Video player inladen ...

"Fix de 'shitstorm' die al 18 maanden over Facebook raast, Mark"

Facebook ligt al dagen zwaar onder vuur. Het bedrijf heeft niet kunnen tegenhouden dat data van 50 miljoen Amerikanen die een profiel op Facebook hebben, stiekem zijn bemachtigd en gebruikt bij de Amerikaanse presidents­verkiezingen. Sinds de verkiezing van Donald Trump tot president, anderhalf jaar geleden, krijgt Facebook haast voortdurend kritiek, vanwege nepnieuws, de smartphone­verslaving die het mee in stand houdt en de onduidelijkheid over wat er met onze gegevens gebeurt. Maar het is wel de mens die misbruik maakt. Niet de technologie.

"We'll fix it", dat waren de duidelijke woorden van Facebookoprichter Mark Zuckerberg begin dit jaar: "We gaan de problemen oplossen en het vertrouwen herstellen." Het waren woorden waar politici, beleidsmakers, privacywaakhonden en andere belangengroepen al maanden op wachtten.

Zuckerberg sprak de woorden uit in de naweeën van de wereldwijde heisa over fake news. Nepnieuws leek midden 2016 even een tijdelijk verschijnsel in de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen. Nepnieuwsberichten werden vooral verspreid door tieners in Oost-Europa die van achter hun computer een centje wilden bijverdienen. Berichten als "Hillary Clinton is de leider van een pedofiel netwerk" werden gretig gedeeld en met zulk sensationeel nepnieuws en een beetje een gevoel voor zaken kan je tienduizenden dollars verdienen. 

Fake news blijkt nu meer dan ooit klein bier in vergelijking met de duistere mechanismen die écht spelen op het internet.

Zuckerberg heeft zijn boodschap, "we'll fix it", als reactie op het Cambridge Analytica-schandaal nu herhaald. Eén woord is hij vergeten: "Sorry." In het Engels kan dat met stevige krachttermen. "We hebben - ook al zijn de fouten al lang hersteld - steken laten vallen." Facebook drijft op emotie. Het had zijn boodschap kracht kunnen bijzetten.

Fake news als afleidingsmanoeuvre

Emotie regeert dus op sociale media. Dat wordt eens te meer duidelijk wanneer Donald Trump in november 2016 tot 45e president van de Verenigde Staten wordt verkozen. Velen, met verbazing geslagen, gaan op zoek naar antwoorden. "Dat nepnieuws, dat moet wel de doorslag gegeven hebben. De Amerikaanse kiezer is massaal bedrogen!", klinkt het her en der. "En het is de schuld van smeercampagnes en nepnieuws op Facebook."

Het had gekund, want op een gegeven moment genereerden in de Verenigde Staten valse nieuwsberichten meer interactie dan echte nieuwsberichten. Ze werden met andere woorden meer gedeeld, er werd meer op gereageerd, en ze verzamelden meer likes. Maar écht doorslaggevend bij de verkiezingen waren ze niet. Een probleem was het wel.

Mark Zuckerberg gelooft dan nog niet dat er massaal fake news op Facebook circuleert. "We nemen fake news wel serieus en we bekijken of we maatregelen moeten nemen", laat hij wel in een statement na de uitslag van de presidentsverkiezingen weten. Die algemene verklaring leidt tot wat gemor, maar ook niet meer.

Wat op dat moment niemand weet, is dat er op het internet en dan vooral op Facebook, andere krachten spelen. Het Britse databedrijf Cambridge Analytica heeft op dat moment al de gegevens van 50 miljoen Amerikanen verzameld en bespeelt hen handig. Niet met nepnieuws, maar met politieke advertenties of op maat gemaakte politieke berichten, die van kiesgebied tot kiesgebied verschillen. En die mensen naar de stembus moeten lokken door in te spelen op hun gevoeligheden, hun emoties. Het bedrijf werkt in opdracht van Donald Trump. Mogelijk twijfelende kiezers in gebieden waar de uitslag nog alle kanten op kan, worden door de Trump­campagne bespeeld met advertenties die hen naar de stembus moeten lokken en op Trump laten stemmen.

Ook Hillary Clinton voert online een campagne, maar heeft de digitale handicap dat ze al die data die Cambridge Analytica bezit, niet heeft. Bovendien lijkt ze het belang van een digitale campagne te onderschatten. Net als de gevoelige snaar die Trump bij heel veel kiezers weet te raken.

En toen kwamen "de Russen" ook nog

Tijdens de verkiezingscampagne zijn er nog erg actieve spelers op sociale media: "De Russen". Laten we ze zo noemen, makkelijkheidshalve. Want het zijn geen hackers. En ook de term "trollen" lijkt de lading niet helemaal te dekken. Het zijn computerspecialisten, gelinkt aan de Russische overheid, die stiekem valse Facebookprofielen en -pagina's aansturen en de newsfeeds van miljoenen Amerikanen injecteren met nepnieuws om de Amerikaanse maatschappij te verdelen.

Een bekend voorbeeld was de met 350.000 volgers erg populaire Facebook­pagina "Blacktivist". Die organisatie verdedigde, naast "Black Lives Matter", ook zogezegd de rechten van zwarte Amerikanen. Ze organiseerden onder meer betogingen tegen politiegeweld en lieten die ontsporen. Geweld deed de gemoederen en de discussies verhitten, net als het "Blank-tegen-Zwart-verhaal". Op die manier wilden "de Russen" in aanloop naar de presidents­verkiezingen verdeeldheid zaaien in Amerika. Veel meer dan fake news waren dát de verborgen mechanismen die volop speelden op, voornamelijk, Facebook.

Onderzoekers van de FBI en data-analisten zoeken vanaf dan intensief naar linken tussen de Trump-campagne, Russische inmenging en nepnieuws. 2017 is een jaar dat voor Facebook volledig wordt gedomineerd door die onderzoeken. Voortdurend verschijnen er rapporten die aantonen dat er actief Russische inmenging was bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen en dat als nepnieuws verpakte propaganda via Facebook de wereld werd ingestuurd.

Uiteindelijk onthult Facebook zelf dat door Rusland aangestuurde profielen en pagina's mogelijk tot 126 miljoen Amerikanen (er wonen 325 miljoen mensen in de VS, nvdr) hebben kunnen bereiken met propaganda, nepnieuws en georkestreerde evenementen, zoals betogingen, om de Amerikaanse samenleving te ontwrichten.

Fixing is caring

De discussie over de online-informatieoorlog bereikt een hoogtepunt als de topadvocaten van Facebook, Google en Twitter in november vorig jaar voor het Amerikaanse Congres moeten getuigen. Ze krijgen de volle laag van zowel Republikeinen als Democraten. De socialemediabedrijven gaan door het stof. En beloven meer transparantie en beterschap. "They will fix it."

Facebook erkent dat het een aantal duistere mechanismen die spelen op het platform, heeft onderschat. De top van Facebook slaat een mea culpa en koppelt er, ook in ons land, een uitgebreide reclamecampagne aan. De voorbije maanden waren in verschillende kranten advertenties te zien die uitgebreid uitlegden hoe wij allemaal onze privacyinstellingen op Facebook zelf kunnen beheren en hoe belangrijk onze privacy voor Facebook is.

Toch blijven er nog veel vragen, want nog altijd weten we niet goed hoe we met het monopolie van Facebook moeten omgaan. Hoe dat o zo mysterieuze algoritime achter uw tijdslijn werkt en hoe een handvol technologie­specialisten perfect weten hoe ze technologie en psychologie moeten samenbrengen om ons te beïnvloeden. Want dat kan. Als we weten hoe mensen denken, kunnen we ze manipuleren. 

En alles wat wij doen, vertellen, waar we zijn, wat we denken en voelen,..., dat is waar Facebook op draait. Dat is het hart en het businessmodel van de app op uw telefoon.

Vuile trucs

Ook al zijn er de voorbije maanden veel getuigenissen opgedoken van voormalige toplui van Facebook, Twitter en andere technologiebedrijven, die waarschuwden voor de minder fraaie kanten van sociale media, het vertrouwen in onder meer Facebook leek weer te stijgen. Maar de mokerslag van deze week komt hard aan. Niemand had verwacht dat de nieuwe onthullingen zo'n orkaan van verontwaardiging met zich zouden meebrengen.

De Amerikaanse krant The New York Times en de Britse krant The Observer publiceren het getuigenis van een klokkenluider die mee aan de basis ligt van het databedrijf in het oog van de storm, Cambridge Analytica. Via een op het eerste gezicht onschuldig spelletje hebben medewerkers stiekem de gegevens van 50 miljoen Amerikanen te pakken gekregen. Wie zoveel data in handen heeft, kan veel meer dan een onschuldige marketingcampagne voeren. Massamanipulatie is mogelijk, dat vertellen toplui van Cambridge Analytica aan undercoverjournalisten van de Britse zender Channel. Dirty Old Tricks met nieuwe technologieën.

De Britse overheid wil Mark Zuckerberg ondervragen, net als het Europees Parlement. Amerikaanse politici zijn woedend, ook daar wordt hij in het parlement verwacht. En Zuckerberg wil komen. Dat is niet evident voor een beursgenoteerd bedrijf.

Onderzoekers willen antwoorden op vragen als: hoe eenvoudig is het wel niet om zoveel data te verzamelen? Dat de data jaren geleden al verkregen zijn en dat Facebook het heeft aangepakt toen, doet er niet toe. Het bedrijf dat openheid en transparantie van ons allemaal vraagt - "deel je leven, we willen de wereld samenbrengen" - heeft zelf nooit erg veel openheid getoond. Wie kan er aan onze data? In hoeverre worden onze gegevens met anderen gedeeld? Wat weet Facebook over ons? Hoe werkt dat bijzondere algoritme achter onze tijdlijn eigenlijk?

Wil de echte leider opstaan?

Het belangrijkste wat een bedrijf te bieden heeft, is vertrouwen. Dat vertrouwen moet Mark Zuckerberg terugwinnen. Althans bij de beleids­makers en bewindvoerders. Gewone gebruikers lijken nog altijd minder wakker te liggen van de hele privacydiscussie. Facebook is nog altijd leuk, we kijken nog altijd graag binnen bij andere mensen, we communiceren vlot via Facebook Messenger. Het is o zo handig. Maar we geven onze intiemste zielenroerselen wel stap voor stap weg.

Er wordt opgeroepen om massaal Facebookaccounts te verwijderen. Dat is een persoonlijke keuze. Ik verwijder het mijne alvast - nog - niet. Want is Facebook des duivels? Neen. Heeft Mark Zuckerberg slechte bedoelingen? Zeker niet. Het zijn wij, de gebruikers van Facebook, die mee bepalen wat er populair is op het platform. Daarnaast zijn het ook nog altijd mensen die technologie misbruiken om hun eigen agenda door te duwen. En omdat we allemaal nog altijd erg onwetend zijn over die nieuwe technologieën, staan we daar te weinig bij stil.

Dit worden cruciale weken voor Mark Zuckerberg. Ontpopt hij zich tot een echte leider die figuurlijk zijn boyscout-T-shirt en hoodie afschudt en neemt hij de verantwoordelijkheid die bij het gigantische monopolie dat Facebook heeft, komt kijken? Zijn statement op de hele heisa was in elk geval te weinig dat van een echte leider. Het interview op CNN vannacht was niet overtuigend genoeg. Hoe hard Facebook ook werkt aan de security van onze gegevens, dit is een imagostrijd en privacykwestie die Zuckerberg koste wat het kost moet winnen. Fix it.