"Criteria voor zware beroepen zijn te breed en te subjectief"

Werkgeversorganisaties Unizo en het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en Voka tonen zich weinig enthousiast over het akkoord van de regering-Michel over de criteria voor zware beroepen.

Die criteria gelden zowel voor ambtenaren, als voor loontrekkenden en zelfstandigen. De werkgevers willen geen algemene criteria. Ze willen geval per geval beoordelen of een beroep zwaar is of niet.

"De regering kiest met deze beslissing voor een breed systeem waarbij groepen werknemers en ambtenaren collectief onder een erkenning van zwaar beroep vallen, met ook zeer brede criteria", zegt Caroline Deiteren van Unizo. De zelfstandigenorganisatie vreest dat er veel lobbywerk zal verricht worden en dat er te veel afspraken gemaakt zullen worden over wie al dan niet onder een zwaar beroep valt.

Ook bij werkgeversorganisatie VBO wordt het akkoord over de criteria niet bepaald hartelijk ontvangen. Bart Buysse: "We vrezen dat de criteria, zoals ze nu zullen worden toegepast voor de openbare sector vertaald zullen worden naar de private sector. Als gevolg daarvan zullen veel mensen opeens zogezegd een zwaar beroep hebben. Dat zal uiteraard budgettaire consequenties hebben."

Ook Voka vreest voor een veel te lange lijst van zware beroepen. "De criteria waaraan de zware beroepen in de overheidssector moeten voldoen, lijken objectief", maar er zouden volgens Voka-toman Hans Maertens wel eens heel veel beroepen onder kunnen vallen.

"De zware beroepen mogen niet leiden tot een terugdringen van de pensioenhervorming. We moeten immers iedereen, en dan ook iedereen, aanzetten tot langer werken en de bedrijven kunnen alle arbeidskrachten meer dan ooit gebruiken."

 

Overheidsvakbonden gematigd tevreden

De christelijke overheidsvakbond reageert niet direct afwijzend. Luc Hamelinck, van ACV Openbare Diensten: "De regering zet het licht op groen licht om de onderhandelingen met de overheidsvakbonden te starten. De vier criteria blijven behouden. Maar de praktische elementen moeten nog worden uitgewerkt: wie zal er op de lijst komen van zware beroepen, wat zijn de effecten, ... Er is nog veel werk voor de boeg."

"We zullen zien waar we naartoe gaan", zegt Hamelinck. Dat de huidige preferentiële regimes voor het rijdend personeel van de spoorwegen (pensioen op 56) en voor militairen (pensioen op 55) verdwijnen, zal in die onderhandelingen "een moeilijk punt" zijn, aldus de ACV'er. Er is wel sprake van een overgangsperiode van 20 jaar. "Een flinke periode", zegt Hamelinck, "maar het ligt heel delicaat".