Video player inladen ...

Eugène Simonis: de beeldhouwer van het jonge "vaderland" België

Tijdens de paasvakantie neemt VRT NWS metrolijn 2 in Brussel om halt te houden bij stations die de naam dragen van enkele illustere figuren uit de geschiedenis van België. Wie waren ze en welke rol hebben ze gespeeld? Vandaag: metrostation Simonis.

Het is het drukste kruispunt van metrolijn 2 en bij uitbreiding van het hele net van de MIVB: het complex onder het Simonisplein in Koekelberg. 2 metrolijnen houden er halt net als 5 buslijnen en een tramlijn van de MIVB en 4 buslijnen van De Lijn. Vlakbij staat een treinstation van de NMBS en ondergronds zoeven wagens voorbij in de Leopold II-tunnel.

Tegelijk is het complex, nou ja, vrij complex. Hoewel metrolijn 2 op de kaart een ononderbroken cirkel onder de Kleine Ring rond Brussel lijkt te maken, vormt ze in werkelijkheid een lus met aan elk uiteinde een eindhalte onder het Simonisplein. Die bevinden zich onder elkaar op niveau -1 en niveau -2. De lijn rondmaken zonder overstappen, is hierdoor niet mogelijk.

Metrostation Simonis in 2003 (met de boog van Simonis in de ingang).

Deze eigenaardige situatie is onder meer het gevolg van de historische ontwikkeling van het metronet in Brussel. Het station Simonis opent in 1982 de deuren als onderdeel van metrolijn 1A die uiteindelijk van de Heizel tot Herrmann-Debroux zal lopen (zie oude kaart onder). De meest ingrijpende werkzaamheden vinden eind jaren 70 plaats. Hiervoor verrijst een noodbrug over het Simonisplein om het verkeer in goede banen te leiden:

Video player inladen ...
De oude kaart van de metro in Brussel.

Pas in 1988 sluit de MIVB het station Simonis aan op metrolijn 2 die het traject onder de Kleine Ring volgt, maar die dan nog niet helemaal is voltooid. Dat verandert met de herschikking van het metronet in 2009.

De lus is nu rond en Simonis is voortaan het begin- én het eindpunt van metrolijn 2. Die heten aanvankelijk Simonis (Leopold II) en Simonis (Elisabeth) en veroorzaken heel wat verwarring bij de reizigers. In 2013 wijzigt de MIVB de namen daarom in Simonis en Elisabeth.

Elisabeth verwijst naar het gelijknamige park aan de voet van de basiliek van Koekelberg vlakbij. Simonis is een eerbetoon aan Eugène Simonis, een beeldhouwer die heel wat bekende sculpturen in de hoofdstad en elders in het land neerzet. 

Koninklijke Muntschouwburg

Simonis wordt op 11 juli 1810 in Luik geboren. Hij volgt les aan de academie van Luik waar hij de kneepjes van het vak leert. Dankzij een beurs krijgt hij de kans een rondreis in Italië te maken waar hij zijn studies voltooit. Eenmaal thuis krijgt hij na een reorganisatie van de academie zelf de job van leerkracht aangeboden, maar die slaat hij af.

Liever maakt hij werken op bestelling om aan de kost te komen. De aanvragen stromen al snel binnen, voornamelijk in Brussel. Zo maakt hij het mausoleum voor kanunnik Petrus Jozef Triest in de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele.

In 1853 ontwerpt hij het bas-reliëf voor het fronton van de Koninklijke Muntschouwburg. In de plaats van een klassieke allegorie van de kunsten, kiest hij voor "De harmonie van de menselijke passies" als thema. Hij beeldt onder meer liefde, twist, lust, verlangen, leugen, hoop, smart en troost af, passies die volgens hem de kern van de opera vormen.

Nog in de jaren 1850 maakt hij grote delen van de sculpturen op en rond de Congreskolom, waaronder de bekende leeuwen onderaan. Sinds 1922 bewaken ze het graf van de onbekende soldaat. Het standbeeld van Leopold I bovenop de kolom is van de hand van Guillaume Geefs.

De leeuwen onderaan de Congreskolom.

Veruit zijn bekendste werk maakt hij al in 1848 met het monumentale ruiterstandbeeld van Godfried van Bouillon op het Koningsplein. Het is een van de vele standbeelden die de jonge staat België overal in het land neerpoot om roemrijke figuren uit de "nationale" geschiedenis te eren. Zo krijgt Gent enkele jaren later een standbeeld van Jacob van Artevelde.

Standbeeld van Godfried van Bouillon op het Koningsplein.

In die geest maakt Simonis ook het bronzen standbeeld van Simon Stevin op het gelijknamige plein in Brugge. Bij de feestelijke onthulling op 26 juli 1846 is het echter nog niet af. In allerijl maken enkele lokale beeldhouwers daarom een exemplaar in gips dat ze met bronskleurige verf beschilderen. Pas in september 1847 is het echte standbeeld klaar.

Standbeeld van Simon Stevin op het gelijknamige plein in Brugge.

Tussen 1863 en 1877 is Simonis directeur van het Academiënpaleis in Brussel. Op die manier kan hij nog meer zijn stempel drukken op de kunsten in de hoofdstad. Hij sterft op zijn verjaardag in 1882.

Het plein waar hij woont en werkt krijgt later zijn naam. In 2007 plaatst Koekelberg er een buste van Simonis die hij nota bene ooit zelf maakte (hieronder met bloemen versierd). Vorig jaar huldigt Brussel even verderop een futuristische fontein in de vorm van een cacaoboon in.

STG/Alyson P./Reporters

Leblanc en Debruyckere

Zoals het een metrostation dat naar een beeldhouwer is vernoemd betaamt, bulkt het van de kunst. Een van de eyecatchers is een werk van Simonis zelf. Het gaat om bas-reliëfs die hij in 1862 maakt als decoratie voor het oude Noordstation aan het Rogierplein.

Het Rogierplein met het oude Noordstation links (1925). This content is subject to copyright.

Na de afbraak in 1956 komt 1 boog met het thema Maas en Rijn in de school voor Horticultuur in Luik terecht. Een andere boog met het thema Seine en Schelde staat in het metrostation.

In zijn sterfjaar 1986 maakt Walter Leblanc een triptiek voor de wanden van de perrons van Elisabeth. Hij bedenkt composities van geometrische vormen die hij met een donkere of juist lichte achtergrond laat contrasteren. Ze behoren tot zijn zogenoemde "geprogrammeerde reeksen".

In 2006 neemt Berlinde De Bruyckere de perrons van Simonis onder handen. Ze kiest voor ruiten van cement die samen de illusie van een tapijt creëren. Die herkenbaarheid moet reizigers tot rust brengen.