Efficiëntere milieucontrole van zeeschepen: de trage weg naar schone scheepvaart

De FOD Mobiliteit kan sinds kort schepen efficiënter controleren op hun zwavelgehalte. Maritieme inspecteurs kunnen nu binnen de minuut zien hoeveel zwavel de scheepsbrandstof bevat. Een hele vooruitgang voor een sector die nog een weg heeft af te leggen.

Scheepvaart is lange tijd de olifant in de kamer geweest als het gaat over klimaat en milieu. Je kunt er niet naast kijken maar iedereen zwijgt erover. De reders hebben lange tijd geschermd met werkgelegenheid en groei als het aankwam op inspanningen voor het milieu. Ook in het klimaatverdrag van Parijs bleef de scheepvaart buiten schot.
Wereldwijd bedraagt de CO2-uitstoot van de zeevaart meer dan 3 procent. Maar de sector groeit snel, tegen 2050 zou het aandeel van de zeevaart kunnen verdrievoudigen.

Ondertussen heeft de Internationale Maritieme Organisatie IMO, beslist om de CO2 uitstoot tegen 2050 te halveren ten opzichte van 2008. “Eindelijk beweegt de tanker,” zeggen voorstanders van het plan, “Maar het is te traag”, menen milieuorganisaties.
 

Bunkerolie

Naast CO2 stoten schepen ook zware rookgassen uit. Dat heeft te maken met de bunkerolie waarmee ze varen. Dat is een afvalproduct van de olieraffinaderijen vermengd met andere afvalstoffen uit de chemische industrie. Deze cocktail is verantwoordelijk voor de uitstoot van zwaveldioxide,  fijnstof, zware metalen en roet. Naar schatting 10 procent van de zwaveldioxide wereldwijd is voor rekening van de scheepvaart. Voor stikstofoxiden schommelt de uitstoot tussen  18 en 30 procent.

Bovendien is niet duidelijk welke schadelijke stoffen er nog allemaal in de rookgassen zitten. Volgens het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu kan dat ook moeilijk omdat de bunkerolie van schip tot schip kan verschillen. Er is ook geen gestandaardiseerde methode om de chemische samenstelling van schadelijke stoffen te meten in de stookolie en de rookgassen.  

De tanker keert

Sinds 2015 zijn er strengere regels voor Het Kanaal, de Noordzee, de Oostzee en de wateren rond de Verenigde Staten. In deze gebieden moeten schepen op laagzwavelige stookolie of diesel varen om aan de milieueisen te voldoen.
Nu mogen grote tankers en containerschepen midden op de oceaan nog op de meest vervuilende stookolie varen. Maar over twee jaar zullen schepen overal een zwavelarme brandstof moeten gebruiken.  De laatste jaren zetten ook steeds meer schepen vloeibaar aardgas of LNG in,  gedeeltelijk of volledig. Zo is de reder UASC uit de Verenigde Arabische Emiraten is al begonnen met bouw van grote LNG-containerschepen.
 

Graag traag

Daarnaast kan ook al heel wat gebeuren zonder veel technische ingrepen. Het Nederlandse milieuadviesbureau CE Delft heeft berekend dat het beperken van de snelheid van een zeeschip met 30 procent de uitstoot van CO2 met 24 tot bijna 40 procent kan verminderen. Het is de vraag of en wanneer reders en beleidsmakers hierover een akkoord bereiken.