Nieuwe fabriek busbouwer Van Hool komt in Morristown, Tennessee en zal begin 2020 operationeel zijn

De nieuwe fabriek die de Vlaamse busbouwer Van Hool in de VS gaat bouwen, komt in Morristown, in de staat Tennessee. Er zullen zo'n 600 mensen werken en de fabriek zou begin 2020 operationeel moeten zijn. Het gaat om een investering van 38 miljoen euro. De vakbonden zijn op hun hoede.

Dat Van Hool een fabriek in de VS zou gaan bouwen, was al lang bekend en die keuze is niet toevallig. Het Amerikaanse openbaar vervoer heeft veel bussen nodig, maar die moeten verplicht in het land gebouwd worden.

De fabriek komt in Morristown, in de Amerikaanse staat Tennessee. De bouw zou deze zomer beginnen. Het wordt de tweede buitenlandse afdeling voor Van Hool. In 2014 opende een afdeling in Macedonië. Nu komt daar dus een Amerikaanse fabriek bij.

Toch zal de Amerikaanse fabriek ook positieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheid in ons land, zegt CEO Filip Van Hool. "De ontwikkeling en bouw van de prototypes gebeuren in België. De Amerikaanse vestiging zal ook afhangen van de Belgische vestiging. Maar meer wagens, meer verkoop heeft altijd een positieve invloed."

Gemengde gevoelens

De vakbonden hebben gemengde gevoelens, nu de Amerikaanse uitbreiding concreet wordt. ABVV-secretaris Hans Vaneerdewegh is voorzichtig positief: "Ik begrijp de situatie over Amerika, en als de informatie klopt dat men alleen de lijnbussen wil overplaatsen, dan kan dat goede reclame zijn die hier misschien extra werk kan opleveren in het hogere segment van bussen", stelt hij. "Voorlopig willen we dit positief benaderen, maar wel waakzaam toekijken."

Volgens ACV-secretaris Marc De Hert is er toch de vrees dat ook touringcars op termijn zouden kunnen meeschuiven naar de Verenigde Staten. "Als mensen hier een opleiding zouden moeten geven aan Amerikaanse collega's, dan ligt dat moeilijk. Zoals met Macedonië destijds is er de vrees voor de afbouw van een eigen job. Dat is menselijk", stelt hij.

Ook bij de liberale vakbond ACLVB stelt secretaris Christophe Van Audenhove zich vragen. "Ik ben zeer benieuwd naar hoe ze dit in de praktijk zien. Je moet niet bij de pakken blijven zitten, maar hoe gaat men die opleiding aanbieden, wie gaat dat geven en zal men het Engels voldoende machtig zijn?", klinkt het.