Video player inladen ...

Inge, hoofdarts van FPC Antwerpen: "We denken nog te vaak in hokjes"

Internering: het is al decennialang één van de grootste schandvlekken van ons land. Na 25 Europese veroordelingen heeft België nog exact 223 dagen om geïnterneerden de opvang te bieden waar ze recht op hebben. Halen we die deadline? VRT NWS trekt een week lang door Vlaanderen op zoek naar antwoorden. Onze vijfde stop is FPC Antwerpen. Hoe worden geïnterneerden er behandeld? En wat na het forensisch psychiatrisch centrum?

Wanneer we met Inge Jeandarme, de hoofdarts van Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Antwerpen, door de tuin van het gloednieuwe gebouw op de Antwerpse Linkeroever wandelen, worden we een aantal keren tegengehouden. Verschillende geïnterneerden onderbreken hun partijtje baseball om de dokter te begroeten en haar wat vragen te stellen. “Ik werk al meer dan 25 jaar als psychiater en zie vaak dezelfde mensen terugkomen. Gevangenis in, gevangenis uit, psychiatrie, ambulant,…”

Dat Inge blij is met de komst van de forensisch psychiatrische centra in Gent en Antwerpen, zal ze verschillende keren herhalen in het gesprek. “Het was dé missing link. Voordien werden deze geïnterneerden gewoon opgesloten in de gevangenis, een allesbehalve goed therapeutisch milieu om zieke mensen te behandelen.” Op dit moment verblijven er 262 geïnterneerden in FPC Gent en 156 in FPC Antwerpen.

Video player inladen ...

Waarom behandelen?

Dat de behandeling werkt, wil Inge aantonen met belangrijke cijfers. “Het is nog te vroeg om onderzoek te doen naar herval bij geïnterneerden die in FPC Gent verbleven, maar uit Nederlands onderzoek blijkt dat de hervalcijfers van mensen die behandeld zijn in forensische centra veel lager liggen dan de hervalcijfers van gewone gedetineerden die opgesloten worden in een gevangenis. Ik deed zelf ook onderzoek naar geïnterneerden na hun verblijf in een medium security instelling. Wat bleek? Na meer dan drie jaar behandeling is er significant minder herval. Dat bewijst dat behandeling werkt en helpt om recidive te voorkomen. Mensen die behandeld worden, hervallen minder vaak. Er vallen dus minder slachtoffers na een behandeling dan zonder behandeling.”

Er vallen minder slachtoffers na een behandeling dan zonder behandeling. 

Video player inladen ...

Wat na het forensisch psychiatrisch centrum?

In eerdere afleveringen van deze reeks leerden we dat de uitstroom uit het forensisch psychiatrisch centrum naar instellingen met een lagere beveiliging soms veel te traag verloopt. Sinds de start van FPC in Gent in november 2014 zijn er maar 50 mensen doorgestroomd naar andere voorzieningen. Uit FPC van Antwerpen, dat open is sinds vorige zomer, is nog niemand kunnen doorstromen. “Of iemand klaar is om naar een minder beveiligde afdeling te gaan, is vaak voer tot serieuze discussies. Bovendien hanteert elke vervolgafdeling ook eigen criteria om iemand al dan niet op te nemen. Hierover moet in de toekomst nog serieus gedebatteerd worden.”

Inge benadrukt ook dat een goede uitstroom niet alleen belangrijk is om nieuwe plaatsen te hebben voor de 543 geïnterneerden die nu nog in de gevangenis verblijven, maar ook voor de patiënt zelf. “Uit onderzoek blijkt dat een te lange en intensieve behandeling een contraproductief effect heeft. Die mensen zullen juist meer hervallen. Het is dus héél belangrijk om op het juiste moment de juiste stap te kunnen zetten.

Uit onderzoek blijkt dat een te lange en intensieve behandeling een contraproductief effect heeft. Die mensen zullen juist meer hervallen. 

Video player inladen ...

Volgens Inge hebben de Europese veroordelingen echt wel hun effect gehad. “De staat heeft veel geïnvesteerd om een zorgaanbod uit te bouwen voor psychiatrische patiënten die in contact kwamen met justitie.” Een goede zaak, maar volgens Inge dreigen sommige andere groepen uit de boot te vallen. “Neem nu de gewone gedetineerden. Uit internationaal onderzoek blijkt dat 1 op 7 kampt met een ernstige psychiatrische problematiek. Het huidige zorgaanbod kan en mag deze mensen niet opvangen. Ze blijven gewoon in de gevangenis.”

1 op 7 van de gedetineerden kampt met een ernstige psychiatrische problematiek. Het huidige zorgaanbod kan en mag deze mensen niet opvangen. 

Video player inladen ...

(On)toerekeningsvatbaarheid? "Een arbitraire, oneigenlijke discussie"

“We denken nog te veel in hokjes. Nu ben je ofwel ontoerekeningsvatbaar en word je geïnterneerd en verzorgd, ofwel ben je toerekeningsvatbaar en word je opgesloten in de gevangenis. Het is zwart-wit, alles of niets. Na al die jaren geloof ik daar niet meer in. Het is een oneigenlijke discussie, daar gaat het niet over. Eigenlijk zouden we per casus veel breder moeten nadenken: welke zorg en welke beveiliging heeft iemand nodig? Onder welk statuut dat dan is, is veel minder belangrijk. Neem nu Zweden: daar buigt justitie zich niet over de problematiek van toerekeningsvatbaarheid of niet. Ze kijken wie het misdrijf pleegde en of het bewezen is en gaan dan zeer pragmatisch te werk: wat is de juiste aanpak? Welke zorg en welke beveiliging is er nodig? Zo vermijd je deze arbitraire discussie en vermijd je dat mensen in het foute systeem terecht komen.”

We denken nog te veel in hokjes.  

Video player inladen ...

Inge stelt zich dan ook veel vragen bij de manier waarop er beslist wordt of iemand al dan niet toerekeningsvatbaar is en dus al dan niet geïnterneerd moet worden.. Het is iets waar Werner, die geïnterneerd is in de gevangenis van Merksplas, in het begin van de reeks ook over sprak. "Er wordt veel te snel beslist", zei hij.

Inge kan dat beamen: psychiaters zien de mensen maar een paar uur en moeten dan adviseren of het zwart of wit is, en dat terwijl het heel vaak gaat om heel complexe diagnoses. “Ik denk dat België het enige land is waar dat nog zo gebeurt in complexe dossiers. We hebben dringend nood aan een klinisch observatiecentrum: een plek waar patiënten wekenlang 24 op 24 worden geobserveerd. Pas dan kan je een gegrond oordeel vellen over de toerekeningsvatbaarheid. We praten er al meer dan 30 jaar over, maar hopelijk wordt hier de komende jaren écht werk van gemaakt.”

We hebben dringend nood aan een klinisch observatiecentrum: een plek waar patiënten wekenlang 24 op 24 worden geobserveerd. 

Morgen trekken we naar het parlement. We spreken er met twee bevoegde ministers: minister van Justitie Koen Geens (CD&V) en minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD).