Verschil tussen hoogste en laagste lonen groeit

De loonspanning - het verschil tussen de hoogste en de laagste lonen - staat op het hoogste peil in zes jaar, heeft hr-bedrijf Acerta berekend.

In 2017 bedroeg de loonspanning 2,81. Als het loon van 100 werknemers wordt bekeken, dan verdiende de tiende best betaalde persoon 2,81 keer meer dan de tiende slechtst betaalde. In 2016 en 2015 bedroeg de loonspanning respectievelijk 2,72 en 2,71. In zes jaar tijd is de kloof met 5% gegroeid.

"War for talent"

 Het zijn vooral de topsalarissen die nog aandikken. Dat heeft te maken met de “war for talent” en de grotere mobiliteit van werknemers, zegt Acerta-directeur Dirk Wijns. "Werknemers met hogere profielen zijn dikwijls heel erg gegeerd", zegt Dirk Wijns in De Ochtend op Radio 1. "Zij hebben de keuze: ofwel gaan ze naar een andere werkgever die meer betaalt, of ze groeien door in hun eigen bedrijf, ook met meer loon."  

Een tweede oorzaak van de groeiende loonspanning is dat de economie aantrekt. Daardoor stijgt ook de variabele verloning, iets waar vooral de hogere lonen het meest van profiteren. Lagere lonen stijgen ook, maar zeker niet zo snel. "Er is een verschil in de versnelling", zegt Dirk Wijns.

Acerta verwacht dat de loonspanning in 2018 nog meer zal stijgen. Die is wel nog altijd kleiner dan in de buurlanden. Dat komt doordat in ons land de meeste lonen sectoraal worden vastgelegd.