Belga

"Dubbelleven" van Montasser AlDe'meh: onthullend of verhullend? 

Montasser AlDe’emeh schreef het boek ‘Dubbelleven’. “Wat bezielt iemand om zijn leven te riskeren en te infiltreren in IS? En hoe voelt het aan om je in het geheim voor de Staatsveiligheid in te zetten en toch veroordeeld te worden?” Het klinkt intrigerend en zo hoort het ook voor een flaptekst. Maar 252 pagina’s lectuur van het boek laat de lezer vooral met een dubbel gevoel achter. Montasser beweert een blik te geven achter de schermen van de Staatsveiligheid en IS. Maar het is maar de vraag welke blik dat is. Onthullend of verhullend? 

Montasser AlDe’emeh is bekend. De man is bezig aan een doctoraat over jihadisme en in die hoedanigheid wordt hij her en der gevraagd zijn licht te laten schijnen over die brandend actuele problematiek. 

De man heeft de status van expert. Die status heeft hij vooral te danken aan zijn petje van academicus. Maar het punt is dat Montasser AlDe’emeh daarnaast ook nog het petje op heeft van hulpverlener (met zijn deradicaliseringscentrum ‘De weg naar’), van journalist (Knack en Humo) en naar eigen zeggen dus ook nog van informant, ja zelfs infiltrant, van de Staatsveiligheid. 

Vier petjes op één hoofd, dat kan nooit comfortabel aanvoelen. En dat is ook het wezenlijke probleem. Als je met Montasser AlDe’emeh te maken hebt, wie staat er dan eigenlijk voor je?  Te meer omdat de man in zijn boek onthult dat hij geregeld bepaalde zaken doet en schrijft, alleen maar om een bepaalde reactie los te weken. Als hij een (journalistiek) portret maakt van Fouad Belkacem zegt hij: “Vanwege mijn werkzaamheden voor Staatsveiligheid kon ik het niet maken om overdreven kritisch te zijn.” Daardoor komt hij “op een goed blaadje te staan” en dat leidt er o.a. toe dat hij uitgenodigd wordt bij de familie Belkacem. Daar, zo schrijft hij, is de sfeer aanvankelijk wat gespannen “want het was de eerste keer dat ze een journalist in hun huis binnenlieten.” Een journalist? 

Mijn werk als journalist en onderzoeker bleek alweer een perfecte dekmantel voor mijn dubbelleven als informant

Montasser AlDe’emeh geeft het antwoord zelf: “Mijn werk als journalist en onderzoeker bleek alweer een perfecte dekmantel voor mijn dubbelleven als informant.” 

Montasser AlDe’emeh geeft ondubbelzinnig toe dat dat hij de diverse petjes puur utilitair aanwendt. Zo zegt hij in De Standaard een analyse te hebben gepubliceerd met de bedoeling zijn informatiepositie als informant te verstevigen. “Mijn stuk had het beoogde effect: ik kreeg weer complimenten van radicale moslims.” Elders zegt hij voor Knack een artikel te hebben geschreven met als inhoud “wat G. van me gevraagd had.” G. is een van zijn drie contactpersonen bij Staatsveiligheid. 

Ook op andere momenten neemt hij standpunten in waarvan je je kan afvragen welke inhoudelijke waarde ze hebben. Als Montasser AlDe'emeh een radicaal standpunt inneemt over Gaza is dat “omdat die strategie werkte.” Als hij theatraal opstapt uit een begeleidingscommissie is dat “om het vertrouwen van geradicaliseerde jongeren te winnen.” En kritiek op politiediensten “maakte me in hun ogen nu eenmaal geloofwaardiger.” Dat zal misschien wel zo zijn maar met de lectuur van zijn boek in het achterhoofd, kijk je toch anders naar zijn bijdrage in het maatschappelijke debat. 

Ook als hulpverlener is de informantenrol dominant en doet hij, zo zegt hij zelf, “maar alsof.” Empathie is geveinsd en staat in functie van “zo veel mogelijk informatie los te krijgen.” Dat rollenspel gaat zo ver dat hij er zelf cynisch van wordt “waarbij ik met trots mensen aan het lijntje hield of gek maakte om aan info te komen.” 

Het is veel gevraagd een man te geloven die heel zijn boek door zegt dat hij het een of andere rolletje speelt

Dat dubbelleven heeft ook zo zijn gevolgen t.a.v. de lezer. Het is veel gevraagd een man te geloven die heel zijn boek door zegt dat hij het een of andere rolletje speelt. 

Los nog van het rollenspel waarin hijzelf verstrikt geraakt, zijn ook zijn standpunten soms moeilijk te rijmen. Montasser AlDe'emeh zegt principieel tegen de doodstraf te zijn maar wil anderzijds “die IS-idioten eigenhandig te lijf gaan met een kalasjnikov” omdat ze “achterlijk” zijn. “Ik zou die kerels met plezier hebben afgeknald.”  

De reden waarom hij die dubbele rol speelt (eigenlijk is het een quadri rol) moet gezocht worden in de missie die hij zichzelf gegeven heeft: “De veiligheid van het land.”  Montasser AlDe'emeh denkt van zichzelf dat hij daarin een even nobele als cruciale rol te spelen heeft. Hij wil zijn steentje bijdragen “om aanslagen in ons land te helpen voorkomen.” 

Eigenlijk presenteert hij zichzelf al als informant in 2012. Helaas doet hij dat anoniem waardoor contact natuurlijk moeilijk ligt. “Nu besef ik dat dat naïef was.” Twee jaar later, in 2014, vindt hij een briefje in zijn brievenbus met de vraag contact op te nemen met inspecteur K. “Een jongensdroom die in vervulling ging.” 

Als Staatsveiligheid hem een eerste keer geld aanbiedt, voelt hij zich beledigd. Maar 100 bladzijden verder schrijft hij: “Ze (de informanten – D.L.) zouden zich geen financiële zorgen hoeven te maken.” Volgens Montasser zou hij later wel van de Staatsveiligheid 600 euro krijgen als huurgeld voor zijn deradicaliseringscentrum ‘De weg naar.’ Al zei hij 100 bladzijden eerder dat “overheidssteun mijn geloofwaardigheid zou ondermijnen.” 

Over dat deradicaliseringscentrum zegt hij dat het idee is beginnen “rijpen” tijdens een van de vergaderingen met Staatsveiligheid. De suggestie dat het een constructie is van de inlichtingendiensten wordt verder bevestigd waar hij zegt dat het “ons een ideaal uithangbord (leek) om nog meer contacten en informatie te verzamelen.” Later schrijft hij hierover nog in termen van “ons gezamenlijk project”.  

Montasser AlDe’emeh geeft verder geen expliciete uitleg. Hij zegt wel dat hij een “geheimhoudingscontract” heeft moeten tekenen met Staatsveiligheid. Of dat zo is, weten we niet. Staatsveiligheid geeft officieel geen commentaar bij haar informantenwerking, dat doet ze principieel nooit. 

Montasser AlDe’emeh vraagt enerzijds om zijn rechtszaak achter gesloten deuren te laten plaatsvinden maar schrijft anderzijds wel een boek waarvan hij ook weet dat Staatsveiligheid niet wil en kan repliceren. Hij klaagt aan dat er geen statuut is voor informanten, wat op zich klopt voor inlichtingendiensten, niet voor politiediensten (waar de materie geregeld is door de BOM-wet, de wet op de Bijzondere Opsporingsmethodes). 

Die onduidelijkheid werkt in twee richtingen. De afwezigheid van dat statuut laat hem ook toe allerlei ongecontroleerde berichten de wereld in te sturen omdat hij officieel toch nooit zal tegengesproken worden. 

Hij presenteert zichzelf als de loyale soldaat van de inlichtingendienst maar als hij dan, zoals hij zelf beweert, cruciale informatie heeft over een nakende aanslag stapt hij niet naar Staatsveiligheid, zogezegd omdat hij daarmee niet kon wachten tot de volgende vergadering (sic), maar wel naar de politie, waarvan hij eerder schreef dat hij gestopt was met hen samen te werken.

Welke rol speelt Montasser AlDe’emeh eigenlijk voor wie? Naast Staatsveiligheid beweert hij ook contacten te hebben met de Jordaanse inlichtingendienst én met de Belgische politie én op het einde van zijn boek zegt hij dat ook de Amerikanen hem “enkele voorstellen hebben gedaan.” 

Bovendien beweert hij voor de Staatsveiligheid niet alleen als informant te werken maar ook als infiltrant, wat toch een wezenlijk verschil is, en soms ook als een combinatie van de twee. “Ik was een informant die in radicale milieus infiltreerde.” 

De Staatsveiligheid heeft me botweg gedumpt

Montasser AlDe’emeh is zowel in eerste aanleg als in beroep veroordeeld voor schriftvervalsing. Hij maakte vanuit zijn centrum een vals attest op voor iemand die in de gevangenis verbleef. Die veroordeling stemt hem erg bitter. “De Staatsveiligheid heeft me botweg gedumpt,” zo zegt hij. In zijn verdediging riep hij het argument in dat hij gedekt was door de Staatsveiligheid, argument dat blijkbaar geen indruk maakte op de rechters, noch in eerste aanleg noch in beroep.

In het vonnis wordt niet tegengesproken dat Montasser AlDe’emeh voor Staatsveiligheid werkte maar zelfs als dat zo was, is dat nog geen vrijgeleide om de wet te overtreden. En de vraag is ook, puur hypothetisch, welk belang de Staatsveiligheid zou gehad hebben bij een vervalst deradicaliseringsattest waarmee iemand uit de gevangenis kon vrijkomen. In de gevangenis had de Staatsveiligheid immers een veel beter zicht op de betrokkene.

Het is overigens niet de eerste keer dat iemand beweert dat hij eigenlijk misdrijven beging in opdracht van. Het is een klassieker, rechercheurs en onderzoeksrechters kunnen er over meespreken. Wat inlichtingendiensten betreft, zijn er geen precedenten maar informantenrunners van de politie worden soms zelfs opgeroepen door de verdediging van de verdachten. Veel meer dan dat is het niet want steevast antwoorden zij dat het beroepsgeheim hen verbiedt wat dan ook te zeggen. 

Met de komst van de burgerinfiltrant zal die discussie wellicht nog meer gevoerd worden

Met de komst van de burgerinfiltrant, waarvoor de wettelijke regeling in een laatste rechte lijn zit, zal die discussie wellicht nog meer gevoerd worden. Want je kan de zaken natuurlijk wel wettelijk regelen, de complexe realiteit van criminaliteit en criminaliteitsbestrijding laat zich niet altijd perfect vatten in wettelijke regelingen. 

De kwestie is vooral ook hoe je als politie en inlichtingendienst de regie over die mensen blijft behouden. Er speelt het (criminele) eigenbelang en er speelt de persoonlijkheid van de informant. Als mensen zoals Montasser AlDe’emeh zo gedreven zijn, is het gevaar reëel dat ze zich ongenaakbaar voelen en soloslim beginnen spelen.   

“Twijfel is het begin van alle wijsheid”, zo zegt Montasser. Wat dat betreft is hij geslaagd: het boek roept veel twijfels op. Vooral dat. 

---

Het boek "Dubbelleven, achter de schermen van de staatsveiligheid en IS" is uitgegeven bij Lannoo.

In De Afspraak van 13 maart 2018 was Montasser AlDe’emeh te gast om er zijn boek ‘Dubbelleven’ voor te stellen. Dat fragment kan u hier bekijken. 

Video player inladen ...

Vreemd is het dus niet dat het belangrijkste inhoudelijk cluster voor 2017 de berichtgeving over Donald Trump is. Was die berichtgeving partijdig? Ik heb in 2017 heel wat berichtgeving over Donald Trump herlezen, herbekeken en herbeluisterd met het redactiestatuut in het achterhoofd. Nu staat er in dat redactiestatuut wel degelijk dat er ruimte móét zijn voor kritische duiding en evaluatie. Heel wat indieners van klachten vonden wezenlijk dat VRT NWS Donald Trump gewoon moest steunen of in elk geval niet mocht bekritiseren.

Zoals ik in mijn basistekst over onpartijdigheid uitleg, is er een verschil tussen (onhaalbare en onwenselijke) neutraliteit en onpartijdigheid. Het is vaak moeilijk om partijdigheidsklachten met het redactiestatuut in de hand zonder meer “gegrond” te verklaren, maar ze kregen wel vaker het label “ongegrond met een opmerking”. Geen onbetwistbare fout dus, maar toch iets om beter op te letten.

Noot van de VRT NWS ombudsman :  In de kritische en degelijke analyse  van Dirk Leestmans leest u dat de auteur niet weet (niet kan weten) of de geheimhoudings- overeenkomst met de staatsveiligheid echt bestaat.

Montasser AlDe'emeh heeft mij intussen een document overgemaakt  dat volgens hem het geheimhoudingsdocument is waarover sprake is in de tekst. Het ondertekende document draagt een hoofding die verwijst naar de Veiligheid van de Staat. Het bevestigt dat de heer Montasser AlDe'emeh op de hoogte werd gebracht van een aantal wettelijke bepalingen rond geheimhoudingsplicht.

Dat document houdt absoluut geen opdracht of een vrijgeleide in om een vals attest op te stellen.  Montasser AlDe'emeh erkent dat ook.  Hoewel de Montasser AlDe'emeh op verschillende momenten heeft gezegd - ook in zijn boek - dat hij een vals attest rond deradicalisering heeft opgesteld "in het licht van" zijn werk voor de staatsveiligheid, benadrukt hij dat de staatsveiligheid hem inderdaad nooit heeft gevraagd of gemandateerd om een vals attest op te maken. Hij had alleen op meer begrip gehoopt van de rechtbank voor de context waarin het attest werd opgemaakt.

Hij wijst er verder op dat hij al twee jaar niet meer voor de staatsveiligheid werkt en dat zijn centrum voor deradicalisering sinds 2016 is gesloten.