Video player inladen ...

EU gaat strijd aan met nepnieuws

De Europese Commissie wil de verspreiding van nepnieuws en online ‘desinformatie’ tegengaan. Op die manier wil ze de bescherming van de Europese waarden en de democratie garanderen in aanloop naar de Europese verkiezingen in 2019. De Commissie zal een gedragscode opstellen voor online platformen zoals Facebook en Twitter over het gebruik van informatie online.

Gedragscode moet verspreiding nepnieuws inperken

De Commissie wil tegen juli 2018 een gedragscode overeenkomen met belanghebbenden (online platformen, adverteerders enz) omtrent desinformatie. De code zal grote bedrijven zoals Google, Facebook en Twitter helpen om zichzelf te reguleren. Ook wil de Commissie burgers kritischer maken tegenover online inhoud door beter onderwijs inzake mediagebruik.

Nepniews kan omschreven worden als misleidende of valse informatie die wordt verspreid met als doel economisch gewin of het opzettelijk schaden van de samenleving. Satire, parodieën en journalistieke vergissingen vallen hier niet onder. Het verspreiden van nepniews is niet illegaal, maar enkele landen zoals Frankrijk en Duitsland ondernemen stappen om het wel strafbaar te maken.  

Het actieplan van de Commissie gaat als volgt:

  • Bedrijven moeten een belofte voor transparantie afleggen. Zij moeten gebruikers op de hoogte brengen waarom hen bepaalde advertenties worden voorgelegd, wie adverteert en wie ervoor betaalt. Ook moet aangegeven worden waar bepaalde informatie vandaan komt zodat gebruikers snel kunnen zien hoe betrouwbaar die verkregen informatie is. 
  • Het is belangrijk dat er voldoende diversiteit van informatie binnen de berichtgeving is. Verschillende opinies houden het debat omtrent een onderwerp op gang. De Commissie wil meer instrumenten gebruiken om kwaliteitsjournalistiek te stimuleren.
  • Ook de geloofwaardigheid van zowel sociale media als van traditionele media moet verhoogd worden. De Commissie pleit voor een onafhankelijk Europees netwerk van feitencheckers die het nieuws onderzoeken en fake news eronderuit halen. Bedrijven moeten ook aangeven wat via robots wordt verspreid  en actie nemen tegen valse accounts.
  • De Commissie wil tenslotte door middel van inclusiviteit de gedragscode opstellen. Deze zomer zal ze een breed forum van belanghebbenden consulteren. Op basis van de uitkomst van dit consultatieproces zal dan de finale EU-gedragscode opgesteld worden. Indien de Commissie niet tevreden is met de uitkomst, dreigt ze ermee  bindende regels af te dwingen.

Facebook in het Britse Lagerhuis

De technisch directeur (CTO) van Facebook, Mike Schroepfer, kondigde tijdens een ondervraging in het Britse Lagerhuis aan dat ook Facebook inspanningen zal leveren om transparantie van advertenties te bevorderen. Wie bijvoorbeeld een politieke advertentie wil plaatsen moet hier eerst een toestemming voor krijgen, en bij die advertentie zal duidelijk staan wie ervoor betaald heeft. 

Schroepfer moest zich verdedigen naar aanleiding van het recent Cambridge Analytica-schandaal, waarbij informatie van 87 miljoen Facebook-gebruikers werd misbruikt om verkiezingen te beïnvloeden.

Voorzorgsmaatregelen Europese verkiezingen

Er wordt in de EU steeds meer belang gehecht aan databescherming en het bestrijden van nepniews. 68 procent van de Europeanen stoot minstens 1 keer per week op nepnieuws, blijkt uit de Eurobarometer. 

“De verspreiding van desinformatie is een groeiend gevaar voor onze samenleving. In aanloop naar de Europese verkiezingen van 2019 is het van groot belang dat de mediabedrijven een gedragscode volgen”, aldus Julian King, Europees commissaris voor Veiligheid. “Op die manier kunnen media platformen niet meer misbruikt worden voor het verspreiden van nepnieuws”.

Tijdens de Duitse, Franse en Amerikaanse verkiezingen werd respectievelijk 25, 33 en 50 procent van de informatie op Twitter bestempeld als foutief of misleidend. 

Bedreiging van vrije meningsuiting?

"83% van de Europeanen denkt dat nepnieuws een bedreiging is voor de democratie", aldus King, "Dit hoge percentage toont aan dat de nood om nepnieuws aan te pakken groot is". Toch is niet iedereen voorstander van de strijd tegen nepnieuws. Steeds meer critici zien die strijd als een bedreiging van de vrije meningsuiting. Zij vragen zich af wie zal bepalen wat betrouwbaar nieuws is en wat niet. "Het is niet de overheid die dat gaat vastleggen", verzekert King echter, "we zijn mijlen verwijderd van censuur."