Video player inladen ...

Waarom blijven we T-shirts van 2 euro kopen?

Het is u misschien ook al opgevallen hoe er haast elke week nieuwe collecties in kledingwinkels hangen. Of hoe er voortdurend deals zijn te rapen in apps als Zalando. De druk op de arbeidsters die onze kleding maken, is vijf jaar na de ramp in Bangladesh, waarbij meer dan 1.000 doden vielen en 2.000 mensen gewonden raakten, groter dan ooit. "Er is geïnvesteerd in stenen, maar niet in mensen", stelt Jef Van Hecken van Wereldsolidariteit vast. Van Hecken maakt in deze video samen met VRT-journalist Tim Verheyden een stand van zaken op.

Na de ramp met het Rana Plaza-gebouw vijf jaar geleden hebben meer dan 200 kledingproducenten en retailers uit meer dan 20 landen uit Europa, Azië en Amerika verschillende akkoorden getekend, waaronder het zogenoemde Bangladesh Accord, dat de arbeidsomstandigheden van de textielarbeidsters moest verbeteren.

Die omstandigheden, zoals de veiligheid van de gebouwen, mogen dan wel verbeterd zijn, de lonen zijn niet genoeg gestegen om arbeidsters een menswaardig bestaan te garanderen. Ook de werkdruk is verhoogd, waardoor meer mensen kampen met fysieke en mentale problemen. Arbeidsters werken er vaak nog 12 uur per dag, 6 dagen per week voor een hongerloon.

"Een arbeidster vertelde me hoe ze de moed niet heeft om zelfmoord te plegen", vertelt Jef Van Hecken. "Het is ook geen toeval dat je in de omgeving van fabrieken veel apotheken ziet. Veel arbeidsters nemen pijnstillers om de dag door te komen." 

VRT-journalist Tim Verheyden maakte na de ramp in 2013 een reportage voor het magazine Koppen over de textielindustrie in Bangladesh. Verheyden wou vijf jaar na de ramp de situatie opnieuw gaan bekijken, maar kreeg pas na veel aandringen en lobbywerk een visum. Door de restricties die daarbij door de Bengaalse overheid werden opgelegd, kon Verheyden de veiligheid van de mensen die geïnterviewd zouden worden niet garanderen en besliste de VRT om niet naar Bangladesh te gaan. 

Video player inladen ...