Video player inladen ...

Onze onderwijsspecialiste ging voor "Pano" terug naar de lagere school: "Soms dacht ik: hoe doen ze het toch?"

VRT-onderwijsspecialiste Brigitte Vermeersch trok voor het magazine "Pano" naar drie lagere scholen. Hoe gaan die om met de (vaak grote) verschillen tussen leerlingen? Wat is haar opgevallen en wat heeft ze geleerd?

Eerste halte: ’t Kofschip in Edegem

Al bij het binnenkomen van de school valt het op: alle turnzakjes aan de kapstokken hebben dezelfde zachtgroene kleur als de deuren en de muren van de gang. En dat is heel bewust gedaan, vertelt directrice Marleen Driesmans, om een sfeer van rust te creëren en te felle prikkels te vermijden. Het typeert de directrice die al jaren samen met haar team werkt aan een zorgbeleid waarbij elk kind zich goed voelt. Marleen Driesmans spreekt zelf van een “klimopbeleid”, want het is de bedoeling dat elk kind bijleert en vooruitgaat.

De helft van de klas heeft extra zorg nodig. Ik ben verrast als ik van juf Veerle van het eerste leerjaar hoor hoeveel kinderen er in haar klas extra zorg nodig hebben. Ze moet zelf even nadenken bij de hele opsomming. “Ik heb 23 kinderen in de klas. 1 kind met autisme, 3 kinderen hebben concentratieproblemen, 3 kinderen zijn hoogbegaafd, 1 kind heeft gedragsproblemen, 2 kinderen zijn hoogsensitief en 2 kinderen hebben een jaartje overgedaan.” Meer dan de helft van haar kinderen dus.

Het is leuk om te horen hoe de school zelf naar oplossingen heeft gezocht om elk kind de nodige begeleiding en zorg te geven. Juf Veerle werkt daarvoor nauw samen met haar collega juf Lin van het eerste leerjaar in de klas naast die van haar. Ze delen de klasgroep in 3 niveaus in: een middengroep die toen we langs kwamen een les rekenen kreeg van juf Lin, terwijl juf Veerle zich kon bezighouden met een kleiner groepje leerlingen die extra oefening nodig hadden. De kinderen die de leerstof al onder de knie hadden, mochten zelfstandig in de refter vlakbij werken in hun “plusmap”, waar ze zich in moeilijkere oefeningen konden verdiepen.

En juf Veerle en juf Lien waren ook heel trots dat de directie oor had gehad naar hun idee van een toverdeur. Een deur tussen hun twee klassen, waardoor het veel makkelijker is om samen te werken en groepjes te vormen per niveau.

Video player inladen ...

Ik was ook verrast toen plots in de refter mama’s opdoken om de juf te helpen (papa’s waren er deze keer niet bij). Zij lieten de kinderen testjes doen om te zien of ze de leerstof hadden begrepen en noteerden bij wie het goed ging en wie nog wel herhaling nodig had. Een goed idee van de juf, vond ik.

Alles leek hier op het eerste gezicht harmonieus te verlopen. Waar is die grote werkdruk waar zo over wordt gesproken, vroeg ik me af. Maar die kreeg ik meteen te zien toen juf Veerle alleen voor haar 23 bengels stond. Zoveel vingertjes in de lucht, terwijl ze bezig was met een kind dat een probleempje had met zijn speciale bril en koptelefoon, die hij moet dragen om te kunnen functioneren. Op zo’n moment is het goed dat juf Lin mee in de klas staat, zegt juf Veerle. “Dan gaat het stressniveau bij mij meteen naar beneden, want je weet dat zij de andere kinderen kan opvangen als jij bezig bent met een kind dat hulp nodig heeft.”

Wat ik leer uit dit eerste schoolbezoek? Dat een duidelijke visie op een zorgbeleid erg belangrijk is. Dat het leuk is als collega’s goed kunnen samenwerken en elkaar vooruithelpen. Maar ook dat leerkrachten hier meer ondersteuning vragen op de klasvloer om elk kind de nodige begeleiding te kunnen geven.

Tweede halte: Windekind in Ninove

Van Edegem naar Ninove. Als we op zoek gaan naar de klas van juf Maaike vallen ons de maaltafels en de rekenformules op die tussen de traptredes zijn aangebracht. Leerlingen kunnen hier nog een laatste keer spieken voor hun rekentoets. Juf Maaike geeft les aan het vierde leerjaar en heeft de handen vol met haar jongens en meisjes. Die gaan nogal snel met elkaar in conflict, vertelt ze, en dus moet ze na elke speeltijd bemiddelen om te voorkomen dat gepest en geruzie uit de hand loopt.  

Video player inladen ...

Juf Maaike heeft zelf vandaag geen toezicht op de speelplaats, zij blijft langer om de studiebewaking te doen na school. Maar haar collega’s moeten alle zeilen bijzetten om die uitgelaten veulens daar in toom te houden. Op de speelplaats die veel te klein is voor 250 lagere schoolkinderen, botsen die soms tegen elkaar op met valpartijen en wenende kinderen als gevolg.

Juf Maaike geeft hier in Ninove nu 6 jaar les en heeft bewust gekozen voor een job in het onderwijs. Maar af en toe valt het zwaar, zegt ze. Vooral als kinderen plots, emotioneel helemaal in de knoop, door het lint gaan en soms zelfs de klas uitlopen. “Op dat moment moet je dat kind dat buiten zichzelf is, proberen te kalmeren en het tegen zichzelf beschermen.” Maar daarbij deelt ze zelf soms in de klappen. “Toch geeft het ook een goed gevoel”, zegt ze, “als zo’n kind dan later naar je toekomt en zegt: bedankt juf, dat je me toen hebt gekalmeerd zodat er geen ergere dingen zijn gebeurd”.

Gelukkig krijgt juf Maaike op zo’n moeilijk moment de volle steun van haar directie. Die begrijpt dat ze dan even moet bekomen en na zo’n incident niet meteen haar klas weer in kan. Als juf Maaike dus 1 ding mag wensen dan is dat psychologische hulp op school, zegt ze, voor de leerlingen. “Want het zijn hun problemen die ik zelf niet kan oplossen, die ik mentaal meeneem naar huis.”

Vindt juf Maaike dan dat ze een zwaar beroep heeft? “Een moeilijke vraag”, vindt ze, “wanneer ik naar huis ga ben ik moe, fysiek én mentaal. Anderzijds kan ik wel zeggen dat de kinderen vaak energie geven, met hun knuffels en hun lieve gebaren laten ze mijn dag zo voorbij gaan. Ze zijn mijn energievreters, maar ook mijn energieboost.”

Wat ik leer uit dit tweede schoolbezoek? Infrastructuur is belangrijk: ruimte voor de kinderen om te bewegen en zich af te reageren. Maar ook plekken voor leerlingen en leerkrachten om in (niveau)groepen te werken en aan co-teaching te doen. En ik onthou dat ook juf Maaike graag meer ondersteuning wil, psychologische hulp, voor haar emotioneel gekwetste leerlingen.

Derde halte: de Zeppelin in Geraardsbergen

Van Ninove naar Geraardsbergen, waar ik kennis maak met een ervaren rot in het vak. Meester Patrick geeft al meer dan 30 jaar les, hij staat nu in een zogenoemde graadklas waar het vijfde en zesde leerjaar samen in 1 klas zitten. Ik sta letterlijk paf als ik hoor wie er allemaal bij hem in de klas zit. “Ik heb effectief een 5-tal leerlingen die Nederlandstalige Belgen zijn. Daarnaast heb ik een 5-tal Afrikaanse kinderen, 1 Portugees gezin, 1 Syrisch gezin, 1 Irakees gezin, 1 Koreaans gezin, 1 Chinees gezin, 1 Armeens gezin en 1 gemengd gezin Palestijns-Tsjetsjeens."

Maar dat is nog niet alles. 14 van zijn leerlingen hebben ook extra zorg of begeleiding nodig. Zoals Ibrahim, een Syrische jongen die nog maar 6 maanden in ons land is. Hij oefent Nederlands met een beeldwoordenboek op de computer, terwijl de rest van de klas in een boek leest. Er is ook een jongen die zwaar dyslectisch is en aan de slag gaat met een speciaal programma dat meester Patrick voor hem klaarmaakt op de laptop. En dan zijn er nog de middengroep uit 5 en 6 die gewoon meekunnen en de knappe koppen die ook moeten worden uitgedaagd en het miniklasje dat extra ondersteuning en oefening nodig heeft. Ik ben echt onder de indruk hoe hij dit geheel als een orkestmeester beheerst. De leerlingen zijn ook altijd actief bezig en weten perfect wat ze moeten doen.

Video player inladen ...

Toch is dit niet vanzelfsprekend. 6 van de 23 leerlingen van meester Patrick zijn dit schooljaar gearriveerd op de school. Wat uitzonderlijk is voor leerlingen die al in het vijfde of het zesde zitten. Vaak gaat het om emotioneel gekwetste leerlingen, waar ze in andere scholen geen weg meer mee weten, vertelt meester Patrick. "Als ze aankomen staan ze soms letterlijk te bibberen op hun benen uit schrik dat ze hier weer zullen uitgelachen of vernederd worden. Maar hier krijgen ze de kans om zichzelf terug te vinden en te herstellen van wat emotioneel verkeerd is gegaan."

Maar hoe doe je dat? Leerlingen en hun meester die samen voor elkaar zorgen. Het is indrukwekkend: want ik zie het echt, als een Koreaanse jongen zijn buur die heel verdrietig is, probeert te troosten. En de Palestijnse knappe kop die de Syrische jongen helpt bij zijn rekenen. Het toverwoord blijkt “respect” te zijn, respect voor elkaar.

Bij dit derde schoolbezoek denk ik: van deze ervaren leerkracht zou ik veel kunnen leren. En chapeau voor het prachtige werk dat hij doet met deze jonge kinderen. Maar opvallend: ook hij wil graag meer ondersteuning voor een goeie begeleiding van zijn leerlingen.

Herbekijk de volledige "Pano"-reportage:

Video player inladen ...