Video player inladen ...

Georges Clemenceau: de "tijger" die Frankrijk naar de overwinning leidt

Tijdens de paasvakantie neemt VRT NWS metrolijn 2 in Brussel om halt te houden bij stations die de naam dragen van enkele illustere figuren uit de geschiedenis van België. Wie waren ze en welke rol hebben ze gespeeld? Vandaag: metrostation Clemenceau.

In het hart van de wijk Kuregem in Anderlecht staat het metrostation Clemenceau, op een boogscheut van het slachthuizencomplex en parallel aan de Clemenceaulaan vlakbij. Met de laan en het station brengt de hoofdstad hulde aan een quasilegendarische politicus uit Frankrijk die ook de toekomst van België heeft beïnvloed: Georges Clemenceau.

Clemenceau wordt op 28 september 1841 geboren in de Vendée, een vrome en koningsgezinde streek aan de Atlantische kust van Frankrijk. Zelf groeit hij echter op in een antiklerikale en republikeinsgezinde familie. Net als zijn vader studeert hij voor arts in Nantes en later in Parijs. Daarna trekt hij naar Engeland.

Tweede Keizerrijk

In 1865 reist hij naar de VS waar de burgeroorlog net een hoogtepunt bereikt. Hij ontwikkelt een grote bewondering voor de vrije geesten in het land en voor de politici die een democratische samenleving proberen uit te bouwen. Hij geeft een poosje Franse les aan een meisjesschool in Connecticut waar hij met een van zijn leerlingen trouwt. Het huwelijk is geen succes, maar ze krijgen wel 3 kinderen.

Samen met zijn gezin keert Clemenceau in 1869 naar Frankrijk terug. Zijn vaderland staat aan de vooravond van woelige tijden. Een jaar later komt het tot een oorlog met Pruisen dat Frankrijk verslaat. De nederlaag betekent de doodsteek voor het zogenoemde Tweede Keizerrijk van Napoleon III, een regime dat Clemenceau altijd al hartgrondig haat.

Napoleon III

Derde Republiek

Clemenceau kijkt in Parijs vanop de eerste rij toe hoe Léon Gambetta op 4 september de Derde Republiek uitroept. In de jaren die volgen is hij politiek actief als burgemeester van het 18e arrondissement van Parijs en als volksvertegenwoordiger. Hij staat bekend om zijn rebelse stijl en radicale opvattingen wat hem de bijnaam "de tijger" oplevert. 

Daarnaast is Clemenceau arts en journalist. In die hoedanigheid weegt hij op het publieke debat in Frankrijk, vaak met progressieve standpunten. Zo pleit hij voor een radicale scheiding tussen kerk en staat, is hij tegen kinderarbeid en voor pensioenen voor arbeiders.

Affaire-Dreyfus

Wanneer rond de eeuwwisseling de zogenoemde affaire-Dreyfus losbarst, bijt hij zich in de zaak vast. Op zijn aangeven publiceert de krant L'Aurore op 13 januari 1898 de beruchte open brief "J'accuse!" van filosoof en schrijver Emile Zola op de voorpagina. Het is Clemenceau die de iconische titel bedenkt. Zelf zou hij meer dan 700 artikels ten voordele van de Joodse officier in het Franse leger schrijven.

Met de affaire-Dreyfus staat Clemenceau volop in de belangstelling. In 1902 raakt hij verkozen in de Senaat en 4 jaar later treedt hij voor het eerst in zijn carrière tot een regering toe. In het kabinet van Ferdinand Sarrien wordt hij minister van Binnenlandse Zaken.

Wanneer Sarrien eind 1906 om gezondheidsredenen ontslag moet nemen, wijst hij Clemenceau als zijn opvolger aan. Tot 1909 mag "de tijger" zich premier van Frankrijk noemen. 

WO I

Al in 1908 zegt Clemenceau dat Duitsland Frankrijk via België zal binnenvallen in geval van oorlog, een voorspelling die uitkomt wanneer WO I in 1914 losbreekt. Als voorzitter van de Senaatscommissie voor het leger brengt hij regelmatig een bezoek aan het front waar hij zich het lot van de gewone soldaten aantrekt.

Opnieuw tot een regering toetreden, wil Clemenceau pas op 1 voorwaarde: het moet opnieuw als premier zijn. Hoewel president Raymond Poincaré hem niet kan luchten, vraagt hij hem in november 1917 een nieuwe regering te vormen.

Clemenceau stemt in en vormt op 1 dag een nieuw kabinet. Zijn vriend Ferdinand Foch benoemt hij tot generaal. Samen met hun bondgenoten leiden ze Frankrijk (en de rest van Europa) in 1918 naar de overwinning.

Verdrag van Versailles

Aan de politieke carrière van Clemenceau komt in 1920 een einde. Overtuigd van zijn populariteit stelt hij zich kandidaat bij de presidentsverkiezingen, maar die verliest hij. Meteen neemt hij ontslag als premier.

Voor het zover is, schittert hij een laatste keer op het internationale politieke toneel met het Verdrag van Versailles in 1919. Het vormt het sluitstuk van de vredesgesprekken tussen de geallieerden en hun voormalige vijanden en Clemenceau werkt zich uit de naad om het voor te bereiden. Daarbij moet hij onder meer de VS, het Verenigd Koninkrijk en zijn eigen land op 1 lijn krijgen.

David Lloyd George (Verenig Koninkrijk), Vittorio Orlando (Italië), Georges Clemenceau (Frankrijk), and Woodrow Wilson (VS)

Ruanda-Urundi

Clemenceau slaagt in zijn opzet, hoewel de geschiedenis later uitwijst dat het Verdrag van Versailles de kiemen voor een nieuwe wereldoorlog legt. Frankrijk krijgt de Elzas opnieuw in handen, Duitsland moet demilitariseren en het land moet forse herstelbetalingen ophoesten.

De geallieerden verdelen ook de Duitse kolonies onderling. België krijgt daarbij het mandaatgebied Ruanda-Urundi in handen (de latere landen Rwanda en Burundi).

In de laatste jaren van zijn leven maakt Clemenceau nog verschillende verre reizen, onder meer naar India en naar de VS. Hij schrijft zijn memoires, maar voor hij die kan afwerken, sterft hij op 28 maart 1929 in Parijs.

Georges Clemenceau en Claude Monet (1920) This content is subject to copyright.

Joseph Willaert

Het metrostation Clemenceau opent de deuren op 18 juni 1993 als verlenging van lijn 2. "Het Journaal" brengt het nieuws die dag zo:

Video player inladen ...

Joseph Willaert uit Oostende mag de kunstwerken voor het station maken. Hij plaatst 2 rijen panelen in de vorm van bogen langs de wanden van het zogenoemde eilandperron in het midden. Die beschildert hij in eenvoudige beeldtaal met plattelandsgezichten. Daarmee wil hij het contrast met de hedendaagse consumptiemaatschappij in de verf zetten.