Video player inladen ...

Nog duizenden lijken van IS-strijders en burgerslachtoffers in straten van Mosul

Duizenden lichamen liggen in de straten en platgebombardeerde huizen van Mosul. Het is de naamloze erfenis van IS, die meer dan een half jaar geleden verslagen werd in de op twee na grootste stad van Irak. Ondertussen wachten de inwoners nog steeds op hulp bij de bergingswerken. Maar een reactie van de federale overheid blijft uit. VRT-journalist Rudi Vranckx brengt een bezoek aan de oude stad, waar vrijwilligers en gemeentewerkers lijken ruimen.

“Ik heb zelf een dode IS’er uit mijn huis moeten halen,” vertelt Majid Hamid Muhsien, een van de inwoners van die aan de heropbouw meewerkt. Doorheen de stad maken vrijwilligers de straten, bibliotheken en universiteiten schoon. En daarbij stuiten ze op het ene lijk na het andere.

“Je ziet het onderscheid vaak niet tussen burgerslachtoffers en IS-strijders”, zegt Majid terwijl hij de stad toont. Sommige huizen herbergen de lichamen van groepjes vrouwen en kinderen, die als menselijk schild werden gebruikt. In kelders liggen tientallen burgers en IS-strijders op een hoop door elkaar.

Officiële lijkenruimers zijn er niet in Mosul en wie als burger een IS-strijder begraaft, wordt volgens geruchten verdacht van collaboratie. Dus schieten de gemeentewerkers te hulp. Een voor een worden de menselijke resten op witte plastic zeilen gelegd, in een vrachtwagen geladen en naar een afgelegen massagraf gebracht.

Burgerdoden en IS-strijders belanden vaak samen in massagraven net buiten Mosul. Hen scheiden en identificeren is een onbegonnen taak.

Net na de gevechten werden er wel 30 lichamen per dag geborgen. Die werken zijn niet enkel een moeilijke opdracht voor de gemeentewerkers, maar ook levensgevaarlijk. Tussen de lichamen en het puin liggen materiële resten van de dreiging van IS op de loer: bomgordels, explosieven en gevaarlijke munitie.

“Dit is werk voor specialisten”, zegt Duraid Hazim Mohammed, het hoofd van de gemeentedienst van Mosul. “Het zou niet de taak mogen zijn van de gemeentedienst. We zijn overal gaan aankloppen: bij NGO’s, de lokale overheid en de federale. Niemand was bereid om de lichamen te komen opruimen. Dus doen wij het.” Duraid is burgerlijk ingenieur. Hij weet maar weinig af van explosieven of bacteriën. “Dit is mijn job niet. Maar de lichamen moeten verwijderd worden om ziektes te voorkomen. Dat is gewoon noodzakelijk.”

In een cirkel rond het graf doen de gemeentewerkers een stil gebed voor de jongen zonder naam.

De gemeentedienst ruimde al zo’n 700 lichamen in de stad. Maar volgens hen zijn er nog veel meer. “We verwachten dat er duizend tot tweeduizend IS’ers in de oude stad liggen.” Ook hij heeft het raden naar hoeveel burgerslachtoffers er nog in de ingestorte huizen liggen. Hier en daar vindt het team een identiteitskaart bij een lichaam. Zorgvuldig nemen ze er een foto van – maar de meeste doden blijven naamloos. DNA-tests zijn onmogelijk, klinkt het bij de overbevraagde gemeentedienst, die slechts beperkte middelen heeft. “We kunnen enkel het hoogstnoodzakelijke doen.”

Bij de vondst van een kinderlichaam – een jongen van hoogstens tien jaar – maken de gemeentewerkers een uitzondering. Ze willen hem niet in het afgelegen massagraf bij de vuilnisbelt leggen, waar slachtoffers en strijders samen worden begraven. Met hun eigen handen graven ze een geïmproviseerde, maar min of meer waardige laatste rustplaats in een groen grasveld. 

In een cirkel rond het graf doen de gemeentewerkers een stil gebed voor de jongen zonder naam.

Verwoesting op ongeziene schaal

De laatste vijftig jaar werd er nooit zo zwaar gevochten om de controle van een stad als de gevechten om Raqqa en Mosul. Mensenrechtenorganisaties vergelijken het met de strijd om de Vietnamese stad Hue of zelfs de bombardementen op Dresden. “Nergens ter wereld heb ik destructie op zo'n schaal gezien”, zegt Rudi Vranckx midden in het puin. “Een wolk van razernij woedde door deze stad. Ze roeide alle vormen van leven uit – en liet de rest in de straten liggen. Het lijkt wel een scène uit het Oude Testament.”

Maandenlang bombardeerde de internationale coalitie de stad onafgebroken. Het offensief ging gepaard met hevige lijf-aan-lijfgevechten die aan zo’n 1.500 Iraakse soldaten het leven kostten. Drie- tot vierduizend IS-strijders verschansten zich in de stad, in zelf gegraven tunnels en achter een menselijk schild van duizenden vrouwen, mannen en kinderen.

In juli 2017 viel het gordijn over IS in Mosul. In het optrekkend stof kreeg de wereld voor het eerst een beeld van de grafkamer die Mosul werd. Vijftien wijken werden bijna met de grond gelijkgemaakt – zo’n veertigduizend huizen in totaal. Op de vier kilometer lange oever van de Tigris is bijna geen enkel gebouw nog heel. De stad werd gereduceerd tot drieduizend ton puin, doorspekt met explosieven en lijken.

De vernieling in Mosul.

Volgens een onderzoek van het Amerikaanse persagentschap Associated Press stierven er zo’n 10.000 burgers tijdens de belegering van IS en de slag om Mosul. Zeker één derde daarvan – 3.200 burgers – stierven bij luchtaanvallen en grondoffensieven van de internationale coalitie tegen IS. Minstens 855 van die burgerslachtoffers worden nu bevestigd door de coalitie, die zegt nog 522 incidenten met één of meerdere slachtoffers te moeten onderzoeken.

Veel van de overlevende burgers uit Mosul zochten veiligheid in vluchtelingenkampen en de buurlanden. 700.000 van hen blijven ontheemd. De ondergang van IS volstaat niet om hun terugkeer te garanderen. Ze hebben nood aan water en elektriciteit, gezondheidszorg, scholen en werk. En met volledige wijken die zijn verdwenen, zijn de huurprijzen voor velen onbetaalbaar geworden.

Het historisch centrum van Mosul is de zwaarst getroffen regio in Irak.

“Onze grootouders zijn hier geboren”, vertelt Thanoon Rajab Hassan, die zestien familieleden verloor na de opmars van IS in 2014. Vandaag wil hij zijn leven terug opbouwen. “De huurhuizen in de buurt zitten vol. Waar anders kunnen we heen? Dit zijn onze huizen. We moeten terugkomen om alles weer op te bouwen. En om rust te vinden.”

Van een officiële, gestructureerde heropbouw is er amper sprake. De VN schat dat er zeker 1 miljard nodig zal zijn, maar volgens de inwoners van Mosul krijgen ze van de federale overheid geen hulp. Ook NGO’s en de internationale gemeenschap zwijgen. In dat stilzwijgen ziet Rudi Vranckx het faillissement van de Midden-Oostenpolitiek.

“Hoe kan je een nieuw Midden-Oosten opbouwen op lagen as die om de vijftien jaar vernieuwd worden? Net zoals archeologen laag na laag puin afgraven om de geschiedenis te reconstrueren, bouwen wij een nieuwe wereld op steeds nieuwe ruïnes. Maar wie de volgende oorlog wil voorkomen, kan best ook de vrede verdienen. Lijken laten rotten – niet enkel van strijders, maar ook van vrouwen en kinderen - is haat zaaien en wraak onvermijdelijk maken.”

In "Terzake" op Canvas blikt Rudi Vranckx samen met professor internationaal recht Jan Wouters terug op zijn bezoek aan Mosul. 

Video player inladen ...