Moeten de bewakers van de bijzondere bewaking ook bewaakt worden?

Een rechtbank in Turnhout heeft twee gevangenisdirecteurs vrijgesproken wegens "onopzettelijke doding door gebrek aan voorzichtigheid en voorzorg". Zij moesten terechtstaan omdat ze de zelfmoord van een gedetineerde in hun inrichting niet konden voorkomen. De zaak roept veel vragen op. Hoe kan je als directie vermijden dat iemand zelfmoord (in de gevangenis) pleegt? En als je het niet kan vermijden, ben je dan medeschuldig? En wat met deze ogenschijnlijke contradictie: zelfmoord is niet strafbaar, maar je moet wel terechtstaan als je de zelfmoord niet verhinderde.  

labels
Dirk Leestmans
De auteur is journalist bij de justitieredactie van VRT NWS.

De zaak van Dave V. waarover de rechtbank in Turnhout vandaag uitspraak deed, is principieel belangrijk door de reikwijdte van het probleem. Zelfmoord is een ernstig maatschappelijk probleem - in het bijzonder in de gevangenissen door de kwetsbaarheid van de mensen die daar zitten.   

Niemand verdient het alleen in zijn cel te sterven

Niemand verdient het alleen, in zijn cel, te sterven. Dat werd gezegd een paar jaar geleden toen de Liga voor Mensenrechten haar jaarlijkse prijs uitreikte aan alle overledenen in de gevangenis. Jaarlijks zijn dat zo’n 50 mensen, van wie ongeveer een vierde het leven beëindigt door zelfdoding. Het cijfer blijft elk jaar schommelen in dezelfde orde van grootte.  

De Gentse criminoloog Louis Favril onderzocht voor zijn doctoraat alle overlijdens in de Belgische gevangenissen tussen 2000 en 2016. In die periode overleden 794 mensen waarvan één derde (33%) suïcides waren. Dat komt neer, zo berekende hij, op gemiddeld 15,4 zelfdodingen per jaar of meer dan één zelfdoding per maand.    

Dat cijfer is hoog en in verhouding tot de zelfmoordcijfers in de hele samenleving ongeveer acht maal hoger. 

In het gevangeniswezen is men zich bewust van het probleem. In de basisopleiding voor bewakers zit ook een vak "suïcidepreventie". "Indien een gedetineerde suïcidale tekenen vertoont, wordt uiteraard een gepast toezicht georganiseerd en dat kan inhouden dat risicomateriaal verwijderd wordt. Het gaat hier dan telkens om geïndividualiseerde voorzorgs­maatregelen", zo antwoordde minister van Justitie Koen Geens (CD&V) nog begin dit jaar op een parlementaire vraag over zelfmoorden in de gevangenis.  

De vraag is wat dat "gepast toezicht" in de praktijk voorstelt. Want criminoloog Louis Favril stelde vast dat liefst 40 % van alle gedetineerden op het moment van de zelfdoding op het moment van de suïcide onder een maatregel van verhoogd toezicht waren geplaatst. 

En het liep daar ook fout in het dossier van Dave V., de zaak die vandaag voorkwam voor de Turnhoutse rechtbank. De zaak is principieel belangrijk omdat het de eerste keer is dat directeurs zich voor een Belgische rechtbank moesten verantwoorden voor de dood van een gedetineerde in hun inrichting. Rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bevestigt de positieve verplichting van staten om binnen hun rechtsmacht "passende maatregelen" te nemen om het leven van personen te waarborgen. Dat laatste betekent ook dat zelfmoord in een gevangenis, in de mate van het mogelijke, moet voorkomen worden door "redelijkerwijs" alle preventieve maatregelen te nemen die nodig zijn. In de zaak-De Clippel (december 2011) werd België door het Europees Hof hiervoor veroordeeld (al is deze zaak specifiek omdat het over een geïnterneerde ging). 

In de zaak van Turnhout ging het om iemand die in voorarrest zat. En hij was ook net getransfereerd uit een andere gevangenis. Uit een studie van de Gentse criminoloog blijkt dat dat, voorarrest en transfer, twee bijzondere risicofactoren zijn.  

Bovendien bleek dat Dave V. kort na de feiten (de man werd verdacht van moord op zijn echtgenote) al eens een zelfmoordpoging had ondernomen. Om die reden verbleef hij een tijdlang in een ziekenhuis én in de ziekenboeg van de gevangenis van Brugge. Later werd hij overgebracht naar de gevangenis van Turnhout, waar hij onder bijzondere bewaking stond. 

Dat betekent dat de bewakers ’s nachts in principe om de 15 minuten visueel contact met hem moesten maken door door het venstertje te kijken om te zien of de betrokkene nog leeft. Algemeen gesproken gebeurt die controle soms routineus, soms wordt aan de gedetineerde gevraagd effectief een teken van leven te geven. Soms gebeurt die controle met een exacte regelmaat van 15 minuten (waardoor mensen die zelfmoordplannen hebben hun uitvoering daar toch nog op kunnen afstemmen), soms gebeurt het onregelmatiger.     

Maar uit het onderzoek in het dossier V. is gebleken dat de controle door de nachtploeg ernstig faalde. Er is tussen 22.00 uur en 06.00 uur slechts zes keer gecontroleerd. 

De ouders van het slachtoffer wilden weten hoe het kon dat hun zoon - gegeven het risico - toch om het leven kon komen. Ze stelden zich burgerlijke partij, waardoor een onderzoeksrechter de zaak moest onderzoeken. Dat onderzoek leidde ertoe dat in eerste instantie vijf cipiers en twee directeurs zich moesten verantwoorden voor "schuldig verzuim". Maar de raadkamer stelde iedereen buiten vervolging. 

De ouders gingen tegen deze beslissing in beroep en de kamer van inbeschuldigingstelling volgde de redenering van de raadkamer voor de cipiers maar - tegen het advies van het openbaar ministerie in - niet voor de twee directeurs. Die twee directeurs moesten zich dus finaal verantwoorden voor de rechtbank en dat op beschuldiging van "onopzettelijke doding door een gebrek aan voorzichtigheid".  

Waarom moeten de gevangenisdirecteurs wel terechtstaan en de cipiers niet?

Als er dan al iemand moet terechtstaan, is het verwonderlijk dat zij en niet de cipiers voor de rechtbank moesten terechtstaan (en dat zegt misschien ook iets over de machtsverhoudingen in het Belgische gevangeniswezen). De cipiers gaven tijdens het onderzoek toe slechts gedaan te hebben alsof. Ze pointeerden wel, waardoor officieel de controle geregistreerd stond, maar in de praktijk keken ze meer niet dan wel naar de gedetineerde. De redenen die ze daarvoor aanhalen, doen de wenkbrauwen fronsen. Een cipier zegt zelfs dat hij te klein is om door het venstertje te kijken… 

Als argument werd ook aangehaald dat ze niet op de hoogte waren van het bijzonder statuut van de gedetineerde, al stond dat wel als zodanig geregistreerd in het computersysteem.    

Het is ook vreemd, als de hiërarchie dan toch gevolgd wordt, dat niet het instellingshoofd van de gevangenis van Turnhout noch het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen mee gedagvaard werden. Enkel de gevangenisdirecteur die de opdracht gaf de man "bijzonder te bewaken" en de directeur die die nacht van dienst was, stonden terecht.  

Hoe kan je verhinderen dat iemand die zelfmoord wil plegen, dat ook effectief doet? 

Hun verdediging kwam er hoofdzakelijk op neer dat er misschien wel fouten gemaakt waren in de uitvoering van de maatregel. Maar belangrijker volgens hun advocaten is het ontbreken van het oorzakelijk verband tussen de zelfdoding en het beweerde gebrek aan maatregelen. Met andere woorden: stel nu nog dat er een fout gemaakt is, heeft die fout dan rechtstreeks geleid tot de zelfmoord? Of, zo vroegen zij zich retorisch af, hoe kan je verhinderen dat iemand die zelfmoord wil plegen, dat ook effectief doet?  

In kringen van gevangenisdirecties is er vooral ook bezorgdheid over de steeds verdergaande juridisering in de relatie tussen gedetineerden en directie. Die juridisering neemt proporties aan van de Amerikaanse claimcultuur. 

Bovendien kan een directie aan het personeel vragen bepaalde taken uit te voeren, maar de uitvoering zelf moet natuurlijk door het personeel gebeuren. Of moeten de bewakers van de bijzondere bewaking ook bewaakt worden? 

Wie vragen heeft over zelfdoding kan terecht op het gratis nummer van de Zelfmoordlijn, 1813 of op www.zelfmoordlijn1813.be.