AFP or licensors

Turkije en Griekenland: ramkoers of schijngevechten? 

Na weken van kleine nerveuze incidenten, op zee en in de lucht, tussen Turkse en Griekse schepen en vliegtuigen, zegt president Erdogan dat er vrede nodig is. Tezelfdertijd voert hij de druk op Athene op om Turkse asielzoekers uit te leveren. Dreigt er een confrontatie tussen twee NAVO-landen?   

De Griekse premier Tsipras kon de opgelopen spanningen met grote buur Turkije aan den lijve ondervinden. Tsipras was op 17 april naar het eiland Kastellorizo gevlogen, vlak voor de Turkse kust, om twee ontziltings­installaties te openen. Hij maakte van die gelegenheid gebruik om de Turkse regering in een toespraak een dubbele boodschap toe te sturen: één van bereidheid tot samenwerking en vrede, en één van Griekse vastberadenheid. "Griekenland bedreigt niemand, maar Griekenland is ook van niemand bang", zei de premier. "Griekenland kan zijn soevereine rechten verdedigen, van de ene uithoek van het land tot de andere."

Toen de militaire Chinook-helikopter met de premier terugvloog naar Rhodos, kwamen twee Turkse gevechtsvliegtuigen intimiderend overvliegen. Ze vroegen de helikopterpiloot om zijn vliegplan. De piloot alarmeerde de Griekse luchtmacht, die eveneens twee gevechtsvliegtuigen uitstuurde, waarna de Turkse toestellen de zone verlieten. 

Schijngevechten

Dat soort incidenten tussen Turkse en Griekse vliegtuigen boven de Egeïsche Zee is schering en inslag. Het is geen nieuw fenomeen, want Turkije en Griekenland leven al honderd jaar op gespannen voet en betwisten een aantal rotseilandjes waar niet eens mensen wonen. In 1996 kwam het ei zo na tot een oorlog tussen de twee NAVO-partners om de eilanden van Imia. Correctie: enkel de Grieken noemen ze zo, de Turken hebben het over 'Kardak'. 

In februari flakkerde de spanning rond diezelfde eilandengroep weer op, toen een Turkse kustwachtboot met een Griekse kustwachtboot  -letterlijk-  in botsing kwam. Volgens de Grieken ramde de Turkse boot met opzet het Griekse vaartuig, maar de Turken ontkennen dat. 

Bij een ander incident verloren de Grieken zelfs een Mirage-gevechts­vliegtuig dat was uitgevlogen om Turkse F-16's te onderscheppen. Het Griekse toestel crashte en de piloot kwam om het leven. De precieze oorzaak van de crash is niet bekendgemaakt, en Turkije ontkende dat er Turkse jets in de buurt waren geweest. Toch was dit een wrange waarschuwing: de frequente schijngevechten en scramblings door Griekse en Turkse toestellen blijven niet zonder risico's. 

En dan was er nog de Turkse helikopter die laat op maandagavond 9 april dicht bij het Griekse eilandje Ro kwam vliegen, waar een kleine militaire basis ligt. Griekse soldaten losten waarschuwingsschoten om het toestel te verjagen. Al die opeenvolgende net-niet-confrontaties doen de zenuwen strak gespannen staan. De Griekse minister van Defensie Kammenos kondigde aan dat hij zevenduizend extra soldaten stuurt naar de eilanden voor de Turkse kust en naar het grensgebied in het noordoosten. 

Vlagvertoon

De territoriale betwistingen zijn in theorie al bijna 100 jaar uitgeklaard, sinds het Verdrag van Lausanne (1923) een einde maakte aan de Grieks-Turkse oorlog en de grenzen tussen beide landen - inclusief de eilandjes in de Egeïsche Zee - vastlegde. De voorbije jaren stellen Turkse politici en regeringsadviseurs dat verdrag niettemin weer geregeld in vraag. Dat maakt veel Grieken bang en wantrouwig. Zij zien die Turkse verklaringen als uitingen van een Turks revisionisme en revanchisme en vrezen dat Erdogan aanstuurt op een nieuw conflict. 

Omgekeerd doen ook de Grieken hun duit in het nationalistische zakje. Vooral minister van Defensie Kammenos van de radicaal-rechtse ANEL-partij ("Onafhankelijke Grieken") houdt ervan om de Griekse claims kracht bij te zetten,  door de eilanden nabij Turkije geregeld te vereren met sterk gemediatiseerde visites. Vorig jaar nog vloog hij met een helikopter over de rotsige eilandjes van Imia en wierp er een bloemenkrans in het water. Symbolen en vlagvertoon, aan beide zijden, kunnen zoethoudertjes of uitlaatklep zijn voor nationalistische verzuchtingen. Maar ze kunnen ook ophitsen en  bijdragen aan misverstanden.  En nu Turkije weer afstevent op nieuwe verkiezingen, eind juni, kan de Turkse retoriek misschien nog hoger oplaaien. 

Turkse asielzoekers

De territoriale ruzies trekken de aandacht en zijn aanleiding voor een versterkte ontplooiing van vliegtuigen of schepen. Toch vormen  ze op dit moment wellicht niet de belangrijkste splijtstof tussen Ankara en Athene. Wat Turkije het meest lijkt dwars te zitten, is hoe Griekenland omgaat met Turkse vluchtelingen en asielzoekers.

Vorig jaar alleen al hebben er meer dan 1.800 Turken asiel aangevraagd in Griekenland. Dat zijn, naar alle waarschijnlijkheid, mensen die zich niet langer veilig voelden na de mislukte coup van juli 2016. Die staatsgreep is door de Turkse autoriteiten toegeschreven aan de Gülen-beweging van predikant Fethullah Gülen. In de repressie die op de coup gevolgd is, kan al wie van ver of dichtbij daarmee te maken heeft gehad, worden vervolgd en/of gearresteerd. 

De Turkse vluchtelingen zijn de landsgrens overgestoken in het noordoosten van Griekenland (als ze al niet onderschept zijn door de Turkse grenspolitie), of ze hebben zich gemengd onder de Arabische, Afghaanse en Afrikaanse vluchtelingen en migranten die zich in rubberbootjes laten oversmokkelen. Soms vluchten ze in groep: in februari kwamen er zeventien tegelijk aan, ook in een bootje,  op het Griekse eilandje Oinousses. Athene houdt er rekening mee dat het aantal Turkse asielzoekers nog kan toenemen.

Gijzelaars?

Niet alle Turkse asielzoekers zijn voor Turkije even belangrijk. Ankara oefent vooral druk uit opdat Griekenland 8 militairen zou uitleveren, die daags na de coup met een helikopter naar Griekenland waren gevlogen. Die militairen waren wellicht daadwerkelijk betrokken bij de mislukte staatsgreep; Ankara beschouwt hen als verraders en eiste van meet af aan hun uitlevering. Tot drie keer toe werd die eis door Griekse rechters verworpen. De Griekse justitie vreest dat de 8 geen eerlijk proces zullen krijgen in Turkije. 

De Turkse president Erdogan fulmineert al anderhalf jaar over die kwestie. Het voorbije weekend koppelde hij dat dossier voor het eerst openlijk en vrank aan een andere zaak. 

Begin maart werden er in het grensgebied twee Griekse soldaten opgepakt die zonder toelating Turkije waren in gelopen. Volgens Griekenland ging het louter om een vergissing; de Grieken waren op patrouille verdwaald en hadden per ongeluk de grens overgestoken. Maar Turkije wil de twee berechten voor spionage. Ze zitten al anderhalve maand vast in een Turkse gevangenis. 

Erdogan verklaarde zaterdag in een interview met een Turkse televisiezender dat de twee kunnen vrijkomen. "Maar we hebben de Grieken gezegd dat zij, als ze dat wilden, ons eerst de soldaten moesten geven die een staatsgreep hebben gepleegd tegen ons land." De Turkse president suggereerde daarmee niets meer of niets minder dan een platte gevangenenruil: de Turkse asielzoekende militairen tegen de twee Griekse soldaten. Daarmee schoof hij alle juridische of administratieve procedures terzijde en tilde hij beide dossiers op het hoogste politieke niveau.  

Het antwoord van Athene liet niet lang op zich wachten. "Geen sprake van", zei de Griekse president Pavlopoulos. In Griekenland suddert al langer de overtuiging dat Turkije de twee Griekse soldaten als gijzelaars wil gebruiken, als pasmunt om andere eisen ingewilligd te zien. Met de nieuwste verklaringen van Erdogan is die indruk nu bevestigd. 

Nog meer splijtstof: Cyprus

De 8 militairen zijn voor Erdogan en de Turkse regering een testcase. Als high profile-vluchtelingen zoals zij al aan de Turkse vervolging kunnen ontsnappen door zich in Griekenland schuil te houden, wat zou dan andere Turken beletten om hetzelfde te proberen? De Turkse minister van Justitie schimpte al dat Griekenland "een verzamelplaats voor criminelen" aan het worden is.

Als lidstaat van de Europese Unie kan Griekenland niets anders doen dan asielverzoeken behandelen volgens de geijkte procedures  - ook van Turkse onderdanen. Als er rechtzaken worden aangespannen, moeten ook die hun beloop hebben. Dat is niet anders in andere EU-lidstaten waar Turken asiel aanvragen, maar als buurland is Griekenland kwetsbaarder voor de Turkse toorn. In combinatie met de oude historische vijandschap en de territoriale geschillen doet de ruzie over de asielaanvragen de dreiging nog oplopen. 

De geografische positie van Griekenland speelt uiteraard ook een rol in de kwestie-Cyprus. Sinds de onderhandelingen over een hereniging van Cyprus vorig jaar spaak liepen, is de sfeer ook daar niet bepaald verbeterd. Turkije betwist de Cypriotische regering het recht om exploratie- en exploitatie­rechten te vergunnen aan gas- en oliebedrijven in de Exclusieve Economische Zone ten zuiden van het eiland. Volgens Ankara behoort een deel van die zone toe aan de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Een exploratieschip van de Italiaanse onderneming ENI werd in februari zelfs de toegang versperd door de Turkse zeemacht  en moest rechtsomkeer maken.  Italië stuurde zelfs nog een fregat, maar ook dat ging een confrontatie met de Turkse schepen uit de weg. Europa protesteerde, maar heeft de facto de Turkse blokkade in de betwiste zone moeten ondergaan. 

Zoals Turkije zich betrokken voelt bij het lot van de Turkse minderheid en de Turkse Republiek van Noord-Cyprus, zo zal Griekenland altijd en onvermijdelijk de kant kiezen van (Grieks) Cyprus in het geval van een escalerend conflict. De spanningen rond Cyprus dragen nog bij aan het wantrouwen tussen Athene en Ankara - en worden daar tegelijk door versterkt. 

Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

NAVO-landen in de clinch?

Toen NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg twee weken geleden Turkije bezocht, werd er over de heikele kwesties en spanningen met Turkije  -naar buiten uit alleszins - zedig gezwegen. Stoltenberg prees en bedankte de Turken voor hun deelname aan de strijd tegen IS en voor hun cruciale rol in de alliantie. Turkije is nu eenmaal een uiterst belangrijke pion in het bondgenoot­schap,  als buffer en uitvalsbasis voor militaire operaties (al dan niet in NAVO-verband) in het Midden-Oosten. In de hitparade van de NAVO staat Turkije op de vierde plaats wat betreft militaire slagkracht. Als je het aantal manschappen telt, bekleedt Turkije zelfs de tweede plaats. 

Griekenland staat als tiende gerangschikt qua militaire slagkracht, wat opvallend hoog is voor een relatief klein land. In troepensterkte haalt Griekenland zelfs de negende plaats. Juist vanwege de historische vijandschap met Turkije hebben de Grieken altijd fors geïnvesteerd in hun defensie. 

Een militaire confrontatie tussen Griekenland en Turkije zou dramatisch kunnen zijn

Een militaire confrontatie tussen twee NAVO-landen met aanzienlijk forse strijdkrachten zou dramatisch kunnen zijn. Op basis van de cijfers lijkt Griekenland kwetsbaarder dan Turkije. Toch lijkt het waanzin om daar alleen maar aan te dénken: twee NAVO-landen gaan toch niet in de clinch met elkaar? 

Zonder hun beider lidmaatschap van de NAVO zou een clash tussen Griekenland en Turkije inderdaad veel waarschijnlijker zijn. Het blijft zeer aannemelijk dat de VS, Groot-Brittannië (met belangrijke militaire bases op Cyprus) en Frankrijk er alles aan doen om achter de schermen de plooien tussen Ankara en Athene glad te strijken  - of op zijn minst om ongelukken te vermijden. 

Bovendien staat Turkije in het oostelijke Middellandse Zeegebied tamelijk geïsoleerd. Niemand behalve de Turken erkent de aanspraken van de Turkse Republiek Noord-Cyprus op onafhankelijkheid - laat staan op exploratie­rechten. Griekenland zoekt ook steeds meer toenadering tot Israël en Egypte voor samenwerking rond energieprojecten (zoals een onderzeese elektriciteitskabel die Israël met Europa moet verbinden). 

De kans dat Rusland Turkije in deze zou steunen, is zo goed als nihil

En waar Turkije in het grote spel rond Syrië op sommige vlakken en momenten een bondgenoot vindt in Rusland (in een gezamenlijke opstelling tegenover westerse belangen of strategieën), is de kans dat Moskou het Turkse standpunt tegenover Griekenland of Cyprus zou steunen zo goed als nihil. Op Cyprus heeft Rusland heel wat commerciële en financiële belangen te verdedigen. En zoals ook gebleken is in de Joegoslavië-oorlog van de jaren 1990 speelt er een diepgewortelde cultureel-religieuze solidariteit: het orthodoxe Rusland zal in principe altijd de kant kiezen van het orthodoxe Griekenland.