© IWM (Q 7858)

100 jaar geleden: nu ook groot Duits offensief in Vlaanderen

In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden, deze week van 4 tot 10 april 1918. Het Duitse leger begint nu ook groot offensief in Vlaanderen, Japans leger bezet Vladivostok, activisten grijpen de macht in Gent, ...

Het zware Duitse offensief aan de Somme lijkt aan kracht te hebben verloren. Wel wordt er op veel plaatsen nog hevig gevochten.

Aan de Ancre bij de stad Albert wisten Britten een nieuwe Duitse aanval in de richting van Amiens af te slaan.

Ook vond een dagenlange Duitse aanval plaats op de kaarsrechte weg St-Quentin – Amiens in de richting van het dorp Villers-Bretonneux. De aanvallers drongen tot op 400 m van de dorpskern, maar werden door Britse en Australische troepen gestopt en in de volgende dagen teruggedreven.

Gesneuvelde Britse soldaten wachten om begraven te worden, omgeving van Arras © IWM (Q 23612)

Villers-Bretonneux ligt op amper 15 km van Amiens. Dichter zijn de Duitsers niet geraakt. De stad en zijn belangrijk knooppunt van wegen en spoorwegen, blijft stevig in Geallieerde handen.

Meer naar het zuiden zijn er zware Franse tegenaanvallen tussen Montdidier en Noyon, zonder dat er veel verandering kwam.  

Ondanks de grote Duitse terreinwinst – op sommige plaatsen meer dan 50 km - is het front niet doorbroken. De Britse en Franse legers houden stand en werken meer dan ooit samen.

Franse militairen in een voorpost tussen Montdidier en Noyon. Deze foto roept herinneringen op aan de aanvalsoorlog in 1914: zwaar verdedigde en uitgebouwde loopgraven moeten plaats maken voor dit soort geïmproviseerde verdediging (Albums Valois, BDIC)

Duitsers stoten door naar de Leie en Mesen

Nauwelijks enkele dagen na het offensief in Picardië hebben de Duitsers een nieuwe grote aanval aangevat, meer naar het noorden, op de (Franse) zuidelijke oever van de Leie en naar de Vlaamse heuvelrug.

Tot nu toe liep de frontlinie over de Leie tussen Waasten aan de Belgische kant en Houplines (bij Armentières) aan de Franse zijde. Ten westen daarvan waren de beide oevers stevig in Britse handen.

In de vroege ochtend van 9 april vond een zeer hevig artilleriebombardement plaats tussen Armentières en La Bassée. Daarop volgde een zware Duitse aanval in noordelijke en westelijke richting. 

Britse militairen halen beelden uit de zwaar beschadigde kerk van Armentières (BnF, Gallica)

De zwaarste klap was voor de Portugese divisie die bij Neuve-Chapelle stond opgesteld. De divisie werd overrompeld. Een groot deel van de Portugezen is op de vlucht geslagen. De Britten en Australiërs konden de bres dichten, maar ze zijn naar het westen teruggedreven tot Givenchy bij Béthune en naar het noorden tot Estaires aan de Leie.

De Britten zijn door de nieuwe aanval verrast. Ongetwijfeld is het de bedoeling van de Duitsers om via de Leievallei door de stoten naar de laagvlakte van Frans-Vlaanderen en zo de kust te bereiken.

Groep door de Duitsers gevangen genomen Portugese militairen, een van hen draagt zijn Lewis mitrailleur © IWM (Q 23835)
Duits, in het Portugees opgesteld pamflet, dat de Portugezen oproept om te deserteren. En Portugese militairen voeren materiaal aan over een smalspoor. Albums Valois, BDIC.

De volgende dag vielen vier Duitse divisies aan ten westen van Armentières en bestormden de heuvelrug bij Mesen. Het 2e Britse Leger van generaal Plumer, dat vorig jaar Mesen wist te veroveren, moet dit totaal verwoeste stadje opgeven. Ook Ploegsteert, het Belgische dorpje ten noorden van Armentières dat jarenlang door de Britten kon worden verdedigd, is in Duitse handen.

De grensstad Armentières is nu langs drie kanten ingesloten en wordt door de Britten ontruimd.

Britse militairen en Franse kinderen in een geïmproviseerde loopgraaf in het Franse Locon bij de Leie, begin april, kort voor ze het dorp moesten opgeven © IWM (Q 7858)
Op 4 april hebben de laatste burgers die nog achterbleven in Reims de stad verlaten. De krant Excelsior publiceert de foto pas op 19 april, wellicht omdat een eerdere publicatie door de militaire censuur werd verboden.

“Witten” veroveren Tampere

In Finland heeft de Witte Garde de belangrijke stad Tampere veroverd. Daarmee lijken de conservatieve Witten de overhand te krijgen in de burgeroorlog die ze tegen de socialistische Roden voeren.

Nadat de Witten midden maart door de verdedigingslinie van de Rode Garde hadden gebroken, wisten ze Tampere te bereiken. De verovering van de stad zelf vergde twee weken hevige gevechten. De burgerbevolking verschool zich intussen vooral in kerken.

Verwoesting in Tampere na de strijd

Zowat 14.000 Roden – inclusief enkele honderden vrouwen - verdedigden zich tegen 17.000 Witten. Aan de kant van de Witten vochten ook 400 vrijwilligers uit Zweden, de Zweedse Brigade.

De strijd duurde tot de verovering van het stadhuis op 6 april, waarna de laatste Rode troepen de stad verlieten.

Witten bewaken gevangen genomen Roden in het centrum van Tampere

In de gevechten zijn bijna duizend Roden gesneuveld en iets minder Witten. Meteen na de verovering werden een duizendtal gevangen Roden ter plaatse doodgeschoten. Zowat tienduizend anderen werden op het centrale plein samengedreven en de dag daarop naar een kamp gevoerd.

Intussen wordt de hoofdstad Helsinki, waar de Rode regering zetelt, bedreigd door de Duitse troepen die in het zuiden van Finland geland zijn. De Russische bolsjewieken, die de Roden steunen, verlaten Helsinki. Enkele Russische oorlogsschepen in Finse wateren zijn tot zinken gebracht om te voorkomen dat ze in handen van de vijand vallen.

Na de inname van de stad doodgeschoten Roden

Bessarabië vormt unie met Roemenië

De Sfatul Ţării  of Nationale Raad van Bessarabië, heeft de unie van Bessarabië met Roemenië geproclameerd.

Met 86 stemmen tegen 6 en 33 onthoudingen keurde de Sfatul Ţării een ‘Acte van Unie’ goed. Daarin staat dat Bessarabië voortaan een autonoom deel is van het Koninkrijk Roemenië. Nog geen maanden eerder had het zich als de Moldavische Democratische Republiek van de Oekraïne losgemaakt.

Volgens de Acte van Unie behoudt Bessarabië een eigen parlement, eigen lokale besturen met democratische rechten en vrijheden. Het moet ook vertegenwoordigd zijn in het parlement en de regering van Roemenië. Belangrijk is ook dat er een landhervorming komt, die de Roemeense regering moet respecteren.

De proclamatie van de Unie in Chisinau

De nieuwe Roemeense premier Marghiloman was in de Bessarabische hoofdstad Chisinau om de proclamatie bij te wonen.

Zo krijgt Roemenië er een gebied bij dat voor het grootste deel historisch en cultureel Roemeens is. Alleen in het oosten, tegen de Zwarte Zee, wonen overwegend Oekraïners, plus Joodse, Bulgaarse en zelfs Duitse minderheden.

Zowel de Oekraïense als de Russische regering zijn hierover niet te spreken, maar Duitsland, dat nu bijna de hele Oekraïne bezet, heeft zijn zegen gegeven.

De Franse en Britse regeringen keuren de annexatie stilzwijgend goed, ook al om niet al hun invloed in Roemenië te verliezen, dat op het punt staat een vredesverdrag met de Centralen te sluiten.

Kaart van 'Groot-Roemenië' in 1919, Bessarabië is in het rood ingekleurd, en de tektst van de akte van Unie. Roemenië zal Bessarabië in 1940 terug moeten afstaan aan de Sovjet-Unie. Het vormt nu het grootste deel van het huidige Moldavië, behalve het oosten, dat Oekraïens is.

Japanners bezetten Vladivostok

Japanese marinetroepen zijn aan land gegaan in Vladivostok, de Russische havenstad in het Verre Oosten. Ze hebben de controle van de stad overgenomen met de opdracht "de bevolking en de particuliere eigendommen te beschermen".

De landing gebeurde nadat vijf gewapende Russen een Japanner hadden aangevallen. Er was meermalen sprake van rellen en plunderingen in de stad.

Er liggen al enkele maanden Japanse oorlogsschepen in de haven van Vladivostok. De Geallieerde regeringen discussiëren al de hele tijd over de wenselijkheid van een landing.

Japanse troepen trekken Vladivostok binnen (Library of Congress)

Vooral in Washington is men erg achterdochtig over het Japanse optreden. De Verenigde Staten vrezen dat Japan vooral zijn macht wil uitbreiden. Maar veel Geallieerde kranten hopen dat de Japanners het bolsjewisme zullen terugdringen.  

De Russische regering protesteert en roept de arbeiders en boeren van Siberië op om weerstand te bieden aan een poging tot invasie van de Japanse imperialisten. In heel Siberië is de staat van beleg afgekondigd.

Activisten grijpen de macht in Gent

De Duitse bezetter heeft het stadsbestuur van Gent in handen van activistische schepenen gegeven, tot woede van de voltallige gemeenteraad.  

Einde maart besliste de bevelhebber van het Etappegebied om burgemeester Emile Braun en schepen Maurice De Weert af te zetten. Beiden zijn liberalen en stonden bekend om hun verzet tegen het activisme, dat in Gent zeer actief is geworden.

Onlangs weigerde De Weert om de Gentse Nederlandse Schouwburg ter beschikking van een activistisch toneelgezelschap te stellen. Er wordt gezegd dat dit anti-Belgische en Duitse toneelstukken zou willen opvoeren.

Het Gentse stadsbestuur en de gemeenteraadsleden in 1921. Burgemeester Emiel Braun, met lange witte baard, staat vooraan in het midden, rechts van hem Maurice De Weert ( Collectie Liberaal Archief Gent)

De  bezetter heeft daarop de Duitser Franz Künzer tot burgemeester-commissaris van Gent benoemd. Künzer is burgemeester van Posen (of Poznan, in het Pruisische deel van Polen) en het duurde een tijd voor hij naar Gent kon komen. Meteen na zijn installatie zijn Braun en De Weert naar Duitsland gedeporteerd.

De nieuwe burgemeester – die geen Nederlands kent - benoemde eigenhandig twee leden van de Raad van Vlaanderen tot schepen. Het gaat om de daensistische politicus Hector Plancquaert en Jan Wannyn. Die laatste was een van de organisatoren van de omstreden Brusselse Alhambra-meeting, waarbij de Belgische regering "vervallen" werd verklaard.

Twee Duitse militairen bij het Gentse justitiepaleis en de nieuwe Gentse burgemeester Franz Künzer

De andere Gentse schepenen (waaronder de vooraanstaande socialist Eduard Anseele) hebben daarop ontslag genomen. De bezetter heeft hen vervangen door activisten (radicale, Duitsgezinde flaminganten).  

De Gentse gemeenteraad weigert intussen nog te vergaderen, omdat hij de nieuwe schepenen onwettig noemt. Ze zijn geen van allen gemeenteraadslid.

Wannyn zegt nu snel een einde te willen maken aan het overvloedig gebruik van de Franse taal in het stadsbeeld. Gent lijkt volgens hem wel "de enige Franse stad in Vlaams België". De Gentse stadssecretaris, die als een franskiljon bekendstaat, is meteen met pensioen gestuurd.

Het activistische weekblad "De Vlaamsche Smeder" juicht de machtsovername toe en beweert dat die door een meerderheid van de Gentenaars wordt gesteund (21-4-1918). "De Vlaamsche Smeder" verscheen voor het eerst op 14 april 1918, Hector Plancquaert en Jan Wannyn maakten deel uit van de redactie ( hetarchief.be)
Hector Plancquaert, derde van links, tijdens een bezoek aan Vlaamse krijgsgevangenen in het kamp van Göttingen, juli 1918