Meer en meer Belgen aan het werk

Bijna 7 op de 10 Belgen tussen 20 en 64 jaar waren vorig jaar aan het werk. Dat blijkt uit de cijfers van de overheid. 

Het is minister van Werk Kris Peeters (CD&V) die in tweet verwijst naar de cijfers van Statbel, het Belgisch bureau voor de statistiek, en daaruit afleidt dat de werkzaamheidsgraad in 2017 is toegenomen.  In zijn bericht concludeert Peeters dat de jobmaatregelen en hervormingen op de arbeidsmarkt resultaat opleveren.

Dat er meer jobs zijn en dat het aantal werklozen daalt, het zijn effectief concrete vaststellingen. Toch waarschuwt Statbel zelf dat de de cijfers in de statistieken van de werkzaamheidsgraad niet zomaar vergeleken mogen worden met alle vorige jaren omdat er in 2017 op een andere manier gemeten werd. Vroeger bijvoorbeeld verzamelde het bureau cijfers voor Belgen tussen 15 en 64. Als we deze leeftijdsgroep in rekening brengen bedraagt de stijging van die werkzaamheidsgraad 0,8%. 

Europa legt de doelstelling voor de werkzaamheidsgraad tegen 2020 op 73,2% van de actieve bevolking voor de 20 tot en met 64-jarigen. Daar geraken we in België voorlopig nog net niet. Vorig jaar lag het percentage in die leeftijdscategorie op 68,5%.

Grote verschillen

Toch bestaan er grote verschillen in ons land. Voor Vlaanderen bijvoorbeeld ligt de werkzaamheidsgraad al op 73%, in Wallonië bedraagt die 63,2% en in Brussel 60,8%. Ook tussen mannen en vrouwen is er een kloof in België. 73,4% van de mannen was vorig jaar aan het werk tegenover 63,6% van de vrouwen. België heeft voor vrouwen tegen 2020 zelf een nevendoelstelling geformuleerd en die ligt op 69%.

En uiteraard heeft ook de opleiding een grote invloed op die werkzaamheidsgraad. Laaggeschoolden (Belgen met maximaal een diploma lager secundair onderwijs) hebben het veel lastiger op de arbeidsmarkt dan hoger geschoolden. Zo ligt de werkgelegenheid voor laaggeschoolden op 35,5%. Voor wie een diploma hoger secundair onderwijs heeft stijgt dat al naar 65,1% en voor hooggeschoolden zelfs naar 82,2%. Dezelfde, maar dan omgekeerde verhouding, lezen we trouwens in de cijfers van de werkloosheid. Daarom wil Europa ook het percentage vroegtijdige schoolverlaters doen dalen tot minder dan 9,5%.