Orban Daniel BE Defense

"De overheid moet meer locatiegegevens vrijgeven"

Heel wat bedrijven uit de technologie en de geografische sector zijn vandaag in Brussel samengekomen om het belang van big data te bespreken. Big data zijn allerlei gegevens die nodig zijn om bepaalde diensten te optimaliseren. Daarom vragen ze aan de overheid om meer gegevens vrij te geven. 

"Wij vragen van de overheid meer inspanningen om data vrij te geven", zegt Ingrid Vanden Berghe. Vanden Berghe is administrateur-generaal van het Nationaal Geografisch Instituut (NGI). Het NGI is een overheidsinstelling die als opdracht heeft om de kaarten van België te maken. De overheidsdienst valt onder het kabinet van het ministerie van Defensie. 

Video player inladen ...

Goede samenwerking met Infrabel

Een voorbeeld van die data is de weginformatie. Vanden Berghe :"Soms is het ook complex omdat er verschillende beheerders zijn. Neem informatie over de wegen. Die informatie is gefragmenteerd over verschillende niveaus: het gewest, de provincie of de gemeente." 

Toch zijn er volgens Vanden Berghe voorbeelden van goede samenwerkingen. "We hebbben met spoorwegbeheerder Infrabel een project lopen waarbij wij hun gegevens in onze kaarten verwerken. En die kaarten stellen we ter beschikking." 

De reden waarom de sector hamert op meer data, is omdat de geografische sector in volle ontwikkeling is. Wij lopen allemaal rond met een smartphone die gebruikt kan worden om het verkeer of mensenmassa's beter te beheren. Denk maar aan heel druk verkeer in de buurt van een evenement. Of de tienduizenden bezoekers tijdens een festival. Vanden Berghe is het erover eens dat de gegevens van de gebruiker beschermd moeten worden en dat de privacyregels dienen gerespecteerd te worden.

Geo-sector bloeit

Dankzij het internet en de hoeveelheid data evolueert de sector razendsnel. Volgens recent onderzoek zal de "geo/location" sector, zeg maar de poot die zich bezighoudt met het analyseren en verwerken van de locatiegegevens, met 14 procent groeien. Daarom vinden NGI en Agoria dat het hoog tijd is om daarop in te zetten. 

Video player inladen ...

Zo zijn er heel wat toepassingen. Een voorbeeld hiervan is de werking van een crisiscentrum bij een ramp. Dat kan volgens Vanden Bergh beter. "We zien dat bij een ramp gegevens over bepaalde locaties zoals scholen (waar mensen eventueel kunnen samengebracht worden), pleinen of gevoelige plekken, teveel versnipperd zitten. Soms zie je dat verschillende hulpdiensten afzonderlijk op zoek zijn naar dezelfde locaties. Wij willen die informatie verzamelen en ter beschikking stellen van alle hulpdiensten." 

Die gegevens kunnen dan gebruikt worden om de rijtijd van ambulances of ander verkeer te bepalen en te optimaliseren. Een ander voorbeeld is de samenwerking tussen verschillende hulpdiensten bij bosbranden. Als ze allemaal met dezelfde gegevens -lees kaarten- werken dan kunnen ze veel efficiënter de branden bestrijden. 

Een andere toepassing zijn massa-evenementen. Zo heeft telecombedrijf Orange afgelopen weekend tijdens de Ten Miles samengewerkt met de lokale politie van Antwerpen. Dit gebeurt aan de hand van big data. De gegevens van alle smartphones in een bepaalde perimeter worden bijgehouden om te zien hoe een massa zich beweegt. "Voor alle duidelijkheid, onze medewerkers hebben alleen de informatie: smartphone x bevindt zich hier of daar. Wij weten niet wie de eigenaar van de smartphone is", zegt Annelore Marynissen van Orange. 

Locatietechnologie helpt landbouw vooruit

Een sector waarin locatiegegevens heel belangrijk zijn, is de landbouw. Guillaume Defays is landbouwingenieur en onderzoeker bij het "Centre Wallon de recherches agronomiques". Hij onderzoekt hoe landbouwers met de hulp van satellietbeelden, drones en sensoren efficiënter kunnen werken. "Ik vergelijk het met een moestuin. Iemand met een moestuin weet heel goed hoe de groenten reageren en welk stuk van zijn moestuin het best geschikt is voor een bepaalde groente. Maar als je een landbouwer bent met honderden hectaren grond moet je het anders aanpakken. Je kan niet overal aanwezig zijn."

Zo worden de sensoren en drones de ogen en oren van de landbouwer. Met infraroodcamera's we zien welke gewassen water nodig hebben. Andere sensoren bepalen de toestand van de ondergrond. Daarnaast kunnen satellieten ook ingezet worden om de gewassen in hun geheel te analyseren. 

Kortom, de landbouwer anno 2018 is in niets te vergelijken met die van vorige eeuw. Toch blijft volgens Defays de mens centraal. Want de mens zal nog altijd de resultaten moeten analyseren en interpreteren.