Belga

400 miljoen euro voor terreurbestrijding: Wat is er met dat geld al gebeurd?

De strijd tégen het terrorisme is deels ook een strijd vóór de centen. Politie en inlichtingendiensten kunnen maar werken met de mensen en de middelen die ze hebben. Na de aanslagen in Parijs besliste de regering om 400 miljoen euro vrij te maken, specifiek bedoeld voor de strijd tegen terrorisme. Wat is er met dat geld intussen al gebeurd? We zetten het op een rijtje.

labels
Dirk Leestmans m.m.v. Tristan Godaert (RTBF)
De auteur is journalist bij de themaredactie justitie van VRT NWS.

Na de aanslagen in Parijs (november 2015) besliste de regering om een bedrag van 400 miljoen euro vrij te maken specifiek bedoeld voor de strijd tegen het terrorisme. Het gaat hier om de zogenaamde "interdepartementale provisie inzake de strijd tegen het terrorisme", kortweg IDP.  

Beslissen is één, uitvoeren is twee

Maar beslissen is één, uitvoeren is twee. Hoeveel kregen de veiligheidsdiensten tot nu toe effectief van dat beloofde bedrag? De vraag is des te meer gepast omdat op het terrein te horen is dat niet alle beloftes werden nagekomen.  

Bovendien zou de inspectie van financiën niet bepaald soepel omgaan met het toekennen van het geld. Dat heeft te maken met een erg rigoureus toepassen van de regels. Het geld uit die IDP-provisie mag alleen maar uitgegeven worden als bewezen is dat het om terreurbestrijding gaat. Maar sommige diensten gebruiken hun middelen evident op verschillende fronten. De aankoop van een wapen kan bijvoorbeeld dienen in de strijd tegen het terrorisme maar kan - letterlijk voor hetzelfde geld - ook dienen in de strijd tegen het banditisme. Software kan gebruikt worden voor terreurverdachten maar natuurlijk ook voor andere vormen van criminaliteit. De complexe realiteit laat zich niet altijd vatten in eenvormige boekhoudkundige termen.  

De complexe realiteit laat zich niet altijd vatten in eenvormige boekhoudkundige termen.  

Méér nog. Vooraleer een uitgave ook effectief uitgegeven kan worden, is er een dubbele controle, twee keer op het niveau van de minister van Begroting en twee keer op het niveau van de inspectie van Financiën. Er zijn evident argumenten voor deze dubbele controle maar in de praktijk leidt het wel tot grote vertragingen. En als die 400 miljoen extra bedoeld was om de slagkracht van onze veiligheidsdiensten precies te verhogen, zou het logisch zijn dat de aanwending van dat geld niet al te bureaucratisch zou verlopen, zo is te horen.  

Wat is er van die 400 miljoen al besteed door wie?

Maar ten gronde. Wat is er van die 400 miljoen al besteed door wie? Het is niet evident om daar een klaar zicht op te krijgen. Cijfergegevens uit de jaarboeken van het Rekenhof zijn niet altijd te vergelijken met antwoorden op parlementaire vragen hierover en ook de optelsom van alle uitgaven (berekend op basis van de koninklijke besluiten) klopt hier niet mee. 

Volgens het kabinet van begrotingsminister Sophie Wilmès (MR) ziet de uitgave en verdeling er als volgt uit :

Globaal zou dus al ruim 31 procent van het beloofde bedrag van het IDP-fonds uitgegeven zijn. In principe moet het resterend bedrag (273.421.433 euro) worden besteed tegen het einde van deze legislatuur (in 2019 dus). Het bedrag van 400 miljoen euro is een eenmalig bedrag dat gespreid over vier jaar (in principe) moet uitgegeven worden. Er rest dus nog een kleine twee jaar om de resterende 70 procent uit te geven. 

De strijd gaat verder, op alle fronten. 

De strijd gaat verder, op alle fronten.