Video player inladen ...

Tot 15 jaar gevraagd op proces tegen Nigeriaanse mensenhandelaars die voodoo gebruikten    

Op een belangrijk proces tegen Nigeriaanse mensenhandelaars heeft de openbaar aanklager straffen tot 15 jaar gevraagd. Er staan elf mensen terecht. Maar waarvoor staan ze precies terecht? En wat is de inzet van dit proces? Vijf vragen en antwoorden. 

1. Waarover gaat het proces?

De feiten situeren zich in een periode van 3,5 jaar, tussen december 2013 en mei 2017. De gebeurtenissen vonden plaats in Brussel, in het kwartier achter het Noordstation. In vier straten concentreert zich raamprostitutie met vooral Afrikaanse vrouwen. 

De prostituees worden uitgebuit door een ‘madame’, een Nigeriaanse variant op pooierschap. Zij rekruteerde en exploiteerde de meisjes. Daarnaast is er exploitatie via de baruitbater. Typisch voor Brussel is het systeem van de zogenaamde carrés, de vitrines die voor veel geld verhuurd worden volgens het 'Yemeshe'-systeem, typisch voor het Nigeriaanse prostitutiemilieu. Een meisje dat geen vaste prostitutieplaats heeft, krijgt de mogelijkheid van een contractuele prostituee om zich voor enkele uren te prostitueren achter haar vitrine. Het meisje moet dan een soort huurgeld betalen.  

Het onderzoek kwam in de media toen in mei 2017 op 31 plaatsen in Schaarbeek en Sint Joost ten Node huiszoekingen plaatsvonden en vijf mensen werden gearresteerd. Er werd toen gesproken over “een van de meest belangrijke onderzoeken in de sector.” Het was het sluitstuk van een maandenlang onderzoek geleid door de cel Mensenhandel van de Federale Politie. In de Brusselse eenheid zitten een aantal mensen met een bijzondere expertise over Nigeriaanse prostitutie. Dat is nodig vanwege het culturele aspect. Nigeriaanse prostitutienetwerken zijn gebaseerd op voodoo, zwarte magie.

2. Wat is de rol van voodoo bij Nigeriaanse prostitutie?

Die rol is bijzonder sterk. Meer, het is dé bepalende factor. Nigeriaanse meisjes geloven erg in het voodooritueel en dat maakt dat ze er ook helemaal aan onderworpen zijn. In het thuisland leggen ze een soort van eed af waarbij ze eeuwig trouw zweren. Bovendien gaan ze een schuld aan in de orde grootte van 35.000 à 50.000 euro, die dan via het prostitutiewerk moet terugbetaald worden.

Voodoo is een even bizarre als efficiënte methode om mensen (mentaal) onder controle te houden. De ‘voodoopriester’ heeft van elk slachtoffer een zakje met daarin een mix van vinger- of teennagels, schaam- of okselhaar, menstruatiebloed, zeep …. waarmee hij hen onder controle houdt. 

Het verklaart ook waarom de strijd tegen deze bijzondere vorm van mensenhandel zo moeilijk verloopt. Zelfs als meisjes (als slachtoffer) door de politie worden opgepakt, is de bereidheid om mee te werken bijzonder klein uit angst voor de gevolgen. De politie slaagt er om die reden slechts erg moeizaam in het vertrouwen te winnen van de slachtoffers. Anderzijds leidt een humane aanpak van de slachtoffers tot een meerwaarde voor het onderzoek. 

3. Wie staat terecht?

Er staan in totaal elf mensen terecht. Ze zijn overwegend afkomstig uit Nigeria (4). Verder ook uit Haïti, Togo, Turkije, Congo en België.  Vijf onder hen zitten in voorlopige hechtenis. Dat is een van de redenen waarom het proces, naar Belgische normen, redelijk snel plaatsheeft. Bij de bepaling van de rechtbankzittingen wordt o.a. rekening gehouden met het gegeven of er al dan niet mensen preventief van hun vrijheid beroofd zijn.  

Hoofdbeklaagde is U.D.E., een Nigeriaanse vrouw van 50 jaar. Zij werkte lange tijd zelf als prostituee maar klom op tot zogenaamde ‘madame’, door sommigen ook ‘mamma’ genoemd. In realiteit komt het erop neer dat ze fungeerde als pooier. Via lokale rekruteerders in Nigeria liet ze meisjes overkomen naar Brussel om ze voor haar hier te laten werken. 

Voor deze vrouw vraagt het openbaar ministerie de maximumstraf, 15 jaar. Haar handlangers riskeren straffen van vijf tot acht jaar cel. Zij stonden onder andere in voor het vervoer van de slachtoffers vanuit Nigeria naar Brussel en de controle op het prostitutiewerk. Tegen vier eigenaars van panden met vitrines, die samenwerkten met de Nigeranen, eist de openbaar aanklager celstraffen van 30 en 40 maanden.

4. Waarvan worden ze beschuldigd?

De beschuldiging luidt “exploitatie van ontucht of prostitutie van een minderjarige”. Het gaat over  één iemand onder de zestien jaar, één iemand boven de zestien jaar.  De verdachten worden bovendien beschuldigd van “mensenhandel”. 

In het verlengde hiervan is er ook de beschuldiging “lidmaatschap van een criminele organisatie gericht op de overbrenging en controle van Nigeriaanse meisjes met als doel hun prostitutie uit te buiten” en “witwassen van de door hen verdiende opbrengsten.”

Verder is er de verzwarende omstandigheid dat men misbruik heeft gemaakt van “de kwetsbare toestand” door “listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang of ontvoering”. In de beschuldiging wordt ook expliciet verwezen naar de “slechte en armoedige thuissituatie”.

Maar ook vier verhuurders (Turkse Belgen en een Congolees) worden beschuldigd van kamers te hebben verhuurd “met het oog op prostitutie met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren.”  

Wat de woorden ‘verdiende opbrengsten’ en ‘abnormaal’ betekenen, komen we te weten als we de afzonderlijke vordering tot verbeurdverklaring lezen. Die sommen geven een idee van de geraamde geldwaarde van de gedane zaken. Bij de hoofdbeklaagde gaat dat om welgeteld 2.931.099,6 euro. Bij de andere beklaagden spreken we over een bedrag tussen de 12.600 en 212.900 euro. Alles samen vraagt het openbaar ministerie een verbeurdverklaring van ruim 3 miljoen euro. 

Het geeft een concreet idee over de gigantische sommen die in deze sector verdiend worden. Het overgrote deel van het crimineel verdiende geld vloeit terug naar het thuisland via het systeem van ‘Black Western Union’, mensen die tot twee keer per maand van Brussel naar Bénin vliegen met hun valiezen letterlijk vol met geld, een systeem dat geen sporen achterlaat.    

5. Wat met de slachtoffers?

In het dossier is er sprake van een 80 tal slachtoffers waarvan één vierde niet geïdentificeerd is (enkel de voornamen of roepnamen zijn bekend).

Slachtoffers zijn niet snel geneigd mee te werken met de politie (zie hoger). Als meisjes toch besluiten mee te werken, kunnen ze een statuut ‘slachtoffer mensenhandel’ krijgen waarbij hun (illegaal) verblijft ook geregulariseerd wordt. Voor minderjarigen geldt dat die automatisch in een traject van niet-begeleide minderjarigen terecht komen.

Maar de meerderjarige slachtoffers moeten wel zelf ook een klacht indienen en voldoende meewerken met het onderzoek en, evident, uit het beroep stappen.  

Er zijn in ons land drie erkende centra voor de opvang van slachtoffers van mensenhandel: Payoke (Vlaanderen), PAG-ASA (Brussel en Süriya (Wallonië).

Herbekijk het interview met Klaus Vanhoutte van Payoke in "Terzake"

Video player inladen ...