Boerenbedrog: komt er na de verontwaardiging ook een oplossing? 

"Hoe het komt dat Belgische boeren topkwaliteit leveren zonder dat ze er een eerlijke prijs voor krijgen?", vroeg journaliste Greet Pluymers zich af in haar reportage voor Pano. De getuigenissen over de geringe leefbaarheid van de landbouwsector wekten dagenlang verontwaardigde reacties. Gelaten zou je kunnen zeggen: zo gaat het iedere keer. Maar kunnen we na de boze reacties en analyses ook een begin van oplossing zien? Een poging.

labels
Joris Aertsens, Jelle Goossens
Joris Aertsens en Jelle Goossens zijn medewerkers bij Rikolto (het vroegere Vredeseilanden).

Afzet via korte keten is voor een aantal boeren een optie om hun inkomsten te diversifiëren, maar het grootste deel van de productie wordt afgezet via supermarkten. Daar moeten we dus op zoek naar oplossingen die de volatiliteit in de prijsvorming beheersen, die over een langere periode een lonende prijs tot stand brengen, zonder daarbij de sturende functie van de markt uit te schakelen.

Werken aan betere prijsmechanismes

Dat zal niet één systeem zijn voor alle sectoren. Voor melk of varkensvlees zal dat er anders uitzien dan voor groenten en fruit. Perfecte systemen bestaan niet. Dus ook de redeneringen hieronder zijn zeker voor verbetering vatbaar, maar het is alvast een begin.

Voor producten als melk, rundsvlees of varkensvlees, waar je meer stabiele aanvoervolumes hebt, kan het zinvol zijn dat afnemers minimumprijzen afspreken met de producenten, gekoppeld aan bepaalde volumes die ze zeker nodig hebben. Essentieel is dat er afgesproken wordt voor welk volume de minimumprijs van toepassing is om overproductie te vermijden (bijvoorbeeld 80% van de vraag van het voorbije jaar). De minimumprijs kan voor deze producten gekoppeld worden aan de gemiddelde marktprijs van de voorbije 2 à 3 jaar. Om structurele marktevoluties door te laten sijpelen, herbereken je de minimumprijs best elke 3 tot 6 maanden. Op die manier geef je een marktsignaal mee aan de producenten, maar neem je wel het prijsrisico weg. Op een of andere manier zal ook gekeken moeten worden of de minimumprijs leefbaar is voor de boeren, want het brengt ook niet op als die onder het kostprijsniveau zit van het merendeel van de boeren.

Er kunnen eventueel 'gecompenseerde' minimumprijzen gehanteerd worden. In een situatie waarbij de marktprijs onder de minimumprijs daalt, steunt de supermarkt dan een tijdje de producenten door toch de minimumprijs aan te houden. Wanneer de marktprijs weer boven de minimumprijs gaat, houdt de supermarkt de minimumprijs nog even aan, tot ze de eerder gegeven steun heeft terugverdiend. Zo neem je het prijsrisico voor boeren grotendeels weg, zonder dat dit leidt tot extra kosten voor de supermarkt of de consument.

Voor groenten en fruitsoorten met beperkte bewaarbaarheid kan het werken met minimumprijzen daarentegen erg marktverstorend werken. Op bepaalde momenten heb je door weersomstandigheden grotere productievolumes dan normaal. Als je dan de prijzen niet laat zakken, zit je snel met grote overschotten. Toch zijn ook hier oplossingen te bedenken waarbij je met boeren, veilingen, voedingsbedrijven en supermarkten toewerkt naar een verzekerd volume (vastgesteld op basis van een inschatting van de vraag) waar een bodemprijs voor geldt. Voor tijdelijke overschotten moeten we dan op zoek naar mogelijkheden voor verwerking of afzet naar alternatieve kanalen zoals voedselbanken, scholen, zomerkampen (groentesoep en fruitsla), enz. Het alternatief is voedsel vernietigen, en daar is niemand gelukkig mee.

De prijsvorming voor sommige producten zoals granen gebeurt op de wereldmarkt. Ook voor vlees en zuivel is er grote invloed van niet-Europese producenten die de druk op de prijzen extra verhogen, terwijl ze niet per se aan dezelfde vereisten op vlak van milieu of arbeidsvoorwaarden moeten voldoen. Zelfs zonder Europese marktbescherming, kunnen voedings­bedrijven en supermarkten ervoor kiezen om duurzaam aan te kopen bij Europese producenten.

Durf ook te experimenteren. Een tijdje geleden hebben we het voorstel gedaan aan de veilingen om op de klok een extra cijfer te noteren dat een indicatie geeft van de kostprijs van de boeren. Inkopers hebben dan op zijn minst al de mogelijkheid om daar rekening mee te houden en dit naar hun klanten toe in de verf te zetten.

Consumenten zijn meer dan hun kassaticket

De consument staat erbij en kijkt ernaar? Uit de reportage blijkt nochtans dat een leefbare prijs voor de producent vaak al tegen een minimale meerprijs tot stand gebracht kan worden. In de eindprijs van een product in de winkel is de meerprijs in veel gevallen zelfs verwaarloosbaar. En zelfs als het een kleine meerprijs betekent, is die consument in grote meerderheid bereid bij te dragen aan een beter systeem: mensen zijn meer dan hun kassaticket. Dat is de boodschap die al meer dan 2300 mensen gaven op www.meerdanmijnkassaticket.be.

De problematiek van onleefbare prijzen vormt een reële bedreiging voor de toekomst van onze landbouw en voedselvoorziening.

"Mijn grootste wens is dat er een dialoog op gang komt", besluit fruitteler Geert Claes in de Pano-reportage. Die dialoog moet vandaag starten. Er zijn geen simpele oplossingen, maar niemand kan het zich nog permitteren om blind te blijven voor de drama’s die zich vandaag afspelen achter de gevels van zovele landbouwbedrijven. De problematiek van onleefbare prijzen vormt een reële bedreiging voor de toekomst van onze landbouw en voedselvoorziening.

Bij dezen dan ook ons engagement om mee te werken aan nieuwe vormen van prijsmechanismes, die werken voor iedereen, zonder de markt te verstoren, en waarmee we al op korte termijn kunnen experimenteren met alle spelers in de voedingsketen.

Beste supermarkten, landbouworganisaties en -coöperaties, voedingsbedrijven en overheden: wie springt mee?

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.