Video player inladen ...

Expo 58, 60 jaar later: op zoek naar relieken van de wereldtentoonstelling

Van 17 april tot 19 oktober 1958 hebben bijna 45 miljoen bezoekers de "Wereldtentoonstelling Expo 58" op de Heizel in Brussel bezocht. In België en in enkele andere landen zijn er zowat 50 grote relieken overgebleven van die unieke gebeurtenis. Meest bekend is uiteraard het Atomium, hoewel ook dat monument normaal gezien ergens in de jaren 60 tegen de vlakte had moeten gaan. Maar het Atomium werd een nationaal symbool en bleef staan, zoals de Eiffeltoren in Parijs.  Alexander Dumarey en Lucas Vanclooster gingen op zoek naar andere relieken van Expo 58.

Het paviljoen van Kortrijkse dakpannen- en tegelnijverheid

Vlak bij het Atomium overleeft het destijdse "Paviljoen van de Kortrijkse dakpannen- en tegelnijverheid". 80 paviljoenen waren toen ingevuld door bedrijven en sectoren, bijvoorbeeld door de arbeidsongevallen­verzekeringen, tabak, voeding, chocolade, Coca-Cola en Marie Thumas.

Daarnaast waren er 42 landenpaviljoenen en tientallen vestigingen van de christelijke godsdiensten en van allerlei grote organisaties als het Rode Kruis en de Verenigde Naties. Het ronde dakpannenpaviljoen lijkt een tiende bol van het Atomium. Op Expo 58 waren er verschillende ronde of half-bolvormige paleizen. Het dakpannenpaviljoen van architect Geo Bontinck is nu feestzaal "Salon 58".  In 1958 bedekten witte geglazuurde pannen het complex. Al kan je het gebouw ook helemaal als een dakpan beschouwen.

Alexander Dumarey

Het paviljoen van Joegoslavië

Verschillende paviljoenen doken later op als school. Een van de mooiste is de beschermde middelbare school Sint-Paulus in Wevelgem, het gewezen Joegoslavië-paviljoen van architect Vjenceslav Richter. Zelfs de rare onrechtstreekse afwatering is er nog, en ook de zogenoemde beugelramen in het dak. Uiteraard waren er aanpassingen nodig om klaslokalen te organiseren, maar het heldere lichte ruimtelijke van het oorspronkelijke paviljoen leeft nog volop. Sint-Paulus blijft een van de knapste staaltjes van Expo-hergebruik.

Alexander Dumarey

De luchtbrug

Over een deel van Expo 58 liep een stevige loopbrug van 450 meter lang. Alleen het begin is bewaard. De loopbrug was in het midden open en  beschreef een bocht tot aan paleis Belvédère, nu de woning van koning Albert en koningin Paola, toen het hoofdkwartier van de Wereldtentoonstelling.

Na 1968 is het grootste stuk van het traject gesloopt. Vanop de luchtbrug had de toeschouwer een fantastisch uitzicht op de enorm drukbezochte paviljoenen van de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, het Vaticaan, Frankrijk en Parijs. Op de loopbrug stonden lichtgevende Expo-sterren, een ontwerp van Lucien De Roeck. In 1968 speelde Pink Floyd voor Tienerklanken een paar nummers op dit viaduct, net voor de afbraak.

Alexander Dumarey

Paviljoen van de Stedenbouw

De Kortrijkse "Kunstwerkstede De Coene" had een inbreng in 28 paviljoenen. Een en ander bleef bewaard, de sporthal in Deurne is een knap voorbeeld, en een kerkje in Kraainem. De Coene maakte van alles in hout, van kleine producten, meubels en ambachtelijke elementen tot reusachtige dragende constructies, overbruggingen en spanten. In de stad van oorsprong herrees het paviljoen van "Stedebouw" om er allerlei functies te vervullen, zelfs als noodschool, en laatst kantoren van badkamerbedrijf Van Marcke.

Het wacht nu op een nieuwe bestemming. Opvallend zijn het vlinderdak, het gelijmd gelamelleerd hout en de voetspanten. Op Expo 58 hing het gebouw aan de trapeziumvormige structuur, in Kortrijk rust het op de grond. De doorschijnende golfplaten zijn vervangen door een banalere gevelbekleding.

Alexander Dumarey

Het IBM-paviljoen

IBM had een van de meest populaire vertegenwoordigingen op de Heizel, dat kwam ook door de aanwezigheid van de eerste computer in België. Het transparante paviljoen verhuisde naar de A12 in Londerzeel. Nu is het een vestiging van bakstenenbedrijf Wienerberger.

De glazen voor- en achterwand van het oorspronkelijke ontwerp, met stalen profielen en ruitvormige ramen van boven tot onder, staan hier naast elkaar, de rest is later bijgebouwd, zodat het doorkijkeffect verdween. De trap is wel origineel 1958. Die eerste computer was de "610", je kon er vragen aan stellen. Hij werkte "met automatische decimale-komma-instellingen, en een geheugen met magnetische trommel".

Alexander Dumarey

Het Côte d'Or-paviljoen

Schuin aan de overkant van de A12, maar in Willebroek dus provincie Antwerpen, ligt de Carré, het destijdse Côte d'Or-paviljoen. Als baancafé met "Decap"-orgel hield het nog zijn oorspronkelijke stijl. Na de omvorming tot mega-discotheek in de jaren 80, met onder meer een nieuwe voorbouw en geveldecoratie die de structuur camoufleren, doen niet zo veel elementen nog Expo-belletjes rinkelen. Het schuin aflopende dak bleef wel bewaard. Op de tentoonstelling stonden de 4 Belgische chocoladeproducenten Côte d'Or, Jacques, Meurisse en Victoria broederlijk naast elkaar. Ze hadden alle 4 speciale Expo 58-repen.

De Beneluxpoort

Er waren 10 grote toegangspoorten tot de expo, die hadden een naam, de "Paleizenpoort", "Beneluxpoort", "Natiënpoort"... Daar  hoorde een meestal rond lokettengebouwtje bij met ticketbalie en infostand. Maar één bleef over, op de grens van het Heizelterrein en Laken. Het was lange tijd een bejaardenclubhuis, en binnenkort wordt het dat opnieuw.  Achter de bescheiden constructie hangt een kleurrijke stalen wandsculptuur die de Expo zo ongeveer samenvat.  

Alexander Dumarey

Op 24 april is er in BOZAR een Special Screening van een lange documentaire met unieke beelden van Expo 58. Meer informatie vindt u hier. In het Atomium en het "Brussels designmuseum ADAM" daar vlakbij, lopen er maar liefst drie thematische tentoonstellingen: Podium 58Graphic 58 en People of 58

Video player inladen ...