België veroordeeld voor "ongelijke behandeling" van inkomsten uit onroerende goederen

Ons land is door het Europees Hof van Justitie veroordeeld omdat de belasting op inkomsten uit onroerende goederen anders wordt berekend voor woningen in ons land dan voor woningen in het buitenland. Ons land moet nu "zo snel mogelijk" naar een oplossing zoeken. 

Wie een tweede huis of appartement heeft in ons land of in het buitenland, moet dat aangeven aan de fiscus. Ligt het onroerend goed in België, dan worden de belastingen op de inkomsten uit dat onroerend goed berekend op basis van het kadastraal inkomen. Gaat het om een onroerend in het buitenland, dan wordt gekeken naar de reële huurwaarde. Beide berekeningen gelden zowel voor onroerend goed dat verhuurd wordt als voor onroerend goed dat niet verhuurd wordt.

Maar die fiscaal verschillende behandeling van vastgoed is in strijd met de Europese regels, vindt de Europese Commissie. Die stapte in maart vorig jaar naar het Europees Hof van Justitie en dat Hof geeft de Europese Commissie nu gelijk en spreekt van een "ongelijke behandeling".  

Wat is nu de draagwijdte van deze uitspraak? Het  Europees Hof van Justitie stelt enkel het probleem van de ongelijke behandeling vast en zegt dat de  Belgische fiscus die ongelijkheid moet wegwerken.  Hoe dat moet gebeuren, daar spreekt het Hof zich niet over uit. "Het is aan België om dat zo snel mogelijk te bekijken en op te lossen. Als dat niet gebeurt, kan de Europese Commissie opnieuw naar de rechter stappen en een boete of dwangsom vragen", zegt  Stefaan Van der Jeught, woordvoerder van het Europees Hof van Justitie.

Het is niet de eerste keer dat  ons land veroordeeld wordt voor die ongelijke fiscale behandeling. Dat gebeurde al in 2014 toen een Belgische rechter daar een prejudiciële vraag over had gesteld aan het Hof.  

"De Belgische wetgever heeft nu twee opties", zegt Michaël Joosen, advokaat bij het kantoor Cazimir, gespecialiseerd in fiscaal recht.  "Ofwel moet de fiscus een kadastraal inkomen toewijzen aan elk tweede verblijf in elke Europese lidstaat en wordt iedereen belast op dit kadastraal inkomen, maar dat is praktisch uiteraard niet haalbaar. Ofwel moet ook Belgisch tweede verblijf worden belast aan de werkelijke huurwaarde.  Maar die plotse belastingverhoging op Belgisch vastgoed is echter politiek moeilijk te verkopen".  Joosen verwacht eerder dat de Belgische wetgever eerder zal afwachten en het probleem doorverschuiven zolang de Europese Commissie ons land niet meteen met  een nieuwe procedure dreigt.