Welke drie lessen trekken we uit het dossier F-16?

Of de Belgische F-16's nu een aantal jaren langer blijven vliegen, of niet, nu al is duidelijk dat iedereen, regering, oppositie, maar vooral toch het leger zelf, verliest in dit dossier. "Never waste a good crisis", en dus trekt Jens Franssen drie lessen uit de heisa rond het dossier over de opvolger van de F-16.  

1. Politici moeten leren luisteren

Zelfs wie wilde kon de voorbije weken moeilijk kijken naast het schrijnende gebrek aan technische dossierkennis over defensie bij veel parlementsleden. Defensie is een bij uitstek technisch departement waar technologie, geo-strategie en doctrinair denken samen komen. Dat vergt van politici, die vaak niet verder denken dan enkele verkiezingen, dat ze mee moeten kunnen decennia vooruit te kijken. Dat is niet makkelijk, maar wel noodzakelijk voor wie defensie wil begrijpen. Het vraagt een brede kijk op wie we willen zijn, waar we voor staan en hoe we die waarden én onze economie willen verdedigen in een steeds complexere wereld.  

Defensie vraagt nu eenmaal kennis over technologie, geo-strategie en doctrinair denken

Het vergt ook kennis over nieuwe militaire doctrines en hoe toekomstige technologie daar in kan passen. Over de meerderheid en de oppositie heen is gebleken dat heel wat parlementsleden een pak huiswerk hebben. Dat moeten we van hen verwachten. Politici moeten in staat zijn de informatie over defensie te kunnen beoordelen en mee het beleid uittekenen. Kortom: politici moeten zich ook technisch voldoende scholen.

Van de politieke partijen mogen we verwachten dat hun studiediensten militairen uitnodigen maar ook dat het informatie-monopolie van een handvol topmilitairen en kabinetsmedewerkers wordt doorbroken. Al te vaak wordt cruciale informatie over defensie gemonopoliseerd binnen de kabinetten, terwijl ook het parlement daar recht op heeft.   

2. Militairen moeten leren spreken

De discussies van de voorbije weken waren op zijn minst verfrissend voor heel wat parlementsleden en leverden voldoende nieuwe informatie op om politiek relevant te zijn. Defensie is geen monolithisch blok gebleken waar altijd gelijk gedacht wordt, leerden we ook. Ook militairen kunnen blijkbaar los van graad en rang van mening verschillen. Gelukkig maar. De heisa leerde ons helaas ook dat afwijkende meningen in het leger vakkundig gesmoord worden. Dat is wellicht zelfs niet onlogisch in een bij uitstek hiërarchische organisatie als het leger, maar het getuigt niet van een kritische bedrijfscultuur bij de hogere kaders. 

Laurie Dieffembacq

Uit een van de getuigenissen leerden we ook dat militairen zich na jaren van politieke verwaarlozing en gebroken financiële beloften hebben teruggetrokken binnen de veilige kazernemuren. Als hooggespecialiseerde technici hebben ze lak aan pottenkijkers die de finesses van de complexe dossiers niet begrijpen.

Als gevolg daarvan zijn sommige militaire technici dan maar zelf politiek beginnen te denken. Dat een kolonel laconiek verwoordde dat "het niemand zal verbazen dat nieuwe gevechtsvliegtuigen aankopen geen evidente zaak is". En dat hij daarom bewust informatie niet heeft laten doorstromen, getuigt niet van een erg correcte politieke hygiëne die verwacht mag worden van loyale ambtenaren.

Militairen moeten dan ook opnieuw leren de discussie aan te gaan met hun vele aandeelhouders. Het leger moet dringend weer duurzame relaties opbouwen met het middenveld, politieke partijen en de belastingbetaler. Het moet elke dag opnieuw begrijpelijk uitleggen, in tempore non suspecto, waarom het vele miljarden van de samenleving vraagt en wat het daarmee wil bereiken.  

3. Bruggen zullen moeten worden heropgebouwd

De hele heisa heeft het vertrouwen in de neutraliteit en loyaliteit van defensie geen deugd gedaan. "Hier is iets gebroken" verwoorde een parlementslid het. Als vertrouwen te voet komt en vertrekt te paard, dan zal het leger vele dagmarsen nodig hebben om het geschonden vertrouwen terug te winnen.

Aan de andere kant zijn er soms erg harde woorden gevallen en wonden geslagen. Hier ligt een taak voor bruggenbouwers. Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) heeft zich te lang verschuild achter een erg juridische aanpak van grote politiek explosieve dossiers. Vragen naar transparantie mogen niet meer vakkundig worden afgewimpeld met allerlei smoesjes. De rangen nu sluiten en overgaan tot de orde van de dag zou overigens getuigen van slecht bestuur. Een duidelijke politieke sturing is nodig nu.  

Defensie is te belangrijk om alleen aan politici en militairen over te laten

Defensie heeft niet alleen nood aan transparante strategische communicatie, maar ook aan een hedendaagse kritische organisatiecultuur. Maar Defensie moet van de politiek eindelijk ook weer de ruimte krijgen om zelf die belangrijke dialoog aan te gaan met haar aandeelhouders om zo het gekneusde vertrouwen terug te winnen. 

Tenslotte moet ook de universiteiten, het middenveld en de media zich dringend bijscholen zodat ze de noodzakelijke zuurstof kunnen brengen in het debat over defensie en de rol het leger moet opnemen in ons beleid. Defensie gaat immers over onze  stabiliteit, welvaart en veiligheid. En dat is veel te belangrijk om alleen aan politici en militairen over te laten.  

Nicolas Lambert