Video player inladen ...

Hockeyspeelster: "Mannen krijgen sneller topsportstatuut dan vrouwen"

Aurélie De Caluwe is hockeyspeelster in een eersteklassen­ploeg. Ze wil met een topsportstatuut gaan studeren aan de UGent, maar stelt vast dat de erkenning moeizamer verloopt dan bij haar mannelijke collega's. Ze startte een petitie "gelijk rechten voor iedereen".

"Voor mannen is het al genoeg om in eredivisie te spelen om een topsportstatuut te krijgen, bij vrouwen ligt de lat hoger", zegt Aurélie De Caluwe. Ze is 16 jaar en traint 5 uur per week in ploeg. Daar komen ook nog uren conditie- en krachttraining bij. "Aan de universiteit van Hasselt is er geen onderscheid tussen mannen en vrouwen, maar aan de UGent, waar ik heen wil, wel." Daarom startte ze samen met een paar vrouwen een petitie.

Ugent spitst de oren

Mathieu Lenoir van de UGent houdt zich bezig met topsportstatuten aan de universiteit. Het statuut bestaat al 25 jaar. Het idee: als topsporter hoef je niet te kiezen tussen je sport of studeren. Als je het statuut eenmaal hebt, is het mogelijk examens en taken flexibeler te regelen. 

"Er is inderdaad een verschil tussen mannen en vrouwen", geeft Lenoir toe. "Aan de UGent gaan we ervan uit: hoe meer beoefenaars van de sport, hoe meer concurrentie aan de top en hoe moeilijker het is om een bepaald niveau te behalen. Sport per sport - en ja, ook per gender - wordt bekeken welk niveau je moet behalen om het topsportstatuut te krijgen."

Neem nu hamerslingeren: als man moet je een redelijk niveau halen om tot de 50 besten te behoren, terwijl zo weinig vrouwen die sport kiezen dat ze al snel in de top zitten.

Het zogenoemde concurrentiemodel is dé factor om zonder discussie een topsportstatuut te krijgen aan de UGent. "Maar daar eindigt het niet. Als je niet aan die strikte regels voldoet, kijken we ook naar de context. Hoeveel moet je trainen? Is het een ploegsport en ben je dus weinig flexibel omdat je rekening moet houden met je team?

Op dit moment zijn er tientallen sporters die niet aan de strikte criteria voldeden, maar toch het statuut kregen omdat ze anders met hun sport moesten stoppen. Dat kostte inderdaad iets meer moeite om het statuut te verkrijgen."

"Maar het is absoluut een debat dat gevoerd moet worden", voegt de UGent eraan toe. "Ik denk dat het intussen 7 à 8 jaar geleden is dat er nog eens samengezeten is. Het zou zinvol zijn de topsportwerkingen van alle onderwijsinstellingen te vergelijken. Op dat punt hebben de meisjes gelijk. Het zou inderdaad niet mogen dat er zoveel verschil zit tussen onderwijsinstellingen."