Video player inladen ...

Factcheck: F-16's zijn jonger dan N-VA beweerde

In "De zevende dag" waren N-VA en SP.A het grondig oneens over de ouderdom van onze F-16-jagers. N-VA-Kamerlid Karolien Grosemans zei dat de oudste toestellen uit 1976 dateren. Maar uit navraag van VRT NWS bij defensie blijkt dit niet te kloppen.

Het debat over hoe lang onze F-16's nog operationeel kunnen vliegen, hangt deels af van hoe oud die vliegtuigen precies zijn. De eerste bestelling om Amerikaanse F-16's "Fighting Falcon" te kopen om de oudere Starfighters F-104 of Mirages te vervangen, werd midden de jaren 70 genomen door de Belgische regering. Het eerste toestel werd in januari 1979 geleverd aan de Belgische luchtmacht.

In "De zevende dag" gingen SP.A-voorzitter John Crombez en Kamerlid Karolien Grosemans (N-VA), tevens voorzitter van de Kamercommissie Defensie, er vanochtend over in discussie. 

"Het bouwjaar is van 1976", zei Grosemans toen haar gevraagd werd hoe oud de F-16's zijn. "De toestellen zijn 40 jaar oud." Maar Crombez zei dat de vliegtuigen veel jonger zijn, zonder te zeggen hoe oud precies.

Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) had het vanmiddag bij VTM Nieuws eerst over "een toestel van  50 à 60 jaar" (wellicht slaat dat op het begin van de ontwikkeling). Maar na een opmerking van VRT NWS-journalist Ivan De Vadder corrigeerde de minister zichzelf en had hij het over 1980. Nadien meldde hij dat ze van 1982 tot 1991 dateren. Ze zijn dus 27 tot 36 jaar oud. (Lees verder onder de tweet.)

Hoe zit het nu?

VRT NWS-journalist Bart Verhulst vroeg het aan Defensie en het leger kwam met de volgende cijfers naar buiten. Allereerst dit: de eerst geleverde toestellen zijn inmiddels uit de vlucht genomen of aan het buitenland verkocht.

Van de 54 toestellen die nu nog door onze luchtmacht -luchtcomponent eigenlijk- nog gebruikt worden, dateren de oudste uit 1982 en 1983. Het gaat dan om 11 toestellen. Voor de volledigheid ziet de samenstelling van de vloot er als volgt uit:

  • geleverd in 1982-1983: 11 vliegtuigen
  • geleverd in 1984-1985: 10 vliegtuigen
  • geleverd in 1988-1991: 33 vliegtuigen

Leeftijd en vlieguren zijn niet alles

Samengevat dateren de meeste van onze F-16's dus van ergens eind de jaren 80 tot begin 90. Daarna is de Koude Oorlog officieel geëindigd en zijn er dus geen nieuwe bestellingen meer geplaatst. Midden de jaren 90 zijn al die toestellen grondig gemoderniseerd en sindsdien zijn er periodieke aanpassingen, ergens om de drie tot vijf jaar, vooral dan op gebied van elektronica en software.

Nu is leeftijd niet enkel in jaren uit te drukken, ook niet voor vliegtuigen. Uiteraard speelt ook het element mee hoeveel vlieguren de toestellen op de teller hebben. Het kan dus dat een toestel uit 1988 meer sleet ondervonden heeft dan een uit 1985. Een belangrijk criterium is ook welk soort van vluchten een toestel onderneemt. Gewone oefen- of bewakingsvluchten vergen minder dan gebruik in oorlogstijd, zoals in de Balkan in de jaren 90 of meer recent in Afghanistan, boven Libië of tegen IS in Syrië.

Als het toestel langer zou kunnen vliegen dan voorzien, moet dat uiteraard ook aangepast worden en ook op dat vlak zijn SP.A en N-VA het grondig oneens. Volgens de SP.A kost dat weinig, volgens de N-VA zou het langer laten vliegen van de F-16's tot 2,2 miljard euro kunnen kosten en is dat de moeite niet waard. N-VA-Kamerlid Grosemans legde ook het criterium van de veiligheid van de piloten op tafel.

Een ander discussiepunt in het debat is hoe de Amerikanen zelf omgaan met hun luchtmacht. Die hebben zowel nieuwe F-35's als gemoderniseerde F-15's en F-16's in dienst, maar ook B-52's of strategische bommenwerpers die dateren uit de jaren 50. Die laatste zou nog tot 2040 kunnen vliegen, maar het gaat dan wel niet om wendbare gevechtsvliegtuigen en dat is dus appelen en peren vergelijken. Ook de enorme omvang van de USAF is natuurlijk geen vergelijkingspunt met onze luchtmacht.

Een Belgische F-16 in Kandahar in het zuiden van Afghanistan, een tiental jaar geleden.