100 jaar geleden: de eerste Belgische overwinning

Op 17 april 1918 zet het Duitse leger een aanval in op de Belgische posities net ten noorden van Ieper. Tot verbazing van vriend en vijand slaat het Belgisch leger de Duitse aanval met succes af. Het is de eerste Belgische overwinning en een bewijs dat het Belgisch leger klaar is voor de eindstrijd.

Tot 17 april 1918 was het Belgische leger amper in actie gekomen. Als het in oktober 1914 aan de IJzer de Duitse inval tot staan brengt, is dat leger het kneusje van de Europese legers: slechte individuele bewapening, een uniform uit de vorige eeuw, haast geen mitrailleurs, geen zware artillerie, geen manoeuvreerbaarheid en slechts op het nippertje gered door het water van de zee.

Toegegeven, de motivatie van de soldaten en de inzet van de lagere officieren moeten niet onderdoen voor de andere legers. Na de IJzerslag in oktober 1914 is de toestand nog schrijnender. De rangen zijn uitgedund, de artillerie is gedecimeerd en de uniformen zijn nog slechts lompen. De tijd van de wederopbouw van een nieuw leger kan beginnen.

Haveloze Belgische soldaten achter de IJzer in oktober 1914

Langzaam wordt een nieuwe organisatie uitgebouwd. Er komen opleidingscentra in Frankrijk onder het bevel van het Belgische organisatietalent, luitenant-generaal de Selliers de Moranville.

Hier worden rekruten opgeleid, officieren krijgen er de nieuwste tactieken aangeleerd en soldaten leren zowel verdedigings- als aanvalstechnieken. Een nieuwe structuur voor de Medische Dienst wordt op poten gezet en zal dikwijls dienen als voorbeeld voor de geallieerden.

De frontsoldaat krijgt een moderne uitrusting, de artillerie wordt uitgebreid met verschillende kalibers en eindelijk worden de nodige mitrailleurs aangekocht.

De eerste Belgische recruten komen toe in het opleidingscentrum in het Franse Granville, oktober 1914

Het Belgisch leger lijdt bovendien in de volgende drie jaren relatief weinig verliezen.

Dit is te danken aan de herhaalde weigeringen van koning Albert om deel te nemen aan de bloedige offensieven van de geallieerden, tot frustratie van de bondgenoten en dikwijls tegen de wil in van zijn ministers. Maar als constitutioneel opperbevelhebber van het leger kan hij zich die houding permitteren.

Maar is dit ‘nieuwe’ Belgische leger na drie jaar klaar voor grote operaties? Veelvuldige maar kleine raids en een relatief kalm front geven hier geen uitsluitsel over. Het is pas in de lente van 1918 dat de geallieerden, maar ook het Belgisch opperbevel zelf, hier een verrassend en duidelijk antwoord op krijgen.

Koning Albert in gesprek met zijn soldaten aan het front, najaar 1914/ voorjaar 1915

Einde 1917 en begin 1918 nemen de Belgen de sectoren van Merkem en Bikschote over van de Fransen en de Britten. In dezelfde periode realiseert het Duits opperbevel zich dat door de vrijgekomen middelen aan het Oostfront een unieke kans ontstaat aan het westelijk front om de oorlog te winnen of om minstens een voordelige vrede af te dwingen.

Op 21 maart 1918 starten ze dan ook een groot offensief met codenaam ‘Michael’ in Frankrijk. Dit offensief kent aanvankelijk succes maar loopt vast op 5 april.

De Duitse opperbevelhebber, generaal Erich Ludendorff, verlegt onmiddellijk zijn hoofdkrachtinspanning naar het noorden en valt de Britten aan in Noord-Frankrijk en ten zuiden van Ieper op 9 april: operatie ‘Georgette’. Ook hier begint de operatie succesvol voor de Duitsers en moeten de geallieerden wijken.

Zowat iedereen, ook de Geallieerden, zat in het voorjaar van 1918 te wachten op het grote Duitse offensief. "De Duitse soldaat zit vrolijk in zijn loopgraaf, aan de andere kant wacht men in angst af", karikatuur uit het Nederlandse weekblad De Toekomst, 2 maart 1918 ( via Delpher)

Om Ieper, en daarmee het Tweede Britse Leger, in de tang te nemen, en om het Belgisch leger te isoleren, lanceren de Duitsers op 17 april operatie ‘Tannenberg’: een massale aanval op de Belgische stellingen in Merkem en Bikschote.

Het terrein waar deze actie zich afspeelt is zwaar geaccidenteerd door de hevige gevechten in 1917. Bovendien zijn de stellingen nog niet volledig uitgebouwd. Het Belgisch leger heeft immers nog maar recent de sector Merkem overgenomen van de Fransen einde 1917 en de sector Bikschote op 27 maart van de Britten. De eerste sector wordt verdedigd door de 3de Legerafdeling en de tweede door de 4de Legerafdeling.

De kaart links situeert de aanval op Merkem binnen de hele operatie Georgette, rechts kaart van de operaties op 17 april 1918  bij Merkem en Bikschote

De Belgische defensieve tactiek heeft zich wel aangepast aan de nieuwste normen, namelijk de flexibele verdediging in de diepte.

Dit bekent dat de eerste lijn niet meer star wordt bezet en verdedigd, zoals in het verleden het geval was en wat leidde tot zware verliezen, maar dat de eerste lijn voornamelijk bestaat uit waarnemingsposten en versterkte stellingen, al dan niet aaneen gesloten. Bovendien wordt de artillerie op ruime afstand van het front opgesteld.

Duitse troepen in de aanval, voorjaar 1918, locatie onbekend ( collectie NAM, Londen)

De Duitsers beginnen de aanval vol goede (over)moed. Ze hebben immers enkel maar ‘goede’ herinneringen aan dat nietige Belgische leger van 1914.Een Duits order van 14 april stelt zelfs dat de Belgen zullen worden verdreven nog voor ze goed en wel beseffen wat er gebeurt.

De eerste uren van de aanval verlopen inderdaad positief voor de aanvallers. Hun tactiek is simpel: de Belgische linker- (Merkem) en rechterflank (Bikschote) massaal aanvallen waardoor het centrum automatisch in hun handen zal vallen.

Belgische militairen bij een van de Fransen overgenomen bunker

In de sector Merkem valt het kruispunt ‘de Kippe’ bijna onmiddellijk in Duitse handen. Dan zwenkt de aanval af in zuidelijke richting en overrompelt de versterkte stellingen ‘Britania’ en ‘Ferme Verte’. De posities ‘Ashoop’ en ‘Jezuïetengoed’ in de eerste linie zijn nog steeds in Belgische handen maar worden in de rug aangevallen en dienen te worden verlaten.

Rond het middaguur zijn de Duitse troepen over een breedte van twee kilometer meer dan een kilometer doorgestoten.

Ten zuiden, in de sector Bikschote, is de aanval een totale mislukking. Ondanks hevige verliezen weten de Duitsers een paar vooruitgeschoven posten te veroveren maar hevig Belgisch artillerievuur pint hen op die posities vast. De beschieting is zo hevig dat ze zelfs deze posten dienen op te geven en na enige uren weer op hun startlijn staan.

Detailkaart  van de slag rond Merkem

Terug naar de noordelijke sector Merkem waar rond het middaguur de Belgen de tegenaanval inzetten. Een van de kenmerken van deze aanval is dat de initiatieven worden genomen door de jonge officieren ter plaatse.

Bovendien is er een perfectie samenwerking tussen de aanvallende infanterie en de ongeschonden artillerie. Een na een worden de posities heroverd en rond acht uur ’s avonds is enkel ‘Jezuïetengoed’ nog in Duitse handen.

Korporaal Van Os en vier soldaten kunnen de betonnen bunker langs achter naderen en gooien er granaten in. Om 21u30 geven de Duitsers zich over en zijn alle Belgische posities heroverd.

De Belgen in de tegenaanval

De Slag bij Merkem mag terecht een eclatant Belgisch succes genoemd worden.

Zeven Belgische bataljons kunnen een aanval van 23 Duitse bataljons afslaan.

De Belgen verliezen bedragen 619 manschappen (doden, gekwetsten en vermisten). De Duitse verliezen schommelen tussen 1922 en 2354 manschappen waarvan 779 krijgsgevangenen.

Gesneuvelde Duitse militairen na de slag
Duitse krijgsgevangenen worden afgevoerd

Het Belgisch leger krijgt dan ook de dankbaarheid van de Geallieerden: de Britse koning, George V, stuurt een felicitatietelegram en de Franse generaal Foch komt persoonlijk op 21 mei een aantal strijders van Merkem decoreren.

Met de Slag bij Merkem toont het Belgisch leger zijn herwonnen gevechtscapaciteit aan. Koning Albert ziet dat zijn nietig leger van 1914 een geduchte krijgsmacht is geworden. Dit geeft hem het vertrouwen om in september 1918 het leger in te zetten in de Geallieerde offensieven die tot de bevrijding van België en het einde van de oorlog zullen leiden.

Ook de pers in de Geallieerde landen besteedt aandacht aan het Belgische succes. Het Franse tijdschrift Le Miroir toont, onder de titel "Belgisch leger verijdelt de plannen van Ludendorff", foto's van een grote groep Duitse krijgsgevangenen, de Belgische generaal Jacques en  en van de Franse generaal Foch en de Belgische opperbevelhebber Gillain (BnF, Gallica)
Belgische militairen en Duitse krijgsgevangenen

Rob Troubleyn is deskundige van het Belgische leger tijdens WOI bij het Kenniscentrum In Flanders Fields Museum, Ieper.

Tenzij anders vermeld zijn de illustraties bij dit artikel afkomstig uit de collecties van het Koninklijk Legermuseum, Brussel.