Finse regering laat gehypet experiment met basisinkomen stille dood sterven

560 euro per maand kregen ze. Zomaar. Voor 2.000 Finse werklozen die willekeurig waren gekozen door Kela, de Finse overheidsdienst Sociale Zekerheid, was het testproject rond basisinkomen een aangename verrassing. Maar de centrumrechtse regering lijkt ervoor te hebben gekozen het experiment stilaan te laten doodbloeden.

Het was wereldnieuws, eind 2016, toen de Finnen hun testproject voor een basisinkomen lanceerden. 2.000 werkloze Finnen, tussen de 25 en 58 jaar oud, kregen gedurende 2 jaar gratis en voor niks een belastingvrij maandloon van 560 euro, gelijk aan de minimumuitkeringen op dat moment. Het doel was dat veelbesproken concept van een basisloon voor iedereen uit te testen: zou het mensen kunnen stimuleren om te gaan werken? En zou het een bruikbaar alternatief kunnen vormen voor de nogal logge, complexe sociale zekerheid van Finland?

"In het hoofd van de onderzoekers was dit nog maar een eerste testproject", legt onderzoeksleider Olli Kangas ons uit. "Het opzet was in onze ogen te beperkt, het budget was te krap en we hebben het extreem haastig op poten moeten zetten. Maar anderzijds: je moet ergens beginnen." Kangas en de zijnen kregen een budget van ongeveer 20 miljoen euro, terwijl ze op het twee- of driedubbele hadden gehoopt. 

"Had al lang beslist moeten zijn"

Ondanks die moeilijkheden volgde de wereld het project met argusogen. Terwijl de Zwitsers het basisinkomen wel openlijk besnuffelden, maar vervolgens in een referendum verticaal klasseerden, zou Finland voor het eerst echt uittesten welke impact het zou kunnen hebben. En het experiment loopt wel degelijk nog altijd, zo bevestigt Kangas. De eerste resultaten, over het eerste testjaar 2017, worden eind dit jaar verwacht, het definitieve rapport een jaar later. 

Professor Olli Kangas, die het onderzoek naar het Finse basisinkomen leidt. CC DG EMPL

Maar de onderzoekers weten nu al dat er geen gevolg aan zal worden gegeven. "Het zijn verkiezingen in april volgend jaar. Als de regering een beslissing had willen nemen over een verlenging of uitbreiding van het experiment rond basisinkomen, dan had dat al lang gebeurd moeten zijn", zucht hij. "Bovendien neemt de regering net maatregelen die in de tegenovergestelde richting gaan: zo legt ze net almaar meer voorwaarden op voor een werkloosheidsuitkering. Dat terwijl ons experiment natuurlijk rond een onvoorwaardelijk basisinkomen draaide."

Hij geeft toe dat dat een grote ontgoocheling voor hem is. Kangas had, toen hij begon aan te voelen dat de regering niet geneigd zou zijn om het experiment uit te breiden, zijn hoop gesteld op een ander testproject. Dat zou draaien rond negatieve inkomensbelasting, een concept waarbij mensen die onder een bepaald inkomensniveau zitten overheidshulp krijgen in plaats van belastingen te betalen. "Maar ook dat is nu onmogelijk geworden."

Hopen op de volgende regering

"Met andere woorden: alles hangt nu af van wat de volgende regeringscoalitie vindt over het basisinkomen", weet Kangas. In dat geval moet hij hopen op de grote Centrumpartij, die nu ook al in de regering zit en waarvan enkele parlementairen sterk pro-basisinkomen zijn, en op de kleinere Groene Liga en de Linkse Alliantie. De grote sociaaldemocratische en de rechts-conservatieve partijen zijn fors tegen. Eerstgenoemden vooral omdat ze vrezen dat een te fors basisinkomen de macht van de vakbonden zal uithollen.

Dit project heeft de reputatie van Finland meer verbeterd dan rondreizende politici dat gedaan hebben

Professor Olli Kangas, onderzoeksleider van het Finse experiment rond basisinkomen

Kangas hoopt zelf dat er na de verkiezingen dat er alsnog financiële ruimte zal zijn om het testproject naar de rest van het land uit te breiden. Tenslotte heeft zijn experiment Finland internationaal op de kaart gezet. "Ik zeg altijd: dit project heeft de reputatie van Finland meer verbeterd dan rondreizende politici dat gedaan hebben."

Ook in ons land zijn er wel wat vooraanstaande liefhebbers van het concept basisinkomen. Linkse coryfeeën als Elio Di Rupo (PS) en John Crombez (sp.a) spreken erover, maar ook ondernemer Roland Duchâtelet, econoom Peter De Keyzer en filosoof Philippe Van Parijs voelen er wel iets voor. Vooral over de betaalbaarheid van zo'n basisinkomen is veel is discussie.