Verdachte van aanslag op Joods museum naar hof van assisen

De Fransman Mehdi Nemmouche, de hoofdverdachte van de aanslag op het Joods museum van Brussel, moet voor het hof van assisen verschijnen op verdenking van terroristische moord. Ook een tweede verdachte moet voor het assisenhof terechtstaan, een derde verdachte niet. Dat heeft de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling beslist. Bij de aanslag op 24 mei 2014 kwamen vier mensen om het leven. 

Op 24 mei 2014 werd een aanslag gepleegd op het Joods Museum van Brussel. In totaal kwamen vier mensen om. Een koppel Israëlische toeristen en een 66-jarige vrijwilligster in het museum stierven ter plekke. Een 25-jarige museummedewerker overleed op 6 juni aan zijn verwondingen. Een week na de aanslag, op 30 mei, werd in Marseille de eerste verdachte Mehdi Nemmouche opgepakt. Hij was onder meer in het bezit van wapens die sterk leken op de wapens die gebruikt waren bij de aanslag, munitie en een vlag van terreurgroep IS. Volgens speurders was hij dan ook de man die de dodelijke schoten haf afgevuurd.

In de loop van het onderzoek werden in Frankrijk nog twee andere verdachten opgepakt, Nacer Bendrer en Mounir Atallah.

Het federaal parket had gevraagd om enkel Mehdi Nemmouche en Nacer Bendrer door te verwijzen naar het assisenhof en de derde verdachte, Mounir Atallah, buiten vervolging te stellen. De raadkamer besliste in januari toch om alle drie de verdachten door te verwijzen maar die beslissing is nu door de kamer van inbeschuldigingstelling gewijzigd. Enkel Nemmouche en Bendrer zullen dus voor het assisenhof komen voor terroristische moord, Attalah niet. Het was de familie van een van de slachtoffers die om de doorverwijzing van Atallah had gevraagd. 

Een datum voor het assisenproces is er nog niet. Vermoedelijk zal het proces ten vroegste begin 2019 plaatsvinden.