Veranker een verbod op ongelijkheid in de grondwet

"Ik verneem dat er gedacht wordt aan het versterken van de grondwet, door een paar kernwaarden in een preambule op te nemen. Kunnen we dan ook inschrijven dat gelijkheid van alle burgers een grondwaarde blijft, en dat ongelijkheid voortaan dus geplafonneerd moet worden? Het is een kleine moeite, en desgevraagd wil ik de idee wel wat scherper uitschrijven."

labels
Gie Goris
Gie Goris is hoofdredacteur van Mo* magazine.

Ik plaatste die boodschap op mijn Facebook vrijdag, als “aanvulling” op het voorstel dat Patrick Dewael deed midden de veralgemeende Verontwaardiging en Woede rond de partij Islam. De suggestie werd enthousiast onthaald, dus zie ik mij verplicht een en ander wat beter en breder uit te schrijven.

Als er een preambule nodig is om de funderende waarden van de staat te verankeren of te betonneren, dan zou ik namelijk graag wat verder kijken dan zaken als scheiding van religie en staat, of gelijkheid van man en vrouw, waarover een schijnbare consensus bestaat in het politieke veld. Want als een principe dat in artikel 10 van de huidige Grondwet al ingeschreven staat (De gelijkheid van vrouwen en mannen is gewaarborgd) ook nog eens in een preambule moet, dan vind ik het gerechtvaardigd om ook dat andere principe in datzelfde artikel (Er is in de Staat geen onderscheid van standen. De Belgen zijn gelijk voor de wet) te actualiseren en op te tillen tot een geheiligde waarde voor nu en voor alle tijden.

De buurman die een Tesla voor de voordeur zet, wekt meer woede op dan een Antwerpse reder die de sterren van de hemel kan kopen. 

Voor de mensen die twijfelden of dat nu wel nodig is, kwamen op maandag de broers Christian, Jean-Philippe, Pierre en Michel Cigrang te hulp. Het vermogen van de redersfamilie Cigrang wordt volgens De Morgen op een miljard euro geschat. Dat is zo veel, dat het opnieuw abstract wordt en eigenlijk weinig woede of verzet opwekt.

De buurman die een Tesla voor de voordeur zet, wekt meer woede op dan een Antwerpse reder die de sterren van de hemel kan kopen. Die sterren, dat is te hoog gegrepen voor bescheiden miljardairs als de Cigrangs, maar ze waren wel zo vriendelijk het Spaanse eilandje Espalmador in de Balearen te kopen voor 18 miljoen euro. Dat leverde in alle kranten exotische foto’s op van geprivatiseerde witte stranden en azuurblauwe oceanen, terwijl de Belgische burgers steeds moeilijker die ene baksteen in zijn of haar maag kan financieren.

De ongelijkheid en de problemen daarmee zijn niet te reduceren tot een miljoenenuitgave voor een eilandje, of tot een klein miljoen subsidie voor een exclusieve en elitaire Vlaamsnationale club in Brussel, maar het zijn wel die beelden die helpen om een idee te krijgen van de omvang en de methode van ongelijkheid.

Wat is het probleem?

In de jaren 1990 en 2000 gold binnen het toen nog brede politieke centrum dat ongelijkheid op zich geen strijdpunt is. Wat maal ik erom dat iemand zich een privé-eiland kan permitteren, als de gewone werkende bevolking maar waardig werk, een eerlijk loon, toegankelijke zorg en onderwijs, en in het algemeen haar deel va het menselijk geluk heeft -zo ongeveer zouden Tony Blair en Bill Clinton hun Derde Weg geformuleerd hebben. Zij wilden een einde maken aan de strijd tegen rijkdom en beloofden die te vervangen door het goede leven voor iedereen.

Van die ideologische ruimte op centrumlinks profiteerden de superrijken om de ongelijkheid zo groot te maken dat ze too big to fail werd. De financiële crisis van 2008 -de tiende verjaardag komt eraan, waar is dat feestje?- was in vele opzichten het gevolg van de onhoudbare herverdeling van rijkdom van lagere inkomens naar grote vermogens.

In meer gelijke samenlevingen hebben mensen meer vertrouwen in elkaar, is de sociale mobiliteit groter, is er meer aandacht voor ecologie en wordt er bijvoorbeeld meer gerecycleerd

Wilkinson en Pickett

Dat sociaaleconomische ongelijkheid, of zelfs de smaller gedefinieerde inkomensongelijkheid, een serie negatieve gevolgen heeft, is intussen zo veelvuldig en grondige geargumenteerd aangetoond, dat het verbazing wekt dat de strijd ertegen niet bovenaan de politieke agenda staat. Richard Wilkinson en Kate Pickett schreven in hun boek The Spirit Level – Why More Equal Societies Almost Always Do Better:

"In sterk ongelijke landen zijn er vijfmaal meer geesteszieken dan in relatief gelijke landen, en heel de bevolking wordt daarbij getroffen, niet enkel de laagste inkomens. In meer ongelijke samenlevingen worden tot vijfmaal meer mensen in gevangenissen opgesloten, lijden tot zesmaal meer mensen aan obesitas en de moordcijfers kunnen ook vele malen hoger liggen… In meer gelijke samenlevingen hebben mensen meer vertrouwen in elkaar, is de sociale mobiliteit groter, is er meer aandacht voor ecologie en wordt er bijvoorbeeld meer gerecycleerd", besluiten Wilkinson en Pickett.

Ook Nobelprijswinnaar Economie Joseph Stiglitz toont in zijn boek The Price of Inequality aan dat ongelijkheid niet enkel slecht is voor de menselijke ontwikkeling en sociale indicatoren van een land, de (excessieve) ongelijkheid die de Verenigde Staten kenmerkt, is ook slecht voor de economische groei, betoogt Stiglitz. Ook de Oeso kwam trouwens tot dat besluit. De reden daarvoor is dat de ongelijkheid resulteert in onderinvestering in publieke goederen, zoals infrastructuur, onderwijs en technologie.

In een opinie in The New York Times (6 juli 2012) zei Stiglitz dat de ondraaglijke ongelijkheid het gevolg is van onder andere marktdistorties zoals monopolies, het misbruik van het financiële systeem, topmanagers die de zwaktes van het bedrijfsbestuur gebruiken om voor zichzelf een steeds groter aandeel van de bedrijfswinsten op te eisen, de impact van verkiezingscampagne-bijdragen die omgezet worden in voordelige belastingtarieven…

Recht op menswaardig leven

Artikel 10 van de Grondwet ademt nog de bezorgdheden van de stichters van de natie: de standenmaatschappij was midden de negentiende eeuw diep verankerd, zeker in landelijk België; en de gelijke behandeling van iedereen voor de wet was daardoor allesbehalve vanzelfsprekend, en is dat in de huidige kapitaalsongelijke tijden nog steeds niet. De wetgevende macht heeft zelfs de mogelijkheid gezien om artikel 10 te omzeilen en een draak als de afkoopwet in te voeren, waardoor mensen met grote vermogens strafbare feiten kunnen plegen zonder ervoor veroordeeld te worden op de manier die gewone burgers wel te beurt zou vallen.

Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden

Artikel 23 Grondwet

Maar belangrijker is vast te stellen dat de Grondwet in artikel 23 een veel modernere en sociaaleconomische bevestiging opnam van het gelijkheidsbeginsel: "Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden".

De Grondwet specifieert die algemene stelling in zes specifieke grondrechten, die ik hier even in hun volledigheid en juridische formulering citeer, in de hoop dat meer Belgen gaan beseffen waar ze recht op hebben en wat de politieke overheid dus nalaat te realiseren of zelfs na te streven:

  1. het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen;
  2. het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;
  3. het recht op een behoorlijke huisvesting;
  4. het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;
  5. het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing;
  6. het recht op gezinsbijslagen.

Er is, met andere woorden, volgens mij voldoende grondwettelijke rechtsgrond om in een eventuele preambule bij de Grondwet het principe van sociaaleconomische gelijkheid in te schrijven. En aangezien elke grondwettelijke auteur schrijft vanuit zijn of haar concrete historische context, zouden de auteurs ditmaal rekening moeten houden met de ervaring van de voorbije decennia.

Met andere woorden: het volstaat niet om te beamen dat Belgen gelijke kansen op ontplooiing en welzijn hebben als daar niet aan toegevoegd wordt dat dit noodzakelijkerwijze betekent dat er paal en perk gesteld moet worden aan de ongelijkheid, aan de schadelijke en immorele accumulatie van kapitaal (en daardoor onvermijdelijk macht) in handen van een kleine groep burgers of bedrijven. Was armoedebestrijding in 1830 nog een revolutionair of ten minste progressief ideaal, dan beseffen we anno 2018 dat het een vals voorwendsel is, tenzij armoedebestrijding onderbouwd wordt met ongelijkheidsbestrijding.

Draagvlak voor radicale keuzes

En er is ook een draagvlak voor zo’n wettelijke aanpak: One example of such a sovereign decision could be the limitation of inequality. De Financial Times en opiniepeiler Harris voerden onlangs een peiling uit, waaruit bleek dat 78 procent van de Amerikanen vonden dat er een ontoelaatbare toename van de ongelijkheid had plaatsgevonden in hun land. In het Verenigd Koninkrijk was dat 79 procent, in China 80 procent en in Duitsland 87 procent.

Christian Felber en zijn Economy for the Common Good-beweging stelt overal in Europa de vraag aan het publiek welke ongelijkheidsverhouding de mensen aanvaardbaar vinden. Meestal wint een verhouding van 1/10. De realiteit, zegt Felber, ziet er radicaal anders uit. In Oostenrijk zien we een verhouding van 1/1150, in Duitsland 1/6000 en in de Verenigde Staten 1/350.000.

De centrale these van Thomas Piketty in zijn veelgeprezen Kapitaal in de 21ste eeuw was trouwens dat de groeiende ongelijkheid van vandaag zowel in oorzaken als in gevolgen verdacht erg begint te lijken op de ongelijkheid van de 19de eeuw, en dus de facto de terugkeer inluidt van de standen, wat aantoonbaar ingaat tegen de wens van de Grondwetgever.

Een radicale rem op de ongelijkheid moet daarom uiteraard gepaard gaan met een uitgesproken verzet tegen racisme

Bijkomend, en geen detail: de ongelijkheid in Europa krijgt door de relatief recente migratie en de economische inschakeling respectievelijk uitstoting van mensen met een migratie-achtergrond in maatschappelijke en economische verbanden steeds duidelijker ook een etnische of herkomstdimensie. Een radicale rem op de ongelijkheid moet daarom uiteraard gepaard gaan met een uitgesproken verzet tegen racisme, anders zouden de voordelen van meer gelijkheid paradoxaal genoeg meer ongelijkheid creëren aan de onderkant van de samenleving, met alle instabiliteit en mogelijk geweld tot gevolg.

Een voorstel

Dit is dus mijn bijzonder gematigde bijdrage tot het komende debat over de Grondwetsherziening en het invoegen va een preambule om onze grondwaarding assertief voorop te stellen:

"Alle Belgen worden als gelijkwaardige burgers geboren of verwerven die principiële gelijkwaardigheid samen met het verwerven van de nationaliteit zoals bij wet vastgelegd. De Staat ziet er op toe dat de verschillen in familiale situatie, talenten, levenstrajecten, economische activiteit, herkomst, levensbeschouwing of andere omstandigheden niet leiden tot vermogensverschillen die groter zijn dan 1 op 25. De Staat neemt ook de verantwoordelijkheid op zich om mensen die zich op haar grondgebied bevinden maar niet beschikken over de Belgische nationaliteit te voorzien van rechten en diensten die in overeenstemming zijn met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het internationale document dat de waarden van de Verlichting beter samenvat dan elke andere verklaring, overeenkomst of verdrag."

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.