Video player inladen ...

Juf Nena (23): “Ik vind dat er een groot probleem is in het onderwijs, en het wordt niet gezien”

De brooddozen zijn gevuld en de fluohesjes gaan weer aan: de paasvakantie zit erop. Business as usual voor kinderen, ouders en leerkrachten. Maar het worden nog spannende maanden. De onderwijsbonden dreigen met acties als de Vlaamse regering niet snel met een actieplan komt om het basisonderwijs te versterken. De leerkrachten kijken vooral uit naar extra ondersteuning op de klasvloer, zo bleek uit de Pano- reportage “Ons basisonderwijs kraakt”. Daarin zag u al kort juf Nena, 23 jaar, uit Antwerpen, die vertelde over haar moeilijke start. Nu krijgt u haar hele verhaal.

Geregeld dendert er een bus voorbij die de ramen doet trillen. Verder is het stil in de klas van juf Nena (23) in Zurenborg. Het is woensdagnamiddag: vrijaf. Maar Nena zit de werkboekjes na te kijken: “Anders weet ik niet of ze het begrepen hebben, hé.”

25 kinderen zitten er in Nena’s klas, in het vierde leerjaar. Een stevige middenmoot, een aantal kinderen dat extra uitdagingen aankan. En kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, en kinderen die nog méér ondersteuning nodig hebben.

Nena vermoedt dat enkele kinderen zonder het M-decreet zouden zijn doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. “Ik heb kinderen met leerproblemen, die kan ik wel opvangen. Maar ik heb ook kinderen met motorische problemen, en kinderen met gedragsproblemen. Ik heb het vooral heel moeilijk met de gedragsproblemen, omdat daar heel veel tijd in kruipt.” En die tijd, die heeft Nena eigenlijk niet. “Met 25 kinderen is dat moeilijk.”

Video player inladen ...

"Tijd", het woord zal zeker tien keer terugkeren in het gesprek. Meestal wordt het voorafgegaan door "te weinig". Nena’s school zet bijvoorbeeld sterk in op differentiatie: elk kind krijgt opdrachten op zijn of haar niveau. “Elke leerling krijgt zijn eigen taken tijdens zelfstandig werk. Daar zit van alles in: wiskunde, taal, spelling, wereldoriëntatie,… De ene krijgt wat meer, de ander wat minder."

 Ik ben Speedy Gonzalez: ik ren van het ene probleem naar het andere. 

"En we proberen ook volgens hun eigen interesses te werken.” Veel werk voor de juf om dat allemaal voor te bereiden. “Maar dat is werk dat ik nuttig vind. Want een kind dat taken krijgt waarvan hij/zij denkt: "dat kan ik aan", dat wil eraan beginnen.” Zelfstandig werk dus, maar dat betekent niet dat de juf intussen op haar lauweren kan rusten. “We werken met een systeem met witte en rode blokjes. Een wit blokje op de bank betekent dat het kind verder kan. Staat het op rood, dan heeft het een probleem. Maar meteen nadat ik het startsein heb gegeven, staan er al direct twaalf rode blokjes. En dan ben ik dus Speedy Gonzalez: ik ren van het ene probleem naar het andere. En aan het eind van de les staan er nog altijd rode blokjes. Dat is niet leuk.”

Dat gevoel, dat maakt voor Nena de job het zwaarst. “Dat je zo je best doet, dat je je volledig inzet voor je kinderen, en dat het toch niet genoeg is. Dat je thuiskomt en het gevoel hebt: ik heb dit kind niet kunnen helpen, en dàt kind ook niet. Want ik was bezig met een derde kind, maar dat had mijn hulp ook echt wel nodig. Waar leg ik dan mijn prioriteiten nog? Ik vind dat er een groot probleem is in het onderwijs, en het wordt niet gezien.”

Dat gevoel komt nog bovenop de lesvoorbereidingen, het verbeterwerk, de administratie en de verantwoording. Avonden, weekends: al haar vrije tijd kruipt erin.

Video player inladen ...

Zorguren

En dat eiste al snel zijn tol. “Ik heb in mijn eerste jaar wel een paar weken thuis gezeten omdat het niet meer ging. Te veel. Ik ben in therapie geweest om te leren omgaan met stress en werkdruk en nu sta ik er al veel beter voor. Maar ik moet wel veel rekening houden met mijn energiebalans en geregeld op de rem gaan staan.”

Nena is halftijds gaan werken. In theorie toch, want in de praktijk vervangt ze heel vaak zieke collega’s. Tijdens het weekend studeert ze nu uit eigen beweging "Zorg en remediëring" bij. Want de lerarenopleiding waar ze nog geen drie jaar geleden afstudeerde, heeft haar niet voorbereid op de harde realiteit, zegt ze.

Voor een leerling met een bijzondere zorgnood komt er een ondersteuner in mijn klas voor 72 minuten. 72 minuten! 

Het is niet dat ze er alleen voor staat. Er is heel veel steun van de collega’s en de directie. “We zorgen voor elkaar en kijken samen wat er beter kan.” De CLB-medewerkster is ook heel aanspreekbaar, maar zij is er maar één keer per week. Daarnaast komt er iemand van het ondersteuningsnetwerk, om een kind te helpen met een bijzondere zorgnood. Een verwezenlijking van het M-decreet.

“Voor de leerling in mijn klas komt die ondersteuner 72 minuten. 72 minuten! Voor een kind dat normaal gezien in een kleine groep zou zitten van zes tot acht leerlingen, waar het leerstof op zijn maat zou krijgen. Ineens moet dat nu in een groep van 25 met de leerstof van heel die groep mee kunnen. Dat kind voelt zich daar niet goed bij, en dat merk je ook. Het is minder gemotiveerd en stoort de klas.”

Ik zie mijzelf ook nog niet aan een gezin beginnen: geen tijd voor, geen energie.

Een lichtpuntje zijn de zorguren: zes heeft Nena’s klas er gekregen. Een extra leerkracht, die mee in de klas komt om leerlingen te begeleiden. Dat maakt al een wereld van verschil, vindt Nena. “Mijn droomscenario is dat we fulltime met z’n tweeën voor de klas mogen staan. Ik zou mij minder gefrustreerd voelen als er een voorval is met een leerling die het moeilijk heeft. Eén leerkracht kan dat probleem dan proberen op te lossen, terwijl de ander verder werkt met de rest van de groep. Je kunt dubbel zo veel leerlingen begeleiden bij zelfstandig werk. En je deelt de verantwoordelijkheid.”

Want op deze manier ziet Nena zich niet verder gaan tot haar 67e. “Zeker niet. Want ik voel hoe veel dit van mij vraagt. Ik zie mijzelf ook nog niet aan een gezin beginnen: geen tijd voor, geen energie. Ik bewonder mijn collega’s die wél hun werk combineren met een gezin: ik weet niet hoe ze het voor elkaar krijgen.”

Video player inladen ...

En toch heeft Nena heel bewust ervoor gekozen om juf te worden. “Ja. Er was niks anders dat ik wou doen. En nu nog niet. Het contact met de kinderen, dààrvoor doe ik het. 100%. En een kind dat het heel moeilijk heeft toch vooruit zien gaan: als dat gebeurt, daar kan ik echt wel een week op verder!”

Wie de volledige "Pano"-reportage "Ons basisonderwijs kraakt" wil herbekijken, kan dat via deze link.