdat een speler, net omwille van die voordelen, voor een Belgische club heeft gekozen.

Professor Maus ziet ook juridische problemen omdat er sprake zou kunnen zijn van discriminatie. Werkgevers in andere sectoren krijgen die voordelen immers niet. Dat kan dus eveneens een juridische kluif worden.

Toch is er een artikel in de Europese wetgeving dat een opening maakt voor staatssteun. In de sport en culturele sector kunnen initiatieven goedgekeurd worden door de Commissie omwille van het uitzonderlijk maatschappelijk belang.

Bij de Pro League, de vereniging van Belgische profclubs in het voetbal, schermen ze uitgerekend met de sociaal-economische impact van hun sport. De voorzitter van de Pro League heeft een studie besteld, die eind mei moet klaar zijn, om te laten berekenen welke betekenis het voetbal heeft voor onze economie. Een studie die meteen een verantwoording moet zijn voor die overheidssteun.