Njet voor hogere vergoeding voor bestuurders Belfius

Er is geen maatschappelijk draagvlak en bijgevolg geen dringende noodzaak om op korte termijn de vergoedingen voor de externe bestuurders van Belfius te wijzigen. Dat is het standpunt van de federale regering over een geplande verhoging van die vergoeding. Gevolg: het agendapunt zal woensdag op de algemene vergadering van Belfius verworpen worden.

Belfius is nog altijd een staatsbank, een bank die met overheids- en dus publiek geld gered is tijdens de financiële crisis. De regering plant wel een beursgang, een verkoop dus van die overheidsaandelen. Maar zo lang dat niet gebeurd is heeft de federale regering het voor het zeggen. Ze doet dat via de federale participatie en investeringsmaatschappij (FPIM).

Woensdag 25 april is de volgende algemene vergadering gepland. Daar heeft de FPIM het dus voor het zeggen. Op die algemene vergadering staat als punt 7 een verhoging van de vergoeding met 10 procent voor de externe bestuurders geagendeerd. In 2013 besliste Belfius  die vergoeding met 10 procent te verlagen omdat er een herstructureringsplan werd uitgevoerd waarbij ook het personeel moest afvloeien en inleveren.

De vakbonden protesteerden al tegen de geplande verhoging voor de bestuurders. In een persbericht noemen ze dat onaanvaardbaar, zo lang er geen signaal komt voor erkenning van het personeel.

De regering laat nu weten dat er "geen dringende noodzaak is om de vergoedingen aan de voorzitter en de niet-uitvoerende bestuurders op korte termijn te wijzigen, ook omdat het maatschappelijk draagvlak daarvoor zeer beperkt is, zeker in een publieke bankinstelling".