"Betonstop betekent besparing van 1,8 miljard in strijd tegen wateroverlast"

Een betonstop loont als we kijken naar wat het zal kosten om toekomstige wateroverlast tegen te gaan. Dat blijkt uit een studie in opdracht van Vlario, een publiek-privaat overlegplatform voor de riolerings- en afvalwaterzuiveringssector. De conclusie luidt dat een besparing van maar liefst 1,8 miljard euro mogelijk is.

De Vlaamse ondergrond is vandaag voor 14,5 procent verhard. Bij ongewijzigd beleid zou dat tegen 2040 aangroeien tot 17 procent, wat aanzienlijk extra wateroverlast zou kunnen opleveren. Met haar Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), beter bekend als de betonstop, wil de beleidsmakers de verharding evenwel beperken tot 15 procent.

De investeringen om de bijkomende verharding op te vangen tegen 2040 dalen van ongeveer 3,4 miljard naar 1,6 miljard

Bijkomende investeringen, in riolen en waterbuffercapaciteit, zijn sowieso nodig, maar de betonstop kan de uitgaven beperken, zo toont de nieuwe studie. "Uit de resultaten blijkt dat tegen 2040 ongeveer 3,4 miljard euro nodig is om de bijkomende verharding op te vangen. Door het BRV zouden de nodige investeringen dalen tot 1,6 miljard euro, ofwel een besparing van 1,8 miljard euro", klinkt het.

Er werd ook gekeken naar de noden rond extra waterzuivering, die vooral zullen opduiken in en rond de steden, waar de betonstop voor verdichting zal zorgen.

Wat in en rond de steden?

Er werd ook gekeken naar de noden rond extra waterzuivering, die vooral zullen opduiken in en rond de steden, waar de betonstop voor verdichting zal zorgen.

"Uit de studie blijkt nogmaals het belang van het uitbouwen van bronmaatregelen (waterbuffers, red.) en het afstemmen van ruimtelijke planning en waterbeheer. Creatieve ontwerpen met minder verharding en geïntegreerde bronmaatregelen zorgen voor maatschappelijk, ecologische én economische voordelen", klinkt het.

Vlario wijst er voorts op dat ook de klimaatverandering voor extra uitdagingen zorgt, met meer piekregens en langere droogteperiodes..