AFP or licensors

De man die zijn volk het hek schonk: Orban maakt zich op voor zijn vierde ambtstermijn

In Hongarije zijn om 6 uur zondagochtend de stembureaus opengegaan. Huidig premier Viktor Orban moet enkel Angela Merkel voor zich dulden in de lijst van langstzittende Europese staatshoofden en als de parlementsverkiezingen uitdraaien zoals verwacht, zal hij het even lang uitgehouden hebben als zijn Duitse collega. Tijd voor een portret.

In tegenstelling tot Merkel, is het geen aaneengesloten termijn. Orban slaagde er voor het eerst in 1998 al in om premier te worden. Rond zich verzamelde hij de restanten van twee andere kleine rechtse partijen, met de bedoeling de sociaaldemocraten te verslaan. Wat hem ook lukte, al mocht hij na vier jaar alweer zijn biezen pakken. Een van zijn coalitiepartners verloor fors, waardoor hij nipt de meerderheid moest laten aan de sociaaldemocraten en voor 8 jaar naar de oppositie verbannen werd, om sinds 2010 er weer helemaal te staan. 

Europa’s moeilijkste

De rechtse partij Fidesz werd opgericht in het begin van de jaren ’90. Onder leiding van Orban schoof ze steeds verder op naar de rechterzijde van het politieke spectrum. Daarbij lijkt Orban minder dan gelijk welke andere Europese leider geremd te zijn door politieke correctheid en consensus. En toch heeft Europa veel geduld met de man en heeft hij zelfs vrienden. Eén van die vrienden is nu minister van Binnenlandse Zaken in Duitsland: Horst Seehofer ontving anderhalf jaar geleden als minister-president van Beieren Orban nog als held in München. Seehofers langste middelvinger naar Angela Merkel, in volle vluchtelingencrisis, was dat.

Maar dat Fidesz in Brussel en Straatsburg al jaren lid is van de Europese Volkspartij, waar ook CD&V, CDU, CDA, CdH, … deel van uitmaken, mag misschien nog het meest verwonderen. Onder het voorzitterschap van wijlen Wilfried Martens werd een zo breed mogelijk conglomeraat van christendemocratische, conservatieve en centrumrechtse partijen uitgebouwd en daarin was dus ook plaats voor Fidesz en Orban. Het verklaart de relatieve zwijgzaamheid van Europa tegenover de man: al zijn er geen die er de kantjes zo van aflopen, al is er amper een Europees politicus te vinden die zo hard tegen de kar van Angela Merkel gereden heeft: hij blijft een verkozen premier uit de EVP-stal.

De grondwet en de media zijn een handig instrument

Toen Orban in 2010 opnieuw de macht overnam, kon hij dat met een overweldigende meerderheid. Hij kreeg 263 van de 386 zetels in het Hongaarse parlement, een ruime tweederde meerderheid. Hierdoor verwierf hij de facto ook de macht om aan de grondwet te rommelen. Hij besliste het parlement te verkleinen, de kieswet te herschrijven in zijn voordeel, het Hooggerechtshof deels te muilkorven en zich te bemoeien bij allerlei benoemingen.  

Intussen heeft de partij ook de macht over zowat het hele Hongaarse medialandschap. Zeker de openbare omroep volgt strak wat de regering zegt. In een reportage getuigden nieuwsredacteurs op Al Jazeera onlangs nog dat ze soms “kant-en-klare artikelen krijgen waarbij het enkel een kwestie van knippen en plakken is”.

En wie wel kritisch over Orban bericht, krijgt al gauw de stempel een “Soros-aanhanger” te zijn, naar de Amerikaans-Hongaars-joodse zakenman en aartsvijand van Orban.

Een hek en een beetje oppositie

Toch is Orban ook gewoon heel erg populair bij de Hongaren. Hoewel verwacht wordt dat hij minder stemmen zal halen  - onlangs leed de partij zelfs een verrassende nederlaag bij een lokale verkiezing - steekt hij er toch met kop en schouders bovenuit in de populariteitspolls. En daar zijn verschillende redenen voor.

Scoren deed hij in 2015 met het beruchte “migrantenhek”: op de grens tussen Hongarije en de Balkan verscheen traliewerk met de bedoeling de vluchtelingen en migranten op de Balkanroute uit Hongarije te houden. Wie toch door het hek raakte, werd zo snel mogelijk het land uitgewerkt of ondergebracht in niet meteen aantrekkelijke kampen. Het leidde tot een paar verwarrende dagen rond het Keletistation in Boedapest, begin september 2015. Het dwong Oostenrijk en Duitsland tot het openen van de voordeur. “De vluchtelingencrisis is geen Europees probleem, maar een Duits”, zei Orban. De Hongaarse deur dicht, ook mentaal. 

Maar ook voor de rest zit het Orban mee: het gaat de Hongaren niet slecht: de werkloosheid keldert, de lonen pieken. Hoewel het land het minder doet dan een aantal Oost-Europese buurlanden, lijkt de gemiddelde Hongaar tevreden. Bovendien is de tegenstand ook erg verdeeld. De oppositie werkt niet samen en lust elkaar soms rauw. Zolang samenwerking tegen de gemeenschappelijke vijand niet lukt, ligt de rode loper uit.

Hoewel zijn populariteit dus licht tanende is, bestaat er geen twijfel over dat Orban de verkiezingen wint. De vraag is hoe groot die overwinning wordt: slaagt Orban er nog eens in een tweederdemeerderheid met alle grondwettelijke comfort van dien binnen te halen of moet hij op zoek naar partners?