Brusselse regering bereikt akkoord over kinderbijslag

De Brusselse regering heeft een akkoord bereikt over de Brusselse kinderbijslag. Het nieuwe systeem gaat in vanaf 1 januari 2020 en in tegenstelling tot in de andere gewesten geldt het ook voor de kinderen die voor die datum geboren zijn. Het basis bedraagt 150 euro per kind en er zijn sociale correcties ingebouwd.  

Kinderen van 0 tot 12 jaar kunnen rekenen op een basisbedrag van 150 euro voor alle kinderen die na 1 januari 2020 geboren zijn. Kinderen die voordien geboren zijn, krijgen 140 euro tot eind 2025. Vanaf 1 januari 2026 krijgen zij ook 150 euro. Kinderen tussen 12 en 24 jaar krijgen een basisbedrag van 160 euro. Dat wordt opgetrokken tot 170 euro, indien ze hogere studies volgen.

De Brusselse regering voert ook een "stand still" in, waardoor geen enkel gezin erop achteruit zou gaan. De geboortepremie voor het eerstgeboren kind is vastgelegd op 1.100 euro en op 500 euro voor de volgende kinderen.
Grotere toeslagen komen er voor gezinnen met een inkomen dat lager ligt dan 45.000 euro en nog grotere toeslagen voor gezinnen met een inkomen lager dan 31.000 euro.

Voor de eenoudergezinnen met meerdere kinderen in de laagste inkomens wordt nog eens een bijkomende inspanning gedaan. Naast de inkomsten uit arbeid wordt voor de berekening van deze categorieën ook rekening gehouden met het bezitten van twee of meerdere woningen.

“We hebben er bewust voor gekozen om een sociaal systeem uit te werken dat rekening houdt met de specifieke situaties van de gezinnen in het Brussels Gewest", zegt minister Pascal Smet. "We gaan voor een lager basisbedrag dan Vlaanderen maar met meer sociale toeslagen, omdat we meer arme en lage middenklassengezinnen hebben die de extra ondersteuning kunnen gebruiken."

Het CDH lag in de Brusselse regering lang dwars over het nieuwe kinderbijslagmodel, omdat het te duur zou zijn en uiteindelijk zou leiden tot een lager bedrag in vergelijking met de Vlaamse en Waalse gezinnen.