De kasteelmoord, het moordproces dat nauwelijks over moord ging

Gisterennamiddag viel (voorlopig) het doek over het proces van de zogenoemde kasteelmoord. Een proces dat jarenlang prominent aanwezig was in de media. Wat maakte deze zaak zo bijzonder? Waarom kreeg ze zoveel aandacht? En waarom heeft het proces zo lang geduurd? Onze gerechts­journalisten die deze zaak voor u volgden, blikken terug. 

labels
Liesbeth Indeherberge en Sofie Demeyer
Journalisten bij de justitieredactie van VRT NWS.

Op 31 januari 2012 werd Stijn Saelens doodgeschoten in zijn intussen bekende kasteel in het West-Vlaamse Wingene. Een dikke vijf jaar later, op 9 maart 2017, gaat het proces van start met een inleidingszitting. En daar wordt meteen duidelijk dat het proces over de kasteelmoord geen gewoon correctioneel proces zal worden.

De advocaat van André Gyselbrecht stak nooit onder stoelen of banken dat hij zijn cliënt eigenlijk voor een assisenjury wilde zien. En dat wordt op die kalenderzitting ook meteen duidelijk: hij vraagt tientallen getuigen op te roepen. De voorzitster gaat niet op die vraag in en beslist dat er 11 getuigen gehoord zullen worden. Op dat moment hoopt de rechtbank nog een uitspraak te kunnen doen vóór de zomer van 2017. Maar het zal dus anders uitdraaien.

Het assisenproces dat er geen was

Heel het proces lang was het trouwens heel gemakkelijk te denken dat dit een assisenproces was. De zitting vond dan ook nog eens plaats in de assisen­zaal van het gerechtsgebouw in Brugge. Een onderzoeksrechter en de speurder die het onderzoek geleid had, haalden de typische powerpoint­presentatie boven die we kennen van assisenprocessen. Psychologen, gerechtspsychiaters en wapendeskundigen kwamen hun verslagen uit de doeken doen.

Van in het begin was dat het probleem van het proces over de kasteelmoord: het was een correctioneel proces vermomd als assisenproces. Met als klap op de vuurpijl de gigantische videoschermen die advocaat Johan Platteau liet installeren voor zijn pleidooi. Het publiek in de zaal en de journalisten in de persbanken leken gebombardeerd tot dienstdoende juryleden.

Het publiek in de zaal en de journalisten in de persbanken leken gebombardeerd tot dienstdoende juryleden. 

Iets wat de sereniteit van dit proces alvast geen goed gedaan heeft. En bovendien bleek de formule allesbehalve efficiënt: verschillende gebeurtenissen leidden namelijk tot vertraging.

(lees verder onder de foto)

Belga

De bekentenis

De eerste reden voor die vertraging was verdachte André Gyselbrecht zelf. Helemaal op het einde van de eerste echte procesdag, in mei 2017, neemt hij onverwacht het woord en bekent hij na meer dan vijf jaar stilzwijgen dat hij wel degelijk de opdracht gaf Stijn Saelens te vermoorden. Maar hij doet dat niet zonder zijn vriend Pierre Serry mee in het bad te trekken. Volgens zijn bekentenis op het proces was het Serry die met het idee kwam en gezegd zou hebben: “Ge moet dat niet zelf doen…”. Door die bekentenis moeten alle verdachten opnieuw verhoord en met elkaar geconfronteerd worden en ligt het proces dus stil.

Geen uithangbord voor beroep van advocaat

Maar ook daarna blijft het proces doorspekt van kleine en grotere conflicten. Advocaten gaan regelmatig rechtstreeks met elkaar in de clinch en zelden werd er zoveel geroepen in een rechtszaal. Tegen elkaar, tegen de openbaar aanklagers en tegen de rechters.

Dit proces was zeker geen uithangbord voor het beroep van advocaat. Hoofdinspecteur David Roelant verwoordde het op het proces zo: “Ik heb bepaalde praktijken gezien die men alleen mogelijk acht in bepaalde films. Sommige advocaten deden alles om het onderzoek te boycotten, dikwijls via de pers. De advocatuur is een belangrijke beroepsgroep, maar advocaten moeten eens grondig nadenken waar ze met de deontologie en de geloofwaardigheid van hun beroep naar toe willen”.

Sommige advocaten deden alles om het onderzoek te boycotten, dikwijls via de pers. 

Hoofdinspecteur David Roelant

Het telefoontje van Jef Vermassen, de toenmalige advocaat van André Gyselbrecht, aan enkele journalisten was in dat opzicht tekenend en werd op het proces zelfs afgespeeld. Te horen is hoe de advocaat journalisten probeert te overtuigen naar zijn persconferentie te komen en terloops laat vallen “dat het verhaal van de incest klopt, dat Stijn Saelens de incest op zijn dochter heeft bekend”. Ondanks de uitdrukkelijke vraag van Elisabeth Gyselbrecht om dat incestverhaal niet naar buiten te brengen.

Gyselbrecht vond het op dat moment blijkbaar niet belangrijk om de reputatie van zijn kleinkind te beschermen, hij die altijd beweerde dat dat net de reden was waarom hij Stijn Saelens liet vermoorden. In het vonnis verwijzen de rechters ook naar dit voorval: “Het brengt het voorwendsel van de absolute bescherming van zijn kleindochter als motief tot het plegen van de moord terug tot zijn reële proporties”, zo klinkt het.

Te veel nevenzaken

Het probleem van dit proces was ook dat er voor de start al zoveel klachten en nevendossiers waren, dat het zelden over de moord op Stijn Saelens zelf leek te gaan. Zo diende Johan Platteau, de advocaat van André Gyselbrecht, een klacht in voor mogelijk geknoei met de computer van Stijn Saelens. Tijdens een huiszoeking werden volgens de advocaat bepaalde bestanden gewist. Er werden ook telefoontaps gelekt aan de pers die zouden moeten wijzen op te nauwe banden tussen het parket van Brugge en de familie Saelens. En volgens de advocaten van André Gyselbrecht werd de incestklacht die door zijn cliënt en Elisabeth Gyselbrecht werd ingediend nooit serieus onderzocht door het parket van Brugge.

Sommige van deze discussiepunten zijn beslecht door een rechter, andere werden tegengesproken door het parket-generaal en over nog andere hebben de openbaar aanklagers zich verdedigd op de zitting. Maar zelfs nadat een rechter oordeelde dat er niets was fout gelopen, zoals in het computerdossier, bleef dit proces de nevendossiers gedurende heel zijn duur meesleuren en bleven die nevendossiers het proces vertragen.

De vele nevendossiers deden het proces vertragen. 

Veel rook, geen vuur

Want dat lijkt bij momenten ook de rode draad te zijn van dit proces: veel rook, maar geen vuur. Zo was er de ophef rond de mogelijke rol van een Nederlandse informant. Van de man is geen spoor terug te vinden in het dossier, maar volgens sommige advocaten werd de informatie van de man wel gebruikt in het onderzoek. Eén van de advocaten overhandigt de rechtbank zelfs tientallen pagina’s handgeschreven notities van de zogenoemde informant. Het is volgens de Nederlandse man de samenvatting van zijn gesprekken in de gevangenis met één van de verdachten.

Opnieuw wordt het proces stilgelegd, want de rechtbank stuurt het dossier terug naar een ander rechtscollege, de kamer van inbeschuldigingstelling, dat moet bekijken of alles wettelijk verlopen is. Het onderzoek is correct gevoerd, luidt het verdict. En dat is de juridische werkelijkheid waar we ons voorlopig aan moeten houden. Opnieuw werd er een kleine bom gelegd onder het proces van de kasteelmoord. Maar opnieuw ontploft die bom niet, maar zorgt ze hoogstens voor de tijdelijke ontruiming van de rechtszaal.

Diepgeworteld wantrouwen

Maar de advocaten van twee verdachten willen een meer ingrijpende verandering en wraken de drie rechters omdat ze volgens hen niet meer onpartijdig kunnen oordelen. De rechters beslissen om zich niet vrijwillig terug te trekken uit de zaak en dus moet het hof van beroep de knoop doorhakken. Dat beslist dat de rechters niet vervangen moeten worden. Later bevestigt het Hof van Cassatie die beslissing. De wrakingsprocedure zorgt opnieuw voor vertraging en is een illustratie van de sfeer die het hele proces lang in de lucht hangt: die van diepgeworteld wantrouwen.

De wrakingsprocedure is een illustratie van de sfeer die het hele proces lang in de lucht hangt: die van een diepgeworteld wantrouwen. 

Slecht voor het imago van justitie

Voor het openbaar ministerie was het wellicht een opluchting dat het zich eindelijk kon verdedigen tegen de vele aantijgingen van de voorbije 6 jaar: de onderzoekers waren corrupt, ze sjoemelden met bewijsmateriaal, ze deden hun werk niet, ze lieten zich voor de kar spannen van de rijke en invloedrijke familie van Stijn Saelens. Aantijgingen die enkele advocaten van de verdediging maar bleven herhalen in de pers. Aantijgingen waartegen de openbare aanklagers, de onderzoeksrechter en de speurders geen verweer hadden, want zolang het onderzoek loopt zijn zij gebonden door het geheim van dat onderzoek.

In andere zaken verschuilen advocaten zich ook al eens graag achter dit argument, maar in het dossier van de kasteelmoord gaf de verdediging maar al te graag een inkijk in de interne keuken, voor zover dat in hun strategie paste. In het vonnis oordelen de rechters dat “eerste beklaagde eerder het proces naar het onderzoek wou voeren dan het proces naar de moord op Stijn Saelens zelf”.


In meer en meer gerechtelijke onderzoeken wordt het een tactiek, de openbare aanklagers in diskrediet brengen, goed wetend dat zij toch niet kunnen reageren.

In meer en meer onderzoeken wordt het een tactiek, de openbare aanklagers in diskrediet brengen, goed wetend dat zij toch niet kunnen reageren. 

Feit is dat dit dossier zoveel media-aandacht kreeg dat de vele verdachtmakingen het soms al wankele vertrouwen van de burger in justitie nog meer aan het wankelen bracht.