Video player inladen ...

Het “klappen” van Ruben Van Gucht: een vorm van taalaccommodatie

Sporza-anker Ruben Van Gucht excuseerde zich in de jongste uitzending van Extra Time Koers. Van Gucht gebruikte het dialectwoord “klappen” in plaats van “spreken”. “Een typisch geval van taalaccommodatie”, zegt linguïste Eline Zenner. En de schuldige was…Tom Boonen.

Ex-wielrenner Tom Boonen was een van de panelleden in "Extra time koers". Met zijn bekende Kempisch accent had Boonen tijdens het Canvas-programma al een paar keer het woord “klappen” gebruikt. Het werkte blijkbaar aanstekelijk, waarna Ruben Van Gucht tot zijn eigen verbazing het woord overnam. Taalkundigen omschrijven het fenomeen als taalaccommodatie. Daarbij wordt taalgebruik aangepast onder invloed van een gesprekspartner.

Video player inladen ...

"Van Gucht vindt Tom een toffe gast"

Eline Zenner is taalkundige bij de KULeuven. In “De wereld vandaag” op Radio 1 beschreef ze het verschijnsel. “Via taal maak je je lidmaatschap van een sociale groep bekend. Je laat blijken tot welke sociale groep je wil behoren. Of je je wil aansluiten bij de spreker. Je kan het ook heel eenvoudig stellen: wat je bewondert, ga je imiteren. Onbewust neem je het taalgebruik van iemand over. Van Gucht liet hier onbewust blijken dat hij Tom Boonen een heel toffe gast vindt. Hij heeft hiermee zelfs gezegd dat hij tot de sociale groep van Tom Boonen wil horen.” 

Een drijvende factor in taalevolutie

Taalaccommodatie kan zich op vele manieren manifesteren. Het overnemen van woorden uit vreemde talen begint vaak bij taalaccommodatie. Ellen Zenner: “Een bekend voorbeeld was het MTV-programma “Pimp my ride” waarbij je een auto kon opleuken. Het programma heeft het woord pimpen in een mum van tijd doen doorbreken in onze taal. Het programma had blijkbaar zo’n uitstraling dat de kijkers het woord hebben gebruikt . En nu kan je alles pimpen. Van je keuken tot je seksleven. Taalaccommodatie is een van de drijvende factoren in taalevolutie.”

Ook het overnemen van een accent uit een andere taal is taalaccommodatie. Eline Zenner: “Praten we met een Nederlander en willen we die welgevallen, dan gebruiken we een Nederlandse tongval. Dit heeft ook te maken met onze Vlaamse taalonzekerheid. We hebben nog altijd het gevoel dat de standaardtaal die de Nederlanders gebruiken beter is dan de onze.”

Maar wat als je een gesprekspartner niet sympathiek vindt? Kan taalgebruik dan ook beïnvloed worden? Eline Zenner: “Het kan wel degelijk omgekeerd werken. Het kan zijn dat je iemand onsympathiek vindt. Praat deze figuur bijvoorbeeld dialect, dan gebeurt het dat je overdreven de standaardtaal gaat gebruiken. Een omgekeerd effect dus.”