Foto: RhubarbFramer/Wikimedia Commons

Korte keten: de redding van de boeren?

Boer zoekt consument. En vice versa. Hoevewinkels, boerenmarktjes, groenteabonnementen: het aantal korteketeninitiatieven in Vlaanderen is de laatste jaren flink toegenomen. Geen wonder: het is één van de weinige manieren om als boer ook maar een béétje inspraak te hebben in de prijzen die je krijgt voor je oogst. Dat bleek in Pano gisteravond. Maar kan de korte keten de boeren redden?

“Op dit moment zijn er een goeie 3.000 boeren in Vlaanderen actief in de korte keten: boeren met een hoevewinkel of een automaat, of boeren die leveren een voedselteams of op de markt gaan staan,” zegt Ann Detelder van het Steunpunt Hoeveproducten. “Dat is maar 12% van het aantal landbouwbedrijven. Maar het stijgt wel: elk jaar krijgen we 5 tot 10% meer vragen van boeren die interesse hebben om in de korte keten te gaan verkopen.” Geen wonder: als je als boer rechtstreeks aan de consument verkoopt, schakel je een hoop tussenpersonen uit. Je krijgt dus betere prijzen, en tegelijk treed je als boer uit de anonimiteit: het is een kans om je beroepseer te tonen.

En net dàt is ook wat de klanten aantrekt: het contact met de boer. ‘Het belevingsaspect’, noemt Ann Detelder het zelf. “Vroeger waren de klanten in hoevewinkels vooral ouderen: mensen die heimwee hadden naar de smaak van de melk of de boter uit hun jeugd. Maar nu zien we een verschuiving: er komen veel jonge gezinnen met kinderen, die hun kinderen willen laten zien waar hun wortelen of hun vlees vandaan komen. Ook jonge 50-plussers komen nu meer en meer. Allemaal mensen die belang hechten aan gezond en vers voedsel.”

Eén op de vijf Vlamingen koopt al eens in de korte keten. Vreemd genoeg bleek dat aantal kopers te dalen de voorbije jaren. Maar ze komen wel vaker terug: vaste klanten dus. In 2016 boekten hoevewinkels en boerenwinkels een omzet van 94 miljoen euro.

Niet voor alle boeren is het evident om de stap te zetten naar de korte keten. Aardappelen of aardbeien verkopen op je boerderij, dat is niet zo moeilijk. Maar als je vers vlees of zelfgemaakte kaas of ijs wil verkopen, moet je natuurlijk wel voldoen aan alle eisen qua voedselveillgheid. En dat vergt al gauw flinke investeringen. Consumenten kopen ook graag meerdere producten op één plaats: het helpt ook als je een ruimer assortiment hebt en ook producten van andere boeren verkoopt. Maar het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat je een supermarkt wordt – wettelijk mag dat ook niet, in landbouwgebied.

Korteketenverkoop zal altijd in de minderheid blijven, denkt Ann Detelder. “Op dit moment gaat het om minder dan 2% van de verkoop van landbouwproducten. Een mirakeloplossing voor de landbouw is het niet. Maar het biedt wel een mooie meerwaarde voor boeren en consumenten. En er zit zeker nog groei in. Je ziet bijvoorbeeld dat er in bepaalde gemeenten heel veel initiatieven zijn, in andere dan weer bijna geen: als lokale besturen hun boeren een duwtje in de rug geven, kunnen ze mee het verschil maken.”