© IWM (Q 55569)

100 jaar geleden: Britse aanval op Zeebrugge en Oostende

In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog, deze week van 18 tot 24 april 1918. Britse schepen vallen de havens van Zeebrugge en Oostende aan, terwijl in Vlaanderen de strijd nog hevig woedt, voor het eerst vechten tanks tegen tanks, de "Rode baron", de meest succesvolle piloot van de oorlog, komt om, Ierland staakt tegen de dienstplicht, ...

In de nacht van 22 op 23 april hebben Britse schepen een aanval uitgevoerd op Belgische Noordzeehavens van Zeebrugge en Oostende. Sinds die havens door de Duitsers zijn bezet, worden ze intensief gebruikt door de Duitse onderzeeërs die nog altijd zware verliezen toebrengen aan de Geallieerde scheepvaart.  

De U-boten verblijven meestal in betonnen schuilplaatsen nabij Brugge, waar ze veilig zijn voor luchtaanvallen. Via kanalen kunnen ze Zeebrugge of Oostende bereiken om daar zee te kiezen. Daarom wilden de Britten deze toegang blokkeren.

Luchtfoto van de toegang tot de haven van Zeebrugge, de door de Britten tot zinken gebrachte schepen zijn duidelijk te zien in de havenmonding. Op de beginfoto matrozen van de Vindictieve tonen een vlammenwerper die bij de aanval werd ingezet. © IWM (Q 20648B)

In Zeebrugge bereikten de kruiser ‘Vindictive’ en een paar kleinere schepen de lange betonnen havendam die voor de ingang van de haven. Britse mariniers ontscheepten op de havendam terwijl ze door de Duitsers werden beschoten.

Intussen wisten drie andere - met beton gevulde – Britse schepen de havendam te passeren. Ondanks het Duitse kanonvuur slaagden twee schepen erin de havengeul binnen te varen  De bemanning bracht de schepen daar tot zinken, zodat ze doorgang zouden hinderen, en wist vervolgens met snelle motorboten te ontsnappen.

De in het havenkanaal gezonken schip HMS Iphigenia © IWM (Q 22842)

De gevechten op de havendam werden kort daarna afgebroken en de Britse schepen vertrokken. Bij de twee operaties werden meer dan 200 Britten gedood en 400 gewond. De meeste doden vielen op de zwaar beschoten Vindictive. De Duitsers namen 19 Britten gevangen. De Duitse verliezen zijn veel geringer : 8 doden en 16 gewonden.

Volgens de Britse admiraliteit maken de gezonken blokschepen de scheepvaart onmogelijk op de havengeul, die te toegang voor het kanaal Brugge-Zeebrugge vormt. De Duitsers spreken dat tegen. Ze beweren dat de U-boten nog altijd de haven kunnen binnen- en buitenvaren.

Een poging om tegelijk ook de havengeul van Oostende te blokkeren is mislukt : de Britse schepen misten de ingang van de haven en kwamen op het strand terecht.

Enkele van de krijgsgevangen Britten, foto uit Berliner Leben 1918

Hevige strijd in Vlaanderen

De Duitse aanvallen ten zuiden van Ieper blijven in alle hevigheid voortduren. De Duitse opmars verloopt wel veel trager dan in het begin van het offensief.

Aan de zuidkant van het front zijn er hevige aanvallen geweest tussen de Leie en het dorpje Givenchy, in de richting van Béthune. De Duitsers raakten tot een viertal kilometer van deze belangrijke Noord-Franse stad.

Gesneuvelde militairen in een door de Britten in der haast verlaten loopgraaf © IWM (Q 23880)

In de Vlaamse heuvels wisten de Duitsers een Britse tegenaanval naar Wijtschate af te slaan. Daarop voerden ze een zware aanval uit in de richting van de Kemmelberg. De Britten wisten stand te houden,  maar moesten weerstaan aan een grote gasaanval.

Miljoenen granaten met fosfeen, mosterdgas en difenylchlorarsine werden afgeschoten. Meer dan  8000 Britse soldaten werden door gas getroffen. Velen werden blind.

Ten noorden van Ieper blijven de Belgen standhouden na de voorbije aanval bij Merkem.

Britse soldaat zet de gasmaskers van zijn paarden vast, omgeving Givenchy (Albums Valois, BDIC)

De hevigheid van de gevechten overtreft alles wat de troepen eerder in de oorlog moesten meemaken. Sinds de Duitse offensieven op 21 maart begonnen stapelen de verliezen zich op. De Britten alleen hebben een kwart miljoen man verloren.

Intussen heeft de Geallieerde generalissimus Foch van zijn bevoegdheden gebruik gemaakt om Franse reserves naar het strijdgebied te sturen. Het is voor het eerst in jaren dat er weer Franse troepen in de streek van de Leie en Frans-Vlaanderen te zien zijn. De Franse bevolking juicht hen toe.

Franse reserves komen aan in Cassel ( uit Le Miroir, mei 1918)
Britse militairen achter een baricade in de straten van Bailleul ( NAM, Londen)

Eerste gevecht van tanks tegen tanks

Ook bij de Somme blijven de Duitsers aanvallen. Zo is een nieuwe aanval ingezet naar Villers-Bretonneux, op 15 km van Amiens. Daarbij hebben de Duitsers voor het eerst een eigen versie van de “tank” ingezet.

Zo’n tien tot twintig zware Duitse pantservoertuigen rukten naar het dorp op. Drie ervan botsten op drie Britse Mark IV-tanks. Bij het gevecht werden twee Britse en één Duitse tank uitgeschakeld.

De Britten zetten hier ook voor het eerst een lichtere en snellere tank in, de Whippet. Dat kon echter niet beletten dat Villers-Bretonneux in Duitse handen viel.

Een Duitse tank kantelde op de terugtocht om in een steengroeve en viel nadien in handen van de Fransen. De tank heette "Elfriede", een Duitse vrouwennaam, en niet "Eilfriede" of snelle vrede zoals het Franse tijdshrift Le Miroir beweerde (BnF, Gallica)
De commandant van de "Elfriede" kwam om en kreeg een soldatengraf bij de steengroeve, gemarkeerd door een geweer (Albums Valois BDIC)

Baron von Richthofen gedood

De Duitse “aas” ritmeester Manfred baron von Richthofen, de meest succesvolle piloot van de oorlog, is dood.

Op 21 april maakte hij met zijn Fokker I-driedekker een noodlanding  bij de Brits-Australische linies aan het Somme-front, ongeveer halfweg tussen Amiens en Albert. Australische militairen in de buurt troffen hem stervend aan. Zijn lijf was met een zware kogel doorboord.

Manfred von Richthofen, tweede van rechts, bij een Fokker Driedekker © IWM (Q 54398)

Het is niet duidelijk wie het fatale schot gelost heeft. RIchthofen was vlak voor zijn landing in een gevecht gewikkeld met een paar Britse vliegtuigen, maar wellicht is hij vanaf de grond door de Australiërs met een machinegeweer beschoten.

De dag na zijn dood is hij met militaire eer op een kerkhof bij Amiens begraven. Australische luchtmachtofficieren traden op als slippendragers. ‘s Anderendaags wierp een vliegtuig een bericht boven een Duits vliegveld uit waarin zijn dood werd aangekondigd.

De dood en begrafenis van de Duitse piloot kreeg veel aandacht in de Geallieerde pers, hier op de voorpagina van de Parijse krant Excelsior, 4 mei 1918 (BnF Gallica)

De “Rode Baron”, zoals hij werd genoemd, omdat hij zijn vliegtuig rood liet schilderen, had de dag daarvoor nog twee Britse jachtvliegtuigen neergehaald. Daarmee haalde hij een totaal van  80 erkende overwinningen, meer dan welke vliegenier in deze oorlog. En dat in nog geen twee jaar tijd.

Richthofen was 25 jaar oud. Hij was aanvankelijk officier bij de ulanen. Als leider van de vliegersgroep “Jagdgeschwader 1“ had hij een zeer succesvolle gevechtstactiek ontwikkeld.

Eerbetoon aan de Rode baron in "An Flanderns Küste", het tijdschrift van het Duitse Marinekorps in Vlaanderen. De erepenning was nog voor zijn dood gemaakt om hem te danken voor zijn ondersteuning bij de operatie Strandfest in juni 1917, maar moest hem nog overhandigd worden

Lord Milner nieuwe Britse minister van Oorlog

De Britse premier Lloyd George heeft enkele belangrijke wijzigingen in zijn regering aangebracht.

Lord Milner wordt de nieuwe minister van Oorlog. Hij vervangt de graaf van Derby, die ambassadeur in Parijs wordt. Beiden zijn lid van de Conservatieve Partij.

De hoogadellijke Lord Derby, bekend als eigenaar van een renstal, was sinds eind 1916 minister van Oorlog. De verhouding tussen hem en Lloyd George waren niet zo goed. De graaf steunde veldmaarschalk Haig en generaal Robertson, die het vaak oneens waren met de premier. Toen Robertson twee maand geleden werd ontslagen, kwam Derby in moeilijkheden.

Van links naar rechts, Lord Milner en Austen Chamberlain

Alfred Milner is van meer bescheiden afkomst dan zijn voorganger (hij kreeg later de titel van burggraaf). Hij is een echte Empire builder, die een keiharde reputatie kreeg als koloniaal bestuurder in Zuid-Afrika tijdens de Boerenoorlog. Als lid van het Oorlogskabinet heeft hij belangrijke opdrachten vervuld, onder meer bij internationaal overleg.

Milner wordt als lid van het Oorlogskabinet opgevolgd door Austen Chamberlain, ook een conservatief. Deze was door Lloyd George tot minister voor Indië benoemd, maar stapte in juli vorig jaar op na een onderzoek over het falen van het Brits-Indische leger in Mesopotamië. Chamberlain zelf viel niets te verwijten, maar nam toch als verantwoordelijk minister ontslag, een daad die hem veel waardering opleverde.

De tekening links verwijst naar het feit dat  de Britse regering net nu ook opnieuw de belastingen heeft verhoogd om de kost van de oorlog te dragen. Van 6 % in 1914 zijn de belastingen nu al naar 30 % gestegen en er worden al drie keer meer mensen belast. De karikatuur rechts verwijst naar het feit dat premier Lloyd George dezer dagen met allerlei probleempjes en kritiek uit verschillende hoeken te kampen heeft, maar zich toch makkelijk recht houdt (Joseph Staniforth in de "Western Mail" van 24 april en 1 mei 1918)

Ierland staakt tegen de dienstplicht

Op 23 april viel het economische leven in Ierland voor één dag plat door een algemene staking tegen de invoering van de (Britse) dienstplicht voor het eiland.

Fabrieken, spoorwegen, trams, theaters, winkels, restaurants… alles lag stil. Nooit eerder is zoiets in Ierland voorgekomen.

Beelden van de grote manifestaties in Ierland tegen de dienstplicht (Le Miroir, mei 1918)

De zondag daarvoor werd in alle katholieke kerken een verklaring voorgelezen waarin de Britse regering het recht ontzegd wordt dienstplicht op te leggen en de Ieren opgeroepen wordt zich hiertegen te verzetten.

De tekst was opgesteld door de Ierse bisschoppen in samenwerking met een “anti-dienstplichtcomité”. Hierin werken gematigde Ierse nationalisten als John Dillon samen met hun radicale rivalen Éamon de Valera en Arthur Griffith van Sinn Fein.

Tekenaar John Staniforth vindt dat Ierland, zoals de andere leden van het Britse Rijk, zijn steentje moet bijdragen aan de strijd tegen Duitsland (Western Mail, 23 april 1918)

Geen vrede in de Kaukasus

Ondanks het vredesverdrag van Brest-Litovsk laait de strijd weer op in het Turks-Russisch grensgebied van de Kaukasus.

In Tiflis (Tbilisi) heeft een Transkaukasisch parlement de onafhankelijkheid uitgeroepen. De drie grote bevolkingsgroepen van de zuidelijke Kaukasus, Georgiërs, Armeniërs en Azeri’s, vormen nu samen een “Transkaukasische Democratische Federatieve Republiek”.

Straatscene in Tiflis, 1918

Het Transkaukasisch parlement wordt geleid door de Georgische mensjewiek Nikolaj Tsjcheidze, die vorig jaar een belangrijke rol speelde in de Russische Revolutie. Het erkent de bolsjewistische Sovjetregering niet maar aarzelde tot voor kort om zich volledig van Rusland af te scheiden.

Omdat het grootste deel van Russische leger de Kaukasus verlaten heeft, gingen vertegenwoordigers van het parlement met de Ottomaanse regering onderhandelen. De Turken zijn bezig gebieden in de Kaukasus te bezetten die vroeger tot het Ottomaanse Rijk behoorde, maar veertig jaar geleden door Rusland werden veroverd. Het verdrag van Brest-Litovsk geeft hen die gebieden nu terug, ook al wonen er hoofdzakelijk Armeniërs en Georgiërs.

Koerdische ruiters in dienst van het Ottomaanse leger (Library of Congress)

De onderhandelingen zijn echter afgesprongen. De nieuwe federatie beschouwt zich dan ook in oorlog met het Ottomaanse Rijk.

Op 14 april hadden de Turken al de belangrijke havenstad Batoem (Batoemi) veroverd. Sinds 23 april belegeren ze de versterkte stad Kars, die door een Armeens garnizoen verdedigd wordt. Diezelfde dag veroverden ze Bayazid, een stad vlakbij de beroemde berg Ararat. Ten oosten daarvan zijn de Turken zelfs tot in Perzië doorgedrongen, want ook daar zijn de Russische legers verdwenen.

Kaart van de militaire campagnes in de Kaukasus in 1918 (Wikimedia)

Guatemala verklaart de oorlog aan Duitsland

Het Midden-Amerikaanse land Guatemala verklaart op zijn beurt de oorlog aan Duitsland. Een jaar geleden verbrak het al de diplomatieke betrekkingen met Berlijn.

Guatemala stond onder grote Duitse invloed. Meer dan de helft van de koffieplantages en vele bedrijven, waaronder de grote elektriciteitsmaatschappij, zijn in Duitse handen. Er woont een machtige Duitse kolonie. Enkele grote kranten ontvingen regelmatig geld om pro-Duitse standpunten in te nemen.

Het Weense Kikeriki steekt de draak met de oorlogsverklaring van Guetemala en Nicaragua (dat iets later zal volgen), het zoontje van de Duitse keizer zal wel korte metten maken met die 'postzegelstaatjes' (nr 20, 1918)

De Geallieerde blokkade naar Duitsland was voor het land een ramp, omdat de uitvoer van koffie stilviel.

Guatemala wordt al twintig jaar met ijzeren hand geregeerd door president Manuel Estrada Cabrera. De oppositie wordt monddood gemaakt door een geheime politie en een netwerk van verklikkers.

Estrada Cabrera wordt geprezen dooor Minerva, de godin van de wijsheid. De president voerde in zijn land een merkwaardige cultus voor Minerva in, die de jeugd moest aanzetten om te studeren. In meerdere steden werden er tempels voor de godin opgericht.

Het land stelt zicht nu openlijk aan de kant van de Verenigde Staten. Daarmee probeert Estrada Cabrera de slechte betrekkingen met Washington te verbeteren. Bovendien krijgt hij zo steun in een mogelijk conflict met de buurlanden Mexico en El Salvador.  Er waren geruchten dat Duitsland Mexico zou aanzetten om Guatemala aan te vallen.

Ten slotte kan het corrupte regime van ‘El Presidente’ nu de vele Duitse eigendommen onteigenen.

De "Marianne" van Guetemala keert zich tegen de president omdat die nu ook de kinderen van zijn land vermoordt. In 1920 werd Estrada Cabrera afgezet, onder druk van een colitie van de katholieke kerk en de conservatieve Unionistische partij in het land. Vier jaar later stierf hij in een gevangenis.