25 jaar Europese interne markt. Waar is het feestje?

De vijfentwintigste verjaardag van de Europese interne markt, op 1 januari,  is relatief onopgemerkt voorbijgegaan. Op 1 juli volgt nog een belangrijke verjaardag: de Europese douane-unie wordt dan 50 jaar. Wat waren de verwachtingen 25 en 50 jaar geleden, en hebben ze die ingelost?  

Netflix mee op reis

De paasvakantie van 2018 zal de geschiedenis ingaan als de eerste vakantie waarin we ons Netflix-abonnement konden meenemen naar een ander EU-land. Eindelijk de garantie dat je in dat andere land de film of de seriedie je thuis aan het bekijken was, ook op je reisbestemming verder kan bekijken. Door een Europese wet moet je sinds 1 april 2018 zulke digitale abonnementen kunnen meenemen op reis. Voor 1 april stopte je abonnement aan de grens, en kwam je op de Duitse, Spaanse, Franse, Kroatische (enzovoort) versie van Netflix terecht wanneer je daar inlogde. Vaak met een ander aanbod, of zonder Nederlandstalige onderschriften. “Hoera!”, klonk het in allerlei persberichten van Europese instellingen, dat hebben wij toch maar weer mooi geregeld. “So what?”, hoorde ik een collega zeggen: “op vakantie wil ik helemaal geen Netflix of Spotify of VRTNu of iets dergelijks. Ik wil een boek lezen!” Fair point. Maar anderzijds: aan de grens staat toch ook niemand klaar om dat boek af te nemen, zoals Anneleen Van Bossuyt (Europarlementslid, N-VA) in haar persbericht opmerkte.  Waarmee ze wou zeggen: de Europese interne markt die we intussen als vanzelfsprekend beschouwen (wanneer we de grens oversteken om goedkoper te gaan shoppen) bestaat nog niet in de digitale wereld, maar is nu een stukje dichterbij gekomen.  

De Europese interne markt bestaat intussen, sinds 1 januari 2018,  25 jaar. Binnenkort, op 1 juli, is het de 50ste verjaardag van de voorloper daarvan, de Europese douane-unie. Op 1 juli 1968 schaften de zes van landen de Europese Economische Gemeenschap (België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië) de invoerrechten af op goederen die over hun grenzen heen verhandeld werden (De Benelux had dat al 10 jaar eerder gedaan, met succes). En ze voerden een gemeenschappelijk “buitentarief” in: alle zes hanteerden ze hetzelfde tarief wanneer er een goed uit een land van buiten de Europese  Economische Gemeenschap werd ingevoerd. Het was een grote stap, die geleidelijk was ingevoerd (tussen 1958 en 1968 waren de onderlinge invoerrechten telkens een beetje verlaagd).  De toenmalige BRT interviewde op 1 juli 1968 Albert Coppé, de Belgische Eurocommissaris op dat moment, over de douane-unie (tekst gaat verder onder het videofragment).

Video player inladen ...

Een wirwar van normen en standaarden

De invoerrechten verdwenen maar de douaneposten aan grensovergangen bleven bestaan, er waren nog veel formulieren in te vullen, accijnzen te betalen, paspoortcontroles, en er waren nog veel  andere obstakels voor vrije handel. Om zijn televisietoestellen in de hele Europese Gemeenschap te kunnen verkopen, moest Philips zeven verschillende types maken, om te kunnen beantwoorden aan de verschillende normen en standaarden. Dergelijke “non-tarifaire” belemmeringen hadden vaak als enige bedoeling om bedrijven uit eigen land te beschermen tegen concurrentie uit eigen landen, nu de invoerrechten waren afgeschaft. België had een Koninklijk Besluit waarin stond dat margarine alleen in kubusvormige verpakkingen verkocht mocht worden. Een Duits bedrijf dat margarine in kegelvormige
verpakkingen verkocht, moest naar het Europese Hof van Justitie stappen om toegang te krijgen tot de Belgische markt.  

Europa 1992

In 1985 schreef Europees Commissaris Lord Cockfield (een Brit!) een “Witboek” met daarin 286 Europese wetten die nodig waren om de
voornaamste belemmeringen voor het vrij verkeer van goederen en diensten weg te werken, zodat tegen 31 december 1992 de douaneposten definitief gesloten konden worden. Het project kreeg de steun van de Europese regeringsleiders, en Commissievoorzitter Jacques Delors (een Franse socialist) voerde het plan uit. Het kreeg de naam “Europa 1992”, en het project veroorzaakte zelfs een (bescheiden) vorm van enthousiasme bij het grote publiek.  De Italiaanse zanger Toto Cutugno won in 1990 het Eurovisiesongfestival  in Zagreb met het liedje “Insieme 1992”, een ode aan een verenigd Europa (het refrein eindigt met: “insieme, unite unite Europe).  Toto Cutugno eindigde zijn dankwoord met de woorden: "voor een Verenigd Europa".

Video player inladen ...

Euforie snel weg

Toen die eengemaakte markt dan uiteindelijk van start zou gaan, was het enthousiasme al bekoeld. De Denen hadden in 1992 het Verdrag van Maastricht verworpen, er was een tweede referendum op komst met een aantal toegevingen aan de Denen. Sinds 1990 was de economische groei stilgevallen, de werkloosheid stond op 11 procent. Over sommige onderdelen van het Witboek was nog geen overeenstemming bereikt. NRC Handelsblad schreef op 31 december 1992 dan ook teleurgesteld: “ Nooit eerder werd Brussel zo zwart afgeschilderd als het afstotelijke Eurocratisch machtscentrum van Europa.” Zinnen die in 2018 (vervang Delors door Juncker) geschreven zouden kunnen zijn.  

Nooit eerder werd Brussel zo zwart afschilderd als het afstotelijke Eurocratisch machtscentrum van Europa (NRC, 31 december 1992)

Interne markt nog niet af

Er was ook geen groot feest met vuurwerk voor de 25ste verjaardag van de interne markt begin dit jaar. Er verschenen wel een aantal studies die duidelijk maken welke winst de interne markt heeft opgeleverd. Door het verdwijnen van allerlei belemmeringen ligt het BBP 1.7 procent hoger, en zijn er 3,6 miljoen extra jobs.  En als er nog meer belemmeringen zouden verdwijnen, zouden er nog eens 1,6 miljoen jobs bijkomen.  Volgens de Nederlandse premier Rutte is er nog veel werk aan de winkel. In een speech in Berlijn zei hij: “als mensen aan mij vragen wat ik van de interne markt vind zeg ik vrij naar Gandhi altijd: 'Wat een goed idee. Laten we dat doen.'”

De digitale interne markt (zie Netflix) kan nog veel beter, zei Rutte. En ook het vrij verkeer van diensten is verre van gerealiseerd. Er zijn 5000 beschermde beroepen in Europa, volgens Rutte. Als het van hem afhangt moeten notarissen en architecten binnen afzienbare tijd overal in Europa hun diensten kunnen aanbieden, zoals bouwvakkers en loodgieters nu al kunnen. Het wordt een moeilijke oefening. De ervaringen met het vrij verkeer van diensten zijn niet onverdeeld positief. De concurrentie tussen dienstverlenende bedrijven wordt vaak uitgevochten door op zoek te gaan naar de meest goedkope arbeidskrachten, via bedrijfjes in landen met de laagste sociale zekerheidsbijdragen. Net zoals er Europese normen voor stekkers en televisietoestellen bestaan, doet de Europese Commissie een poging om ook op sociaal vlak voor een “gelijk speelveld” te zorgen, maar dan wel op een softe manier via een “Europese pijler van sociale rechten”.

De Europese Commissie moet erop toezien dat de interne markt
goed functioneert. Lidstaten die proberen hun eigen bedrijven voor te trekken, riskeren een klacht bij het Europese Hof van Justitie. De Belgische melkindustrie is bijvoorbeeld niet te spreken over Franse regels, die verplichten dat op melkverpakkingen vermeld wordt waar de melk vandaan komt. Hierdoor kopen Franse warenhuisketens vrijwel uitsluitend nog melk van Franse melkveehouders, en niet meer in België. De Commissie heeft dit echter toegelaten, als een tijdelijk experiment. Volgens de Europese voedingsindustrie  zal zo’n sluipende nationalisering van de bevoorrading leiden tot hogere prijzen voor de consument.  

"Men wordt niet verliefd op een grote markt"

Nergens liggen bedrijven echter zo wakker van de interne markt als in het Verenigd Koninkrijk. Brexitreferendum of niet, een meerderheid
van het Britse bedrijfsleven wil niets liever dan deel te blijven uitmaken van de Europese interne markt en Europese douane-unie. Keer op keer heeft de Britse regering echter gezegd dat ze dat niet wil. Dit zal een kostprijs hebben, in de vorm van tijdverlies en paperassen door extra douanecontroles, ook voor onze bedrijven én onze overheid.

De Nederlandse regering wil een duizendtal extra douaniers aanwerven, de Belgische regering denkt dat driehonderd voldoende is (of een stijging met zowat 10 procent, er werken nu iets meer dan 3300 mensen bij de Adminstratie Douane en Accijnzen). Hetgeen impliceert dat de uitbouw van de interne markt en de douane-unie voor een daling van het aantal overheidsambtenaren hebben gezorgd. De voordelen lijken dus, alles in acht genomen, groter te zijn dan de nadelen. Maar zoals Jacques Delors al besefte in 1989, toen hij het Europees Parlement toesprak: “On ne tombe pas amoureux d’un grand marché”. (Men wordt niet verliefd op een grote markt). Toch is het onder meer die markt die de 27 overblijvende landen van de Europese Unie nu bijeen houdt, als een onzichtbare lijm. Door de nakende brexit wordt zichtbaar hoe pijnlijk en duur het is om zich van de gemeenschappelijke markt los te scheuren.