Japanse oester rukt op in Waddenzee en... beschermt de mossel

Uitheemse soorten worden vaak als schadelijk beschouwd, maar de Japanse oesters die oprukken in de Waddenzee blijken voor mosselen een meerwaarde te hebben. Onderzoek van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ)  toont aan dat de oesters de mosselen beschermen tegen natuurlijke vijanden. 

De Japanse oester is grilliger van vorm dan onze inheemse oester. Het is een exoot die normaal enkel in Zuidoost-Azië en Japan voorkomt, maar die in onze streek is geïntroduceerd in de jaren zestig van vorige eeuw, toen na enkele strenge winters en de "oesterziekte" de inheemse oester sterk achteruit is gegaan. De Japanse oester heeft zich uit de kwekerijen verspreid naar de natuur. 

Oester biedt bescherming

De Japanse oesters zijn goede rifbouwers. Uit het Nederlands onderzoek blijkt nu dat ze de mosselen in de Waddenzee beschutten tegen natuurlijke vijanden, zoals de scholekster, eidereend, zilvermeeuw en strandkrab. "Vooral de kleine mosseltjes profiteren van de bescherming van het oesterrif", zegt onderzoeker Andreas Waser.  Er zijn ook nadelen. De mosselen worden weliswaar minder snel opgegeten, maar ze groeien ook minder snel dan soortgenoten op een bank zonder oesters. Dat komt doordat ze om voedsel concurreren.

Het onderzoek toont aan dat de exoten niet per se slecht zijn. Dat blijkt ook uit ander onderzoek naar een andere exoot in de Noordzee: de Amerikaanse zwaardschede. Dat is nu een van de meest voorkomende schelpen op het strand.  Vogels beginnen zich er stilaan aan aan te passen. Bij het begin van hun komst waren ze niet in staat om de Amerikaanse zwaardschede te openen en op te eten, maar nu stilaan wel. 

We mogen niet langer zwart-wit denken over exoten.

Jan Seys, Vlaams instituut voor de zee (Vliz)

Aan de andere kant wijst ander onderzoek er dan weer op dat de Japanse oester een reservoir van parasieten kan zijn, die dan weer gevaarlijk zijn voor inheemse soorten.  Het bewijst volgens Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee dat de komst van exoten een genuanceerd verhaal is. 

Voor de mosselkweek heeft de Nederlandse studie weinig gevolgen. De mosselen die we eten worden vooral in de Oosterschelde gekweekt in mosselbedden. Daar groeien geen Japanse oesters tussen. In het wild maken de Japanse oesters het trouwens ook moeilijk om de mosselen nog te oogsten.