De privatisering van het noodlijdende staatsbedrijf Air India komt er dan toch

De regering van India heeft beslist om een controlebelang van 76% in het staatsbedrijf Air India van de hand te doen. Op termijn zouden ook de overige aandelen de deur uit moeten. Er zijn een aantal gegadigden.

Air India is al decennialang een zorgenkind. In de beginjaren van de republiek was het de enige luchtvaartmaatschappij, maar sinds de komst van succesvolle privébedrijven in India is de maatschappij in de problemen geraakt. De laatste keer dat het winst maakte, was in 2007 en er is een schuldenberg van meer dan tien miljard dollar.

De regering van premier Narendra Modi heeft nu de knoop doorgehakt: 76% van de maatschappij zal aan de privé worden aangeboden. Dat omvat ook de afdelingen regionale vluchten, onderhoud en allerlei luchthavendiensten.

Voorwaarde is wel dat minstens 49% van de maatschappij in handen van een Indiase investeerder blijft. De overnemer moet ook de helft van de schuldenlast, ongeveer vijf miljard dollar, op zich nemen. Op termijn zou de overheid ook de overige aandelen van de hand willen doen.

Grote concurrenten in India zoals IndiGo en Jet Airways hebben vooral belangstelling voor de internationale vluchten van Air India. Dat heeft erg belangrijke verbindingen, onder meer met Heathrow in Londen en JFK in New York. Een andere gegadigde is Vistara, een joint venture tussen de Indiase groep Tata en Singapore Airlines.

De privatisering van Air India is ook symbolisch erg belangrijk. De maatschappij was decennialang een symbool van de grote invloed van de overheid op de economie. Vanaf de jaren 80 hebben eerst de Congrespartij van de Gandhi's en daarna de centrumrechtse BJP van huidig premier Modi een begin gemaakt met de privatisering van de Indiase economie. De verkoop van Air India moet voor premier Modi daarin een belangrijke stap zijn.