Als de angst te groot wordt: wat zijn fobieën en hoe geraken we ervan af?     

Naar schatting de helft van de bevolking heeft op een bepaald moment in het leven last van een of meerdere angsten gelinkt aan een bepaald object of een bepaalde situatie. Bij 11 à 12 procent is de angst zo groot dat die het dagelijkse leven verstoort. Als we dan ook nog het object of de situatie gaan vermijden, valt de diagnose van fobische angst. Maar die angst is in vele gevallen relatief eenvoudig te behandelen. 

Er zijn heel wat angststoornissen: paniekstoornis, sociale angststoornis... Twintig à dertig procent van de bevolking zal in zijn leven ooit geconfronteerd worden met een angststoornis. Bij velen zal de angstproblematiek zo groot zijn dat er in principe hulp voor aangewezen is. Ook fobieën vallen onder angststoornissen. Een op de tien mensen lijdt aan een specifieke fobie die het leven verstoort. 

Wat is een fobie?

Claustrofobie, spinnenvrees, hoogtevrees, autovrees, naaldenvrees, onweerfobie,... Ongetwijfeld kent u iemand met een panische angst voor een of ander object of situatie. Maar wanneer loopt het uit de hand en mogen we spreken van een fobie?

Bij mensen met een fobie staat het alarmsysteem voor angst iets te gevoelig afgesteld

Barbara Depreeuw, gedragstherapeute The Human Link

Angst hebben is een normale, gezonde reactie. Het is een soort van alarmsysteem dat ons verdedigt tegen gevaren, angst helpt ons te overleven. Maar soms lokt angst zo hevige reacties uit dat de angst het normale leven belemmert. "Bij mensen met een fobie staat het alarm iets te gevoelig afgesteld", zegt Barbara Depreeuw, gedragstherapeute bij The Human Link in Antwerpen. 

Naast de angst moet er ook altijd een beperking zijn alvorens we over een fobie spreken. Die beperking kan groot zijn of matig, maar er is altijd een beperking. Dirk Hermans, professor gedragstherapie aan de KU Leuven, legt ons het verschil uit tussen bang zijn voor spinnen en spinfobisch zijn. "Als je schrik hebt van spinnen, ga je je niet laten opsluiten in een kamer vol spinnen, maar ga je wel een wandeling maken in de natuur. Wanneer er sprake is van een spinnenfobie, ga je in bepaalde seizoenen minder naar buiten, maar bij anderen gaat de angst zo ver dat je niet meer alleen thuis wil zijn uit angst voor een mogelijke spin."

© 2011 Ronny Petitjean, All rights reserved.

Hoeveel fobieën er precies zijn, is moeilijk te zeggen. Op het internet circuleert een lijst met meer dan 400 fobieën. Je kan het niet bedenken of er is wel iemand die voor iets heel specifieks een angst heeft opgedaan. Zo zijn er mensen die bang zijn voor bijvoorbeeld de kleur geel of voor knoflook. Maar dat zijn uitzonderingen, de meest voorkomende fobieën zitten in een cluster. 

  • Dierenfobie: bang zijn voor alles wat met honden, slangen, spinnen, ratten, paarden... te maken heeft 
  • Ruimtes: angst voor kleine, grote ruimtes, ook hoogtevrees 
  • Sociale fobie: angst voor de reacties of kritiek van anderen
  • Injectiefobie: alles wat met bloed te maken heeft

Hoe ontstaat een fobie?

Men gaat ervan uit dat alle angsten aangeleerd zijn. "Er zijn eigenlijk weinig angsten die aanwezig zijn vanaf de geboorte", zegt professor Hermans. "Je ziet angsten evolueren, er is een bepaald leerproces."

Dat leerproces kan op verschillende manieren verlopen.

  • Een slechte ervaring: u bent bijvoorbeeld ooit gebeten door een hond. Dat kan in sommige gevallen een aanleiding zijn voor een hondenfobie. 
  • Wat anderen hebben meegemaakt of zeggen: wanneer uw ouders heel bang zijn voor bijvoorbeeld honden en ze telkens de straat oversteken wanneer een hond komt aangewandeld, dan kan het zijn dat u door die ervaringen een hondenfobie zal ontwikkelen.
  • Informatie via een andere weg die ons enorm veel schrik aanjaagt: verhalen over honden die mensen aanvallen en levensgevaarlijk verwonden.

Kunnen we een fobie behandelen?

Fobieën worden op dit moment behandeld door het toepassen van exposure-therapie. U gaat zichzelf confronteren, eventueel onder begeleiding van een therapeut, met datgene waar u bang voor bent. 

Exposure is een harde behandeling, maar het is de behandeling

Professor Dirk Hermans, Gedragstherapie KU Leuven

"Er bestaat geen enkele psychologische problematiek waar de behandelingen zo effectief zijn", zegt professor Dirk Hermans. "Al is het een harde behandeling, want je moet de confrontatie aangaan met datgene waarvoor je een panische angst hebt. Mensen zouden liever een pil nemen. Anderzijds werken we stapgsgewijs en zorgen we ervoor dat we het tempo van de patiënt volgen."

AFP or licensors

Virtual reality kan ook helpen bij de exposure-therapie. Het Vincent Van Gogh-ziekenhuis in Charleroi is een van de pioniers in ons land om op deze manier mensen van hun angst af te helpen. "Met een 3D-bril gaan de patiënten hun angsten tegemoet", zegt Noël Schepers, psycholoog aan het Vincent Van Gogh-ziekenhuis. "Wie kampt met vliegangst wordt in een vliegtuigstoel gezet en met het beeld dat je ziet via die 3D-bril, voelt het aan alsof je op een opstijgend of dalend vliegtuig zit", legt Schepers uit. Volgens de psycholoog is het voordeel van VR dat de omgeving volledig gecontroleerd kan worden. 

Wat als de therapie faalt of de angst terugkeert?

Soms is de angst zo groot dat het voor de patiënt niet opweegt om therapie te volgen. Sommigen die er wel aan beginnen, haken vroegtijdig af. "Er is de angst voor de angst", legt professor Dirk Hermans uit. "Sommige mensen zitten al vast met het uitspreken van het woord spin of het bekijken van een tekening."

Er is een soort van angstgeheugen waardoor angsten snel kunnen terugkeren 

Barbara Depreeuw, gedragstherapeute The Human Link

Een van de moeilijkheden met angststoornissen is dat die gemakkelijk kunnen terugkomen. "We hebben een soort van angstgeheugen, we hebben geleerd schrik te hebben van bijvoorbeeld spinnen", zegt Barbara Depreeuw van The Human Link. "Tijdens de therapie leren we op een bepaalde manier met die angst om te gaan, maar één slechte ervaring kan ervoor zorgen dat de angst terugkomt. Angst is heel hardnekking."

Voor  patiënten is het dan ook belangrijk dat ze zich blijven openstellen voor hun angst. 

"Problematiek wordt onderschat"

"Het lijden van mensen met een angststoornis wordt zwaar onderschat", zeggen onze beide experts. Volgens professor Dirk Hermans zal een op de vijf à zes kinderen geconfronteerd worden met een angststoornis. "Zeventien tot twintig procent van de mensen wordt ooit tijdens het leven depressief, twintig tot dertig procent van de bevolking zal ooit met een angststoornis te maken krijgen. Maar voor angststoornissen is er veel minder aandacht dan voor depressies", gaat hij verder. 

©Jakub Krechowicz - stock.adobe.com

Ook gedragstherapeute Barbara Depreeuw roept op om meer geld vrij te maken voor angststoornissen. "Om een fobie aan te pakken, betaal je al snel zo'n 600 euro, voor de behandeling van complexere angststoornissen kan dit bedrag snel oplopen. Voor heel wat mensen een serieus bedrag en slechts enkele mutualiteiten betalen een deel terug. Indien we meer geld krijgen en dus ook meer onderzoek kunnen verrichten, vinden we misschien een betere, kortere, minder wrede en ook dure manier om mensen van hun angst af te helpen." 

Huisartsen zijn de casemanagers van het gezin, zij kunnen heel vroeg detecteren

Professor Dirk Hermans, Gedragstherapie KU Leuven

Volgens professor Dirk Hermans moeten we uiteindelijk naar een systeem van eerstelijnszorg waarbij de huisarts kan doorverwijzen. "Huisartsen weten meestal goed hoe het met hun patiënten is. Zij kunnen heel goed detecteren en zo nodig doorverwijzen. Op deze manier moeten we niet wachten tot ze zich zelf aanmelden, we moeten inzetten op preventie."

Wat is het beleid inzake angststoornissen?

Het kabinet van minister van Welzijn, Jo Vandeurzen (CD&V), bevestigt dat de prevalentiecijfers van angststoornissen hoog liggen. Bij de geestelijke gezondheidscentra kloppen mensen het meest aan voor een depressie, angst is de nummer twee onder de aanmeldingsredenen. Het kabinet ontkent echter wel dat er minder aandacht zou zijn voor angststoornissen.

"We kiezen vanuit Vlaanderen voor een globaal en geïntegreerd geestelijke gezondheidsbeleid waarbij we zo weinig mogelijk focussen op specifieke problematieken of stoornissen", zegt Nico Krols, woordvoerder van de minister. "In het programma vroegdetectie en -interventie naar kinderen en jongeren dat in uitrol is, kunnen angststoornissen evenzeer meegenomen worden. Al is het wel aan de netwerken om te onderzoeken welke noden er in hun regio leven en hoe die middelen het best worden ingezet."

Verder vestigt het kabinet de aandacht op het feit dat er intussen zeven projecten eerstelijnshulp zijn die zich richten naar mensen met allerhande niet-complexe psychische problemen. 

Mensen met angststoornissen die een kortdurende behandeling volgen kunnen binnenkort rekenen op een terugbetaling 

Maggie De Block (Open VLD), Minister van Volksgezondheid

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) laat weten dat er sinds het begin van de legislatuur 22,5 miljoen euro vrijgemaakt is voor de terugbetaling van eerstelijnspsychologische zorg. "Mensen met matige psychologische problemen zullen binnenkort kunnen rekenen op een terugbetaling van een kortdurende behandeling bij een klinisch psycholoog", reageert de minister. "Ook mensen met angststoornissen zullen hiervoor in aanmerking komen. Door te voorzien in de terugbetaling van eerstelijnspychologische zorg, zullen mensen die nu soms jaren moeten wachten op hulp, sneller een behandeling krijgen", besluit de minister.  

De terugbetaling van de eerstelijnspsychologische hulp is voorzien voor eind 2018, begin 2019.