Van Overtveldt over Luxemburgse postbus­constructies: "Probleem moet Europees aangepakt worden"

"Dit is een problematiek die de nationale wetgeving en de organisatie van de fiscus overstijgt." Dat zegt minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) over het onderzoek van De Tijd en Le Soir naar Luxemburgse postbus­vennoot­schappen. Oppositiepartij SP.A wil dat de regering "de boulevard voor belastingontwijking" sluit.

De honderd rijkste families van ons land hebben samen ruim 48 miljard euro geparkeerd bij meer dan 160 postbus­vennootschappen in het Groothertogdom Luxemburg. Dat blijkt uit 1,5 miljoen documenten uit het Luxemburgse bedrijvenregister die De Tijd en Le Soir hebben onderzocht.

De postbusvennootschappen bestaan alleen op papier en gebruiken een Luxemburgs adres waar nog tientallen tot duizenden andere postbus­vennootschappen gehuisvest zijn. Ze betalen er meestal een jaarlijkse minimum­belasting van 4.815 euro. Plaatselijke advieskantoren regelen alle verplichtingen.

Volgens minister Van Overtveldt overstijgt het probleem de nationale wetgeving en de organisatie van de fiscus. De minister legt de bal in het kamp van de EU. "Indien er vandaag nog altijd Europese lidstaten zijn die postbusconstructies of andere fiscale systemen actief faciliteren, waarbij de belastbare basis voor andere lidstaten afgeroomd wordt, dan moet dat Europees aangepakt worden."

Van Overtveldt maakt zich wel sterk dat de fiscus in ons land vandaag "dankzij de sterk toegenomen informatie-uitwisseling al over heel wat financiële en fiscale gegevens uit Luxemburg beschikt", maar zegt dat de fiscus enkel kan optreden als er fiscale onregelmatigheden zijn vastgesteld. "In deze dossiers is het volgens de letter van de wet van belang dat er aangetoond kan worden of de werkelijke leiding van de vennootschap in Luxemburg aanwezig is."

SP.A wil dat regering "boulevard voor belasting­ontwijking" sluit

Oppositiepartij SP.A wil dat de regering "de boulevard voor belasting­ontwijking" sluit. "Het is veel te gemakkelijk om via buitenlandse postbus­vennootschappen Belgische belastingen te ontwijken", zegt Kamerlid Peter Vanvelthoven. "Onze wetgeving is te laks want voor de rechtbank bijt de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) haar tanden stuk in dossiers waar het duidelijk om postbusvennootschappen gaat. Alleen als er werkelijke economische activiteit plaatsvindt, zouden we vennootschappen als echte ondernemingen mogen beschouwen."

Alleen als er werkelijke economische activiteit plaatsvindt, zouden we vennootschappen als echte ondernemingen mogen beschouwen.

SP.A-Kamerlid Peter Vanvelthoven

Vanvelthoven pleit voor duidelijke criteria in de wet die garanderen dat er sprake is van zo'n economische activiteit. "Zo zou het een voorwaarde moeten zijn dat er lokale tewerkstelling is, zowel op niveau van het management als de stafdiensten, met de juiste kwalificaties om de activiteiten, die aan de vennootschap worden toegeschreven, uit te voeren zonder supervisie vanuit België. De vennootschap moet ook over de faciliteiten (bureaus, computers, telefoon, bankrekening...) beschikken om de haar toegewezen opdracht in werkelijkheid te vervullen. De vergaderingen van het management moeten ook echt in Luxemburg plaatsvinden."

Als een rechter aan de hand van die criteria kan vaststellen dat er geen sprake is van werkelijke economische activiteit, maar wel van een loutere postbusvennootschap, dan kunnen de fiscus en het parket de vennootschap als "Belgisch" beschouwen en onderwerpen aan de Belgische vennootschaps­belasting, argumenteert Vanvelthoven. "Alleen met duidelijke wetgeving zullen fiscus en parket de mogelijkheid hebben om het kaf van het koren te scheiden, om brievenbusvennootschappen van echte vennootschappen te onderscheiden."