Wat deed België voor de slachtoffers van 22 maart?

Na de aanslagen van 22 maart kreeg ons land al snel het etiket van “failed state” opgeplakt. En dat had voor een groot deel te maken met de manier waarop de overheid omging met de honderden slachtoffers: ze wisten niet waar ze moesten aankloppen en kwamen terecht in een administratief labyrint van overheidsdiensten, verzekeraars, ziekenfondsen en andere instellingen. Verschillende slachtofferverenigingen smeekten de regering om actie te ondernemen en een parlementaire onderzoekscommissie moest klaarheid scheppen. Maar wat is er met die aanbevelingen gebeurd? Wat is er ondertussen, 2 jaar na de aanslag, veranderd voor de slachtoffers?

labels
Arne De Jaegere
Journalist bij de justitieredactie van VRT NWS

Na 22 maart was het voor de slachtoffers (en voor de overheid zelf) totaal onduidelijk waar ze moesten aankloppen, waar ze recht op hadden en welke procedures ze moesten volgen. Er was geen duidelijk plan en vele slachtoffers voelden zich volledig in de steek gelaten.

De parlementaire onderzoekscommissie adviseerde dan ook om een speciaal loket te ontwikkelen waar de slachtoffers terecht kunnen met al hun vragen. Dat loket zal er binnenkort komen voor de slachtoffers van 22 maart en zal na een nieuwe aanslag ook meteen worden geactiveerd.

Wanneer een slachtoffer het loket contacteert, krijgt hij of zij binnen de 48 uur een buddy toegewezen, die zal helpen met alle vragen en stappen zal zetten naar andere diensten, verzekeringsmaatschappijen en ziekenfondsen.

Wanneer een slachtoffer het loket contacteert, krijgt hij of zij binnen de 48 een buddy toegewezen.

De regering nam ook verschillende maatregelen om de slachtoffers van 22 maart beter te informeren: eind deze maand komt er een speciale website en een infobrochure met alle nodige informatie, zodat ze die niet langer bij elkaar hoeven te zoeken op tientallen verschillende plaatsen. In april zullen alle slachtoffers ook een individueel overleg krijgen met verschillende experten om hun volledige dossier te bespreken.

(lees verder onder de afbeelding) 

Statuut van nationale solidariteit

Een tweede pijnpunt was het gebrek aan een duidelijk statuut voor terreurslachtoffers. Sinds de zomer van 2017 kunnen terreurslachtoffers een “statuut van nationale solidariteit” aanvragen, waardoor ze (net zoals oorlogsslachtoffers) kunnen rekenen op levenslange hulp: ze hebben recht op een herstelpensioen (bij een invaliditeitsgraad van minstens 10 procent), op de terugbetaling van medische en psychologische bijstand én op gratis openbaar vervoer. Ook de familieleden van slachtoffers kunnen een speciaal statuut aanvragen en zo psychologische begeleiding laten terugbetalen.

Ook de familieleden van slachtoffers kunnen een speciaal statuut aanvragen en zo psychologische begeleiding laten terugbetalen.

Tot op heden zijn er 510 dossiers ingediend van Belgen en buitenlanders die in België verblijven en in alle 510 gevallen werd het statuut van nationale solidariteit toegekend. Ook slachtoffers die in het buitenland wonen, kunnen zo’n statuut aanvragen.

Financiële ondersteuning

De aanslagen brachten voor de slachtoffers grote kosten met zich mee. De regering besliste dan ook kort na de aanslagen om de noodhulp (voorschotten die de overheid meteen uitbetaalt aan slachtoffers in het ziekenhuis of aan de naasten van overleden slachtoffers) op te trekken tot 30.000 euro.

Bovendien werd de procedure om noodhulp aan te vragen vereenvoudigd en werd er kort na de aanslag een aanspreekpunt opgericht waar slachtoffers terecht konden om financiële hulp aan te vragen. Sinds de aanslagen werd dat aanspreekpunt 9000 keer gecontacteerd per mail en 2500 keer per telefoon en is er meer dan 1,7 miljoen euro noodhulp uitgekeerd.

Maar slachtoffers hebben vaak veel meer kosten dan dat. Wanneer ze voor die gemaakte kosten hun verzekering probeerden aan te schrijven, kwamen ze terecht in een ongelooflijk complex systeem en moesten ze verschillende aanvragen indienen bij verschillende maatschappijen. Vele slachtoffers botsten op een ‘njet’, waardoor ze dure processen moesten aangaan om toch iets terug te kunnen krijgen.

Om komaf te maken met die kafkaiaanse toestanden werden de regels aangepast: verzekeringen zullen in de toekomst in veel meer gevallen mee moeten betalen, de procedures worden vereenvoudigd én er moet sneller worden uitbetaald. Ook wie niet verzekerd is, zal recht hebben op een vergoeding via een speciaal fonds.

Verzekeringen zullen in meer gevallen mee moeten betalen, de procedures worden vereenvoudigd én er moet sneller worden uitbetaald. 

Slachtoffers zullen gemaakte advocatenkosten ook kunnen laten terugbetalen door de overheid (tot 12.000 euro) én er komt een duidelijke lijst met advocaten gespecialiseerd in terrorisme en verzekeringsrecht. Wanneer verzekeringen niet (volledig) uitbetalen, kunnen slachtoffers rekenen op financiële bijstand van de overheid. Die plafonds werden ook opgetrokken tot 125.000 euro en sinds de aanslagen werd er meer dan 600.000 euro uitgekeerd.

(lees verder onder de afbeelding) 

Medische expertise

Het was voor slachtoffers ook niet evident om tientallen keren hun verhaal te moeten doen bij experten en verschillende keren op medisch onderzoek te moeten om te schade te begroten. Er zijn tientallen verhalen van slachtoffers die niet werden geloofd door de experten en het verwijt kregen dat ze “het enkel deden voor het geld”.

Die praktijken gingen bovendien in tegen een Europese richtlijn die zegt dat een terreurslachtoffer maar één keer onderzocht mag worden. Daarom paste België de regels aan: sinds januari van dit jaar is er maar één medische controle meer nodig, waar zowel de arts van het slachtofferfonds als de arts van de verzekering aanwezig is.

Wat moeten we denken van al die maatregelen?

De vele maatregelen liggen in de lijn van wat de parlementaire onderzoeks­commissie heeft aanbevolen en worden op zich vrij warm onthaald door de oppositie en de slachtofferverenigingen. De grote vraag blijft natuurlijk of al die maatregelen niet te laat komen. 2 jaar na de aanslagen een infobrochure en een portaalsite lanceren getuigt natuurlijk niet van bijzonder veel daadkracht.

2 jaar na de aanslagen een infobrochure en een portaalsite lanceren getuigt natuurlijk niet van bijzonder veel daadkracht. 

We mogen ook niet vergeten dat het in een aantal gevallen nog maar enkel gaat om aankondigingen en niet om wetten die al aangenomen zijn en uitgevoerd worden. Denk maar aan het unieke loket met de persoonlijke buddy, de nieuwe regels voor verzekeringen en het groot interventieplan voor psychologische begeleiding van slachtoffers na een grote ramp.

Maar ook met de genomen en de aangekondigde maatregelen blijft er nog een aantal structurele problemen overeind. Neem nu de verschillende behandelingen van de Belgische slachtoffers. Een Waalse partner van een overleden slachtoffer hoeft geen registratierechten te betalen, een Vlaamse of Brusselse partner wel. Er blijven ook nog onverklaarbare verschillen bestaan bij het toekennen van vergoedingen. Er bestaat een dossier van twee ouders die verschillende bedragen kregen na de dood van hun kind.

Er bestaat een dossier van twee ouders die verschillende bedragen kregen na de dood van hun kind. 

En wat de uitkeringen zelf betreft is ook nog niet alles gezegd. De procedure om een uitkering aan te vragen blijft erg ingewikkeld en de plafonds zijn misschien wel verhoogd, maar de maximumbedragen worden amper effectief toegekend.

Ook de herstelpensioenen zijn niet vrij van kritiek. Slachtoffers hebben er recht op zodra ze een invaliditeitsgraad hebben van 10 procent, maar volgens An Verelst (UGent), die onderzoek doet naar de begeleiding van slachtoffers, wordt er met veel klachten van slachtoffers geen rekening gehouden om die invaliditeitsgraad te bepalen. “Neem nu gehoorproblemen die een rechtstreeks gevolg zijn van bomaanslagen. Er is een wereldwijde consensus dat deze problemen een enorme impact hebben op het functioneren. Maar in het Belgische systeem wordt er hiervoor maar 3 procent invaliditeit toegekend.”

Nog zo’n voorbeeld zijn de posttraumatische stressstoornissen. “Er zijn tientallen dossiers van experten die weigeren om een link te zien tussen de psychische problemen en de aanslag.” Dat er geen duidelijke lijst is van erkende traumatherapeuten maakt het er ook niet gemakkelijker op.

Er zijn tientallen dossiers van experten die weigeren om een link te zien tussen de psychische problemen en de aanslag. 

An Verelst (UGent)

Ten slotte vallen verschillende experten ook over de enorme complexiteit van de nieuwe wetgeving. “De regels zijn onmogelijk te vatten zonder dat je een advocaat onder de arm neemt en zelfs voor juristen blijft het vaak onduidelijk”, horen we. We hoeven zelfs niet ver te gaan om te leren hoe het moet. In Nederland worden experten ingezet om de communicatie naar slachtoffers zo verstaanbaar mogelijk te krijgen. Een schoolvoorbeeld is de website die de overheid lanceerde na de ramp met MH17. Ook op dat vlak heeft ons land nog veel te leren.